Rentestijging beïnvloedt verhoudingen

AMSTERDAM, 3 JUNI. De vrije marktbewegingen van valutakoersen en rentevoeten bleven, deels in onderlinge samenhang, andere wegen volgen dan economische theorie en deskundig oordeel leken aan te geven.

Zo liep de dollarkoers na een herstel in de eerste helft van mei (tijdelijk opgebeurd door officiële interventies) nadien weer met enkele centen terug naar 1,84 gulden. Dit beloop wijkt af van de veronderstelling dat bij een actief sterke economische groei in de VS de daar door te voeren verhogingen van de korte rente, tegenover de renteverlagingen in Duitsland, de dollarkoers op een stijgende trend zouden brengen. Dit verband wordt evenwel doorkruist door de voorzichtige aanpak van de Fed. De in februari-april doorgevoerde verhogingen van de geldmarktrente met steeds 0,25 procentpunt wisten de markten niet te overtuigen. Daardoor bleef de verwachting bestaan dat de economische expansie onder een bijkans volledige bezetting weer tot versnelde inflatie zou leiden. Ook de op 17 mei doorgevoerde verhoging van het disconto en de Federal funds rate met een half procentpunt kon geen soelaas brengen. Dit betekent dat de renteverhoudingen, en de voor inflatieverwachtingen gecorrigeerde reële renteverhoudingen, zich minder in Amerikaans voordeel wijzigden. Tegelijkertijd verslechterde het betalingsbalanstekort op de lopende rekening door de robuuste economische groei aanzienlijk. Dat laatste komt op sprekende wijze tot uiting in aanhoudende handelspolitieke strubbelingen met Japan. Hierbij komt dat de rente-ontwikkeling aan de Europese kant, zoals overwegend door Duitse disposities bepaald, voor de DM-dollarverhouding in dezelfde richting werkt.

In Duitsland blijft de aanhoudend sterke expansie van de monetaire doelgrootheid M3 (op jaarbasis ten opzichte van de referentieperiode zelfs 15,8 procent) grenzen stellen aan de mogelijkheden voor verdere korte-renteverlaging. De Bundesbank heeft laten weten dat onder de huidige omstandigheden een verdere verlaging van de tarieven er voorlopig niet inzit. Wel worden de verlagingen van het essentiële Repo-tarief, zij het in beperkte omvang, voortgezet: op 1 juni nog met 5 basispunten tot 5,15 procent. Er is nog enige ruimte aanwezig boven het disconto van 4,5 procent. Maar ook in het Duitse geval wekt het streven naar een zo laag mogelijke korte rente twijfel aangaande de veelbeleden prioriteit van inflatiebestrijding. Ook heeft zich, bij hoger gestemde groeiverwachtingen, een averechtse stijging van de kapitaalmarktrente voortgezet. Bij een inflatie van inmiddels 2,9 procent - later in het jaar wellicht teruglopend tot 2,5 procent - kan van een voelbare reële-rentestijging aan Duitse zijde worden gesproken. Aldus wist de mark haar positie ten opzichte van de andere valuta's te verbeteren. Binnen het wisselkoersmechanisme van het EMS bleek het mogelijk de onderlinge bewegingen van de valuta's van het D-markblok bij voortduring binnen nauwe grenzen te houden. Andere munten hebben daarentegen bij tijd en wijle te lijden onder politieke en economische zorgen of onder de vermoedens dat de autoriteiten onvoldoende 'commitment' hebben om de wisselkoers te stabiliseren. De Griekse drachme wist met behulp van interventies en zeer hoge daggeldtarieven (tijdelijk 500 procent en nu rond 100 procent) een aanval te doorstaan. Maar de Portugese escudo is ondanks het in stelling brengen van rentemaatregelen opnieuw verzwakt en ook de koers van de Soaanse peseta kalfde af.

Bron: Economisch Bureau ING Groep