Verdere uitholling krijgsmacht brengt het land in gevaar

Maandag is het vijftig jaar geleden dat massaal een begin werd gemaakt met de bevrijding van West-Europa. De prijs daarvoor werd door honderdduizenden jonge mensen met hun leven betaald. Door het ontbreken van een weerbaar en eensgezind Europa kregen het extreem-nationalisme en het revisionisme in de jaren dertig een kans. Het Europese systeem van collectieve veiligheid, de Volkenbond, voorzag alleen in schijnveiligheid. Nu, een halve eeuw later dreigt Europa in dezelfde fout te vervallen.

Tussen 1987 en 1990, de periode dat de toenadering tussen Oost en West door tal van wapenbeheersingsakkoorden werd beklonken en Duitsland werd herenigd, vertoonde het aantal conflicten op deze aardbol een dalende lijn. Toen velen dachten dat militaire macht in de internationale verhoudingen nauwelijks nog een factor van betekenis zou spelen, brak het Golfconflict uit. Alleen dankzij het Amerikaanse leiderschap en de beschikbare militaire capaciteit kon Saddam Hussein uit Koeweit worden verdreven. Niettemin werd de afgelopen jaren in alle Westeuropese landen fors het vredesdividend geïnd. De Nederlandse defensiebegroting is sinds 1990 met zo'n 20 procent gedaald. Voor de oude 'zekerheid' van de Koude Oorlog, zo blijkt elke dag, zijn echter nieuwe gevaren in de plaats gekomen. Verontrustend is dat sinds 1991 het aantal conflicten drastisch stijgt.

Vanaf 1945 hebben zo'n 150 brandhaarden op deze wereld aan 23 miljoen mensen het leven gekost. Het conflict in Afghanistan (1978-1991) alleen al kostte aan 1,5 miljoen mensen het leven. Het aantal slachtoffers dat elk jaar te betreuren viel, bedroeg in de afgelopen vijftig jaar het dubbele van dat in de negentiende eeuw en was op jaarbasis zelfs zeven keer groter dan het aantal oorlogsslachtoffers in de achttiende eeuw. Niet alleen het grote aantal conflicten in de twintigste eeuw is de oorzaak van deze grote verschillen, maar ook de toename van de bevolking, de verstedelijking en de toenemende vernietigingskracht van het wapentuig. Daarenboven vallen nu niet meer de meeste slachtoffers onder de militairen, maar onder de burgerbevolking.

In tegenstelling tot voor 1945, vonden na de Tweede Wereldoorlog bijna alle conflicten in de Derde Wereld plaats. Hieraan kwam in 1991 een eind. Van de dertig oorlogen worden er momenteel zes op het Europese continent uitgevochten. Conflicten ver van huis als in Tadzjikistan, Armenië, Moldavië en Georgië lijken ons niet direct te raken, maar dit verandert al met de oorlog in het voormalige Joegoslavië. En wat gebeurt er als tussen Griekenland en Albanië een gewapend conflict uitbreekt?

De oude Sovjetdreiging die voor het hechte cement tussen de lidstaten van de NAVO zorgde, is verdwenen. Renationalisatie en eigenbelang zijn ervoor in de plaats gekomen. Ondanks het feit dat Amerika de Europese landen - als gevolg van een gebrek aan eigen verdedigingsvermogen - deze eeuw driemaal te hulp heeft moeten komen, is er van een coherent Europees veiligheidsbeleid nog steeds geen sprake, om van een gemeenschappelijk defensiebeleid maar niet te spreken. West-Europa verkeert nu nog in een 'vredige luxe' die, als er geen effectieve maatregelen worden genomen, meer schijn dan werkelijkheid zal blijken te zijn.

De Akkoorden van Helsinki, noch het Handvest van Parijs zijn toereikend gebleken om het uitbreken van etnisch of nationalistisch geweld te voorkomen. Ook het nieuwe Stabiliteitspact van de Franse premier Balladur zal aan deze situatie niets veranderen. Dergelijke akkoorden en overeenkomsten zijn diplomatieke exercities waar in het Westen groot belang aan wordt gehecht, maar die in de praktijk zo blijkt telkens weer, alleen tot schijnzekerheid leiden. Behalve papieren akkoorden, waarvan de naleving niet kan worden afgedwongen, blijft in geval van nood daarom te allen tijde een toereikende defensie noodzakelijk. Politieke spierballentaal tegen agressors, zo leert de historie, is alleen geloofwaardig als dit wordt gecombineerd met militaire macht.

Ook in Nederland staat de defensie onder druk. In de afgelopen kabinetsperiode werd circa 9 miljard op defensie bezuinigd. Er is meer oog voor de korte termijn, die er volgens sommigen niet zo somber uitziet, dan voor de lange termijn die helaas vele onzekerheden kent. Hoe loopt het in Rusland af? Zal het democratiseringsproces in Centraal- en Oosteuropa slagen? Komt er ooit vrede in het voormalige Joegoslavië? Hoe zal het de Baltische Staten vergaan? Wat is het westerse antwoord op het oprukkende fundamentalisme? Wat gebeurt er als de arme Derde wereldlanden hun zorgvuldig opgebouwde wapenarsenalen tegen het rijke Westen dreigen in te zetten? Kortom, voldoende redenen om de krijgsmacht voor verdere financiële aanslagen te behoeden. Verdere bezuinigingen tasten de capaciteit aan om in de hiervoor geschetste scenario's te kunnen optreden. Nieuwe bezuinigingen zullen zeker consequenties moeten hebben voor de bijdrage van Nederland aan VN-vredesoperaties. Deze geldverslindende operaties, die sinds 1991 een extra aanslag op de defensiebegroting vormen, brengen het herstructureringsproces ernstig in gevaar. De investeringen die hiervoor noodzakelijk zijn moeten daardoor op de lange baan worden geschoven. Investeringsstops en beperking van oefeningen leiden vervolgens tot erosie van de algemene verdedigingstaak van de krijgsmacht.

Als toch onvoldoende middelen ter beschikking worden gesteld, ligt een verdere afslanking van de krijgsmacht voor de hand. Na België lijkt Nederland dan de internationale trendsetter te worden. Daar waar Zweden zijn defensiebegroting heeft verhoogd, Frankrijk op de rem trapt, in Canada aanbevolen wordt om de personele omvang te vergroten, Groot-Brittannië meer eenheden paraat stelt en Russische topmilitairen bijna op een verdubbeling van de defensiebegroting aandringen en bovendien het CSE-verdrag ter discussie stellen, lijkt in Nederland de internationale veiligheid een ondergeschikt punt op de politieke agenda te worden.

Nationale en internationale veiligheid raken meer dan voorheen met elkaar verstrengeld. Wanneer de instabiliteit aan de rand van het NAVO-gebied toeneemt en zelfs NAVO-lidstaten als Griekenland en Italië een bedenkelijke nationale politiek gaan voeren, zal dit op den duur ook repercussies hebben voor onze nationale veiligheid. Nu de Europese Unie ook op veiligheidsgebied verantwoordelijkheid wil dragen, geven de Verenigde Staten haar graag die ruimte. Als de Westeuropese landen hierop reageren met verdere bezuinigingen op hun defensie, zullen ze vanzelf de rekening gepresenteerd krijgen. Op de politieke partijen die graag willen gaan regeren rust dan ook een speciale verantwoordelijkheid. Dat geldt in het bijzonder voor de PvdA die in de komende kabinetsperiode nog eens 1,4 miljard gulden op onze veiligheid wil beknibbelen.

Wie vandaag de dag nog meer op defensie wil korten, neemt een onverantwoord voorschot op onze veiligheid van morgen.