Albrecht Krause: Voor ons ging het bovenal om de overleving van ons Vaterland'

Overmorgen wordt de invasie van Normandië herdacht. Maar wat wordt er nu precies herdacht: alléén West-Europa's bevrijding van het nazisme, of ook de vestiging van de Duitse democratie? Een portret van drie Duitsers die in juni 1944 als militair in Frankrijk dienden. 'Als Duitsland gewonnen had, hadden we heel Europa moeten controleren, dat was toch zeker niks geworden.'

In een stil stukje van Bad Godesberg aan de Rijn, waar diplomaten, hogere ambtenaren, de Amerikaanse gemeenschap en geslaagde zakenlieden huizen, de tweede auto soms óók een Mercedes is, geordend groen tussen de huizen ligt, kinderen op straat hockeyen en de vogels deze warme mei-avond hun best doen, woont de gepensioneerde Ministerialdirigent Albrecht Krause in een verhoudingsgewijs bescheiden rijtjespand. De gewezen persoonlijke 'referent' van CDU-minister Gerhard Schröder (Binnenlandse zaken, 1953 - 1958) en vroegere chef van het Duits-Franse jeugdwerk (1963 - 1974) is even over van een vakantie in zijn tweede huis, dat in het Franse Carnac staat.

Krause, in 1953 getrouwd, vader van vier kinderen van wie er drie gehandicapt zijn, steekt me de linkerhand toe, zijn rechterarm is sinds '41 verlamd, en gaat voor naar zijn studeerkamer. Foto's van zijn ouders, kinderen en een kleinkind. Op een bureau een foto van veldmaarschalk Erwin desertfox Rommel, in gesprek met generaal Karl Heinrich von Stülpnagel, die van '42 tot '44 als militair bevelhebber in Frankrijk Krauses chef was en wegens zijn aandeel in de aanslag op Hitler van 20 juli 1944 na een mislukte zelfmoordpoging werd opgehangen.

Krause is 10 oktober 1920 geboren in Hamburg, waar vader August hoogleraar geografie en president van de synode van de Verenigde Evangelisch-Lutherse kerken was. Grootvader was in die kerk bisschop (Senior). De Krauses waren midden negentiende eeuw, na een conflict over de verhouding kerk-staat tussen de Pruissische koning en een overovergrootvader, Hauptpastor bij de oud-Pruissische Unionistische kerk, uit Breslau (nu: Wroclaw) naar het liberale Hamburg gekomen. De familie behoorde tot het elitair-protestantse Duitsland van de Krockows, Dönhoffs, Stauffenbergs, Stülpnagels, Kleists en Moltkes. Het Duitsland van de Weizsäckers ook, die in Richard niet alleen een bondspresident hebben maar ook de informele chef van wat wel heet “de protestantse maffia”. Het Duitsland dus ook van de omstreden geraakte Pruissische Sekundartugende (discipline, gezagstrouw, sociaal gevoel, zij het “van boven”).

In de grootburgerlijke wereld van de Krauses was Albrechts gang naar een beroemd gymnasium - de Hamburgse 'Gelehrtenschule des Johanneums' - even vanzelfsprekend als aansluitende studie in het buitenland. In '38 gaat hij als Rhodes-student naar Oxford. Maar als hij daar een half jaar is, zegt Londen alle reis-akkoorden met Hitler-Duitsland op; Albrechts beoogde 'weltoffene' opvoeding zal een heel ander karakter krijgen.

“Wij waren natuurlijk geen lid van de NSDAP, zoiets was in onze familie onbestaanbaar”, zegt Krause. “Ik moest kiezen tussen de universiteit en de Wehrmacht, waar ik sowieso ooit had heengemoeten en waar je tot 1943 vrijer was van politieke beïnvloeding. Zo kwam ik, na een cavalerie-opleiding in Lüneburg, begin '39 als vaandrig (Offiziersanwärter) bij de 20ste infanteriedivisie in Hamburg, een van de eerste vier geheel gemotoriseerde divisies.”

