Svetlanov beter op dreef bij Ravel dan bij Amerikanen; Een flonkerend kleurenpalet

Concert: Residentie Orkest o.l.v. Evgenii Svetlanov met Jeffrey Siegel (piano). Programma: werken van Bernstein, Gershwin, Franck en Ravel. Gehoord: 2/6, Dr Anton Philipszaal, Den Haag. Herhaling: 3/6, aldaar.

Kan de Russische dirigent Evgenii Svetlanov de musici van zijn Residentie Orkest laten swingen? Afgaand op het concert gisteravond in de Haagse Anton Philipszaal moet op die vraag een ontkennend antwoord volgen. 'Swing' is een lastig te omschrijven spel met puls en ritmiek waarbij het metrische zwaartepunt niet precies òp de tel ligt, maar er vlak in de buurt - ongeveer zoals een vette knipoog zich verhoudt tot een fijntjes krullende mondhoek.

Als 'swing' een soort dubbele bodem in de muziek is, dan houdt Svetlanov van recht door zee. De tintelende ritmes in Leonard Bernsteins ouverture Candide verstarden onder zijn greep. Hij sloeg hoekig, bracht geforceerde en te luide accenten aan en kwam in zijn poging tot souplesse nogal krampachtig over. De voor Bernstein zo typerende ironie veranderde daardoor in banaliteit.

Ook in het Pianoconcert dat George Gershwin een jaar na zijn succesvolle Rhapsody in Blue uit 1924 schreef, ontbrak het jazzy levensgevoel van de roaring twenties. De Amerikaanse pianist Jeffrey Siegel had duidelijk meer voeling met deze klankwereld dan Svetlanov; met brede armgebaren en wippend op zijn kruk trachtte hij beweging te krijgen in het concert. Siegels spel was eendimensionaal, maar effectief. Dat hij geen enkele moeite deed de subtiliteit van zijn toucher uit te tillen boven het niveau van een cafépianist, sprak eigenlijk alleen maar in zijn voordeel.

Het Amerikaanse deel van het programma kreeg een wat onlogisch vervolg met het symfonisch gedicht Psyché van César Franck en Ravels Suite nr 2 uit Daphnis en Chloé. In deze stukken kon Svetlanov de noten zonder voorbehoud mooi, heel erg mooi laten klinken. En dat was wat hij deed. De trage golfslag van aanzwellende en wegebbende harmonieën waarmee Franck de antieke fabel van Psyche en Eros verklankte, werd breed uitgesponnen zonder te gaan vervelen.

Als Svetlanov de orkestklank tot in de perfectie kan modelleren, zoals in het uittreksel uit het ballet Daphnis en Chloé, is hij op zijn best. Mooi opgebouwde crescendi, een flonkerend kleurenpalet en een naadloze afstemming tussen de instrumentgroepen waren de kenmerken van zijn Ravel-vertolking. Terecht speelt het Residentie Orkest tijdens het eenmalige concert op 10 juni in het Amsterdamse Concertgebouw wel Franck en Ravel, maar moeten de Amerikaanse componisten plaats maken voor Miaskovski van wie de vijfentwintigste symfonie zal klinken.