Vergeef me, vergeet me; Duizeligmakende verhalen van Willem G. van Maanen

Willem G. van Maanen: Vertelde Tijd. Uitg. De Prom, 152 blz. Prijs ƒ 29,50.

Vertelde tijd, de nieuwe verhalenbundel van Willem G. van Maanen, wordt grotendeels verteld door een oudere, nogal onbetrouwbare schrijver, Federkiel genaamd. Deze Federkiel is een wel erg averechtse schrijver, hij snakt ernaar de sporen en de boeken die hij heeft nagelaten, uit te wissen. Hij vermoedt dat hij zulks wil doen uit gebrek aan religieus en historisch besef. “Het kon ook, eenvoudiger, een gebrek aan mededogen of affectie zijn. Hoe dan ook, hij wilde niet voortbestaan, dat was alles.”

Maar het zal ook wel meespelen dat deze Federkiel het schrijven wantrouwt. In het allereerste verhaal al: “De uitdrukking dat een schrijver zijn figuren tot leven brengt gaat voor mij in elk geval niet op: ik moet me juist van ze ontdoen. Ik verwek ze niet, ik dood ze.” Met die bedoeling gaat Federkiel een oude geliefde opzoeken, Ibbi Quintal, om haar te vragen of ze uit zijn geheugen wil verdwijnen - en hij uit het hare. Maar het bezoek emotioneert hem te zeer, zodat hij zich verplicht voelt haar beeld te “begraven in een nieuw verhaal”.

In het allerlaatste verhaal is Ibbi Quintal op haar beurt aan het woord over Federkiel; hij is dood, zij heeft zijn literaire nalatenschap geërfd en krijgt de kans bij alle verhalen in dit boek een postume en dikwijks ontluisterende voetnoot aan te brengen. En vervolgens levert ze de verhalen bladzij voor bladzij aan het vuur uit.

De 73-jarige Willem van Maanen, die vooral bekend is geworden door zijn romans De onrustzaaier (1955) en Helse steen (1970), is een 'writer's writer'. Hij is dat ook letterlijk, hij gebruikt in zijn boek twee schrijvers, Federkiel en Ibbi, om achter hen te verdwijnen. De boekverbranding aan het slot zou wel eens zijn ultieme verdwijntruc kunnen zijn. Vertelde tijd heeft veel weg van een testament.

Het is een tamelijk ingewikkelde verhalenbundel. Om te beginnen maken sommige verhalen al een beetje duizelig door de spiegeleffecten. Het verhaal 'Bespraakte dieren' bijvoorbeeld, waarin Federkiel een geseksualiseerde en geperverteerde variant op de mythe van de drieëenheid creëert. Deze drieëenheid is er een van incest van een moeder met haar tweelingzoons. De moeder speelt voor Leda de zwaan, en neemt één voor één haar tweelingzoons tot zich. In een ander verhaal is een opstijgende zwaan het familiewapen, in een derde verhaal heeft een deurklopper de vorm van een zwaan.

Deze verwijskunde maakt tegelijkertijd het boeiende en het frustrerende van deze bundel uit. Eigenlijk is het geen verhalenbundel, maar een verkapte roman. Niet alle verhaallijnen komen samen, maar ongeveer de helft. Dat maakt dat je je als lezer tegelijkertijd zeer slim en zeer dom voelt. Zo herhaalt zich de drieëenheid van 'Bespraakte dieren' in de verhouding die de tweelingbroers later met hun verpleegster Magdalena hebben; om ze uit elkaar te houden zegt ze tegen de ene broer dat ze Magda heet, tegen de andere dat ze Lena heet. Ze houdt van de ene en neukt met de andere, waarop de andere zelfmoord pleegt en ze van de ene een zoon krijgt die hermafrodiet blijkt, ook weer twee in één.

Ten slotte is de schrijfster van het laatste hoofdstuk, Ibbi Quintal, ooit zo verliefd geweest op Federkiel, dat ze haar borsten operatief wou laten verkleinen om toch maar aan zijn androgyne ideaal te beantwoorden. Drieëenheid, androgynie: je kunt er in deze bundel niet naast kijken. En als de goddelijke drieëenheid niet haalbaar is, dan wil Van Maanen het ook met minder: tweeëenheid is hem al genoeg, het tweelingmotief, het motief van de bloedbroederschap (zie zijn apocriefe uitwerking van de vriendschap tussen Judas en Jezus in het verhaal 'Vriend en vijand'): de wensdroom om met z'n tweeën te zijn, niet met een vrouw, maar met jezelf en je schaduw, het oerverlangen dat je daar genoeg aan hebt. (Als daar een vrouw bij komt, heb je een driehoeksverhouding.)

