Wordt trouw wel beloond?

Misschien bent u een alerte consument, en let u bij het doen van inkopen goed op, waar u het best en het voordeligst uit bent. Menigeen denkt in elk geval, dat hij zo is. In werkelijkheid leven de meesten van ons niet naar dit model. Wij kopen waar wij gewend zijn te kopen - uit gewoonte, uit gemakzucht, maar ook met een zekere emotionele ondertoon: trouw aan de 'eigen' leveranciers.

Om ook degenen die wèl alert zijn tot grotere trouw aan te sporen, zijn allerlei foefjes te bedenken: een spaarsysteem met bonnen, bijvoorbeeld. Wie eenmaal bonnen is gaan sparen moet een flinke weerstand overwinnen om iets bij een andere leverancier te kopen, waar hij zijn bonnen misloopt.

Ondernemingen die andere ondernemingen als klant hebben, zien ook graag dat hun afnemers trouw zijn. Ook daar bestaan systemen om het trouw zijn wat makkelijker te maken. Kwantumkortingen bijvoorbeeld, of omzetbonussen: hoe meer u bij mij blijft inkopen, hoe lager de prijs wordt, of hoe meer u aan het eind van het jaar als bonus van mij terugontvangt. Ook zo'n systeem maakt het een stuk moeilijker om te kiezen voor het aanbod van een concurrerende leverancier.

Nog een stapje verder gaat de 'getrouwheidskorting': u krijgt wel een kwantumkorting of bonus, maar alleen als u alles wat u van het betreffende produkt nodig hebt, bij mij inkoopt. Anders loopt u niet alleen de hogere korting mis die bij (nog) hogere afname hoort, maar vervalt ook alle korting die u al 'verdiend' had.

Naarmate de druk van een systeem van 'getrouwheidspremies' zwaarder wordt, gaat de spontane trouw slijtplekken vertonen. Wat eerst misschien vanzelf sprak, wordt gaandeweg een last. Men voelt zich zich in een keurslijf gedrongen. Dat voelt niet prettig aan. En als iets niet prettig aanvoelt, is het niet zo gek dat je je afvraagt: mag dat nou zomaar?

X, champignonkweker in zuid-Nederland, voelde zich zo onprettig dat hij er de brui aan gaf. Hoewel Y, zijn leverancier van compost (iets waar champignons dol op zijn) hem een mooie korting verstrekte, op voorwaarde dat X alles bij Y zou inkopen, besloot X om 'vreemd te gaan'. Dat merkte Y. Hij eiste dus van X het bedrag terug, dat X al als korting had ontvangen.

U moet ook nog weten dat Y geen kleintje is: het overgrote deel van de Nederlandse champignonkwekers is vaste klant bij Y.

In de door Y aangespannen rechtszaak voerde X het volgende verweer: ondernemers zijn verplicht om de vrije concurrentie binnen de EU (zoals de EEG intussen, geloof ik, genoemd moet worden) te respecteren. Zij mogen geen contracten sluiten of onderonsjes aangaan die de handel tussen de lidstaten en de concurrentie belemmeren. En de contracten van Y met haar afnemers - zei X - doen dat wèl. Die binden de afnemers zo sterk aan Y, dat andere leveranciers daar, praktisch gesproken, niet tussen kunnen komen. Dat mag niet. En dus is de aan de kwantumkorting verbonden voorwaarde dat alleen bij Y mag worden ingekocht, niet geldig.

U wilt wel van mij aannemen dat Y daar van alles tegen in te brengen had; maar het eind van het liedje was dat X gelijk kreeg. Y moest X de korting geven, en mocht niet vasthouden aan de eis dat alleen super-trouwe klanten korting kregen.

Een verhaal met een mooie moraal: echte trouw mag beloond worden, maar van afgedwongen trouw moet je het niet willen hebben. Vrijheid en gelijkheid, ook (of misschien juist) onder de champignons.