Winst ING verhult risico's aan wispelturig rentefront

AMSTERDAM, 3 JUNI. Het grillige renteverloop op de financiële markten is als het water waar Nederland zo vertrouwd mee is. Het water neemt en het water geeft, en zo is het ook met rentebewegingen.

Dat heeft bank-verzekeraar ING in het eerste kwartaal van dit jaar aan den lijve ondervonden. Aan de oppervlake laat de gisteren gepresenteerde nettowinst over het eerste kwartaal een vertrouwenwekkende en comfortabele groei zien: bijna 27 procent tot 501 miljoen gulden. Deze cijfers zijn echter vertekend. Vorig jaar zaten de verliesgevende herverzekeringsactiviteiten van NRG en Orion nog in het eerste kwartaal resultaat. Wie voor de inmiddels afgestoten activiteiten corrigeert, komt nu op een winstgroei van ongeveer de helft.

Daarnaast gaan onder de oppervlakte verrassende en deels onrustbarende verschuivingen schuil. Het meest in het oog springt de verliespost van 99 miljoen gulden op financiële transacties die de bankengroep van ING rapporteert. In het eerste kwartaal van vorig jaar was er nog een positief resultaat van 261 miljoen. Deze omslag van 350 miljoen gulden is zonder precedent onder grote Nederlandse financiële instellingen en overtreft ook ruimschoots de invloed van de historische beurskrach van oktober 1987, toen de aandelenkoersen wereldwijd op een dag met bijna een kwart daalden.

De post financiële transacties is een bonte verzameling van winsten op de handel voor eigen rekening in effecten en valuta's, inkomsten uit minderheidsdeelnemingen en verkopen door vastgoeddochter MBO. Alle reguliere inkomsten zijn het eerste kwartaal in een keer weggevaagd. De zondebok is volgens ING de eigen valuta-arbitrage en een boekverlies op de portefeuille Zuidamerikaans schuldpapier. ING is in dat papier een van de toonaangevende handelaren. Het verlies op deze obligaties was het gevolg van een onverwachte en heftige stijging van de Amerikaanse kapitaalmarktrente in maart. De verwachte rentedaling kwam er niet: de prijzen van Amerikaanse staatsobligaties daalden scherp, de prijzen van het Zuidamerikaans schuldpapier, dat een lagere beleggingskwaliteit heeft, daalden nog veel sterker. Omdat ING op 31 maart deze portefeuille moest waarderen tegen de gekelderde marktprijzen, zit zij met een substantieel verlies. Dat is deels een boekhoudkundige momentopname.

De omslag legt tevens de risico's bloot van de verschuiving die er de laatste jaren in het bankbedrijf heeft plaatsgevonden. Banken hebben zich steeds meer ontwikkeld tot handelshuizen die een ruim scala van steeds ingewikkelder produkten verkopen en verhandelen op financiële markten. Dat brengt de bankensector, ondanks de inzet van hoogwaardige technologie en dito medewerkers, in steeds speculatiever vaarwater.

Het paradoxale bij ING is dat de onverwacht heftige rentebeweging die de obligatiemarkten deed schudden, de bank op een ander front, namelijk het traditionele kredietbedrijf, krachtig in de kaart speelt. Zij slaagde er nog in obligaties uit de beleggingsportefeuille met winst te verkopen. Bovendien had de bank, vooruitlopend op een verwachte daling van de korte rente, zelf extra kortlopend geld aangetrokken ter financiering van de kredietverlening aan bedrijven en woninghypotheken. De tarieven op kredieten en hypotheken liggen een stukje hoger en volgen de kapitaalmarktrente. Het verschil, de rentemarge, is de belangrijkste inkomstenbron van banken. De kortlopende rente daalde conform de verwachting, maar de kapitaalmarktrente steeg veel driester en zorgde voor een “sterke” verruiming van de rentemarge. En als bankiers, doorgaans de meesters van de understatements, het woord sterk gebruiken dan is het niet mis: 28 procent groei van de rentebaten naar 1,65 miljard gulden. Het mooie is dat de rentemarge rustig doortikt en de laatste weken nog ruimer is geworden.

De paradox van de rente geldt het bankbedrijf, maar tussen het bankbedrijf en de verzekeringsactiviteiten bestaat weer een andere paradox. De bank neemt haar boekverliezen op de obligatieportefeuille rechtstreeks in het resultaat. De verzekeraar heeft, als superbelegger in aandelen en obligaties, deze boekverliezen uiteraard ook. Maar de belangrijke (ongerealiseerde) verliezen in aandelen lopen niet via het resultaat, maar worden “simpel” in het eigen vermogen verwerkt, dat dan ook ten opzichte van eind 1993 met 0,8 miljard gulden daalt tot 20,7 miljard per eind maart. Overigens groeide het eigen vermogen in 1993 als geheel nog met 5,9 miljard.

ING plukt in de kwartaalcijfers ook nog de vruchten van een andere boekhoudkundige verschuiving. Na een aantal kwartalen waarin de bank het best presteerde, wint nu de verzekeraar. Voor belastingen verdiende de verzekeraar 46 procent meer (354 miljoen gulden) en de bank 5 procent meer (314 miljoen). De verzekeringswinst is mede gestegen door een vorig jaar ingezette boekhoudkundige wijziging, waardoor startende buitenlandse dochters eerder uit de verliezen komen. Dat was geen water naar de zee dragen.