Terugbladeren

In haar slothoofdstuk haalt Ibbi Quintal nogal wat van het voorgaande onderuit, of voegt er dingen aan toe. In elk geval dwingt ze de lezer om het hele boek nog eens opnieuw te lezen. De verschuivingen die zo ontstaan, zijn boeiend. Een minder geslaagd verhaal als 'Van hogerhand', bijvoorbeeld, wordt door het slotcommentaar van Ibbi Quintal toch nog intrigerend.

Maar ook als je op het einde niet gaat terugbladeren, is duidelijk dat Vertelde tijd vier erg mooie verhalen bevat, de eenvoudigste eigenlijk, 'Veel leven om niets','Voor de rechter van instructie', 'In het museum van de vernietiging' en 'Vriend en vijand'.

'Voor de rechter van instructie' gaat over een jongen wiens moeder zich op de vooravond van zijn zestiende verjaardag, met behulp van stenen, verdrinkt. De moeder laat een briefje na met de woorden: 'Vergeef me. Vergeet me.' De zoon kiest twee van de stenen waarmee ze het gedaan heeft uit. “Ik probeerde me voor te stellen hoe ze op haar graf zouden liggen, vergeef me op de ene en vergeet me op de andere, tot verbazing van iedereen die langsliep.” Eén steen laat hij inderdaad in het crematorium achter, te midden van de verstrooide as van zijn moeder, de andere houdt hij voortdurend bij zich.

Inmiddels wordt hij verleid door het dochtertje van de dorpsdokter. “Wat in de boeken als liefdesspel werd aangeduid ervoer ik als een gevecht op leven en dood.”

Vervolgens neemt een jonge weduwe hem onder haar - ook wel een beetje erotische - hoede. De jonge weduwe heet Ibbi. Op een dag betrapt de jongen haar met een vrachtwagenchauffeur. “Op mijn moeders divan waren Ibbi en de chauffeur gewikkeld in een strijd op leven en dood. Ik kon er maar op één manier een eind aan maken en dat deed ik. Toen mijn rivaal zich oprichtte wierp ik de steen met alle kracht en woede die me bezielden in zijn richting.” De chauffeur is op slag dood en Ibbi neemt de schuld op zich.

Het gekke van deze verhalenbundel is dat je na een paar verhalen ineens gaat doorlezen om te zien hoe het afloopt. Na een goed verhaal heb je immers de neiging het boek dicht te klappen en pas 's anderendaags aan een nieuw verhaal te beginnen. Maar de hier en daar optredende Ibbi is zo intrigerend als femme fatale dat je de andere verhalen er gauw bij neemt, om haar een verhaal verderop weer te ontmoeten. Haar alomtegenwoordigheid in het boek, als noodlot, als verschijning die zich niks aantrekt van eenheid van plaats en tijd, erotiseert de hele bundel. En ze heeft ook nog eens het laatste woord.

Zo bekent ze in haar slothoofdstuk dat de pleegjongen van hierboven tevens haar grote liefde is geweest. Het hele verhaal heeft ze aan Federkiel verteld, en die heeft het zich toegeëigend, zoals andere verhalen van haar. Deze bijna-zoon-bijna-minnaar treedt trouwens nog een paar keer op, maar Federkiel was te jaloers om hem als zodanig herkenbaar te maken. De schrijver heeft hem verdrongen. De hele verhalenbundel komt ermee in het teken van verlangen en onbereikbaarheid te staan. Door alle verhalen van Federkiel spookt deze Ibbi, ook als hij haar uit het verhaal weglaat. En door het hoofd van Ibbi spookt een verhaal van zuivere, seksloze erotiek. En door het hoofd van Willem G. van Maanen spookt de ultieme wensdroom: door een fatale vrouw hoofdstuk na hoofdstuk te worden verbrand - en dat ze bij één hoofdstuk van ontroering even aarzelt.