Aan de juist voor protestanten belangrijke eigen levensregie was daarmee een einde gekomen. De divisie neemt najaar '39 deel aan de Poolse veldtocht, die na 18 dagen eindigt bij Bialystok. Vervolgens wordt zij in Westfalen aan de Westwall gestationeerd, vanwaar zij mei '40 door Nederlands Limburg en België oprukt naar Duinkerken, “waar we de Engelsen in het water gooiden”. Zes weken later, Krauses divisie is dan bij Doux aan de Zwitsers-Franse grens beland, is Frankrijk verslagen. De jonge officier wordt in Moulins en Gilbert, bij Morvan, een half jaar - “heerlijke tijd” - “commandant de la place”. Dan volgen zes maanden krijgsschool in Berlijn en benoeming tot luitenant.

Voor zover Hitlers Blitzkriege tot daar “frisch und fröhlich” waren, is dat dan gedaan. Krause wordt ingedeeld bij de 36ste infanteriedivisie, waarmee hij naar Rusland, naar Leningrad, trekt. “We liepen 2.000 km”, heeft hij nagerekend. September '41 raakt hij verwond door: 1) een schampschot in de hals; 2) een schot in de mond en 3) een Steckschuss in de hartstreek, afgeschoten van Sovjet-schepen in de haven van Leningrad. Bovendien breekt onder vallend puin zijn rechterbovenbeen.

Krause wordt naar een ziekenhuis in Königsberg en daarna - na bemiddeling van zijn familie - naar Straatsburg gebracht, waar hij een jaar wordt verpleegd en op zijn ziekbed een halve juridische opleiding doet. Hij is dan - augustus 1942 - 21 jaar en afgekeurd, maar wil niet als 'Krüppel' terug naar Hamburg en wordt ordonnance-officier/adjudant van de Duitse bevelhebber in Frankrijk, eerdergenoemde generaal Stülpnagel, in Parijs. In zekere zin komt Krause daar 'thuis'. Namelijk in een anti-Hitler cercle die Heinrich Stülpnagel en zijn voorganger, neef Otto Stülpnagel ('40-'42), en staf-chef Hans Speidel, de latere Navo-generaal, daar hebben geformeerd. Het is een kring van intellectuelen en maatschappelijk geslaagde reserve-officieren die resideert in hotel Majestic, waar Henry Kissingers Vietnam-akkoorden 40 jaar later bezegeld zullen worden. Een gezelschap dat, zegt hij, “bijna het karakter van een orde” heeft en waarin Ernst Jünger, volgens velen met zijn nationalistische geschriften tegen de republiek van Weimar ('19-'33) een van de intellectuele wegbereiders van Hitler, maar (sinds de Eerste Wereldoorlog drager van de hoge orde Pour le Mérite) in Parijs als kapitein een gevaarlijk openhartige tegenstander van de Führer is.

De groep rondom Stülpnagel was betrokken bij de voorbereiding van aanslagen op Hitler. Bijvoorbeeld van de officieren Tresckow, Schlabrendorff en Gersdorff die maart '43 een bom in Hitlers vliegtuig hadden geplaatst die echter niet afging. De Majestic-groep hielp ook, met Rommels instemming, de uiteindelijk mislukte Stauffenberg-aanslag op 20 juli '44 voorbereiden en had die dag 's avonds hoge SS'ers en nazifunctionarissen in Parijs laten arresteren. Dat liep daarna voor velen dus verkeerd, want dodelijk, af. Krause vluchtte, werd een paar weken later gearresteerd en verhoord in het Parijse Gestapo-hoofdkwartier aan de Avenue Foch, maar bracht het er levend af, onder meer doordat een hem belastend gedeelte van de archieven op 20 juli 's avonds door de SS in paniek was verbrand.

Was D-day voor Krause niet óók een soort bevrijding? “Nee, wij wisten sinds 'Stalingrad' dat de oorlog verloren was en sinds '42 - onze informatie was natuurlijk beter dan die van andere militairen - óók van de plannen om de joden uit te roeien. Wij wilden Hitlers liquidatie en een wapenstilstand die de Duitse troepen aan de Curzon-lijn (de oude Poolse westgrens) en de Russen uit de buurt zou houden. We hadden wel een vermoeden wat er zou gebeuren als zij verder zouden oprukken. De invasie als bevrijding? Weet u, voor ons, dat is misschien nu moeilijk te begrijpen, ging het bovenal om de overleving van ons Vaterland zonder het nazisme.”