Procureurs betwisten elkaar de macht over IRT's

In de IRT-affaire brak oorlog binnen de politie uit. Nu blijkt dat ook de top van het openbaar ministerie verwikkeld is geraakt in een slag om de macht.

DEN HAAG, 3 JUNI. “Er gaat de laatste tijd geen dag voorbij of er is wel weer een nieuw probleem dat we moeten oplossen”, verzucht een topfunctionaris binnen het openbaar ministerie. Vooral de laatste anderhalve week waren voor de leidinggevenden van het vervolgingsapparaat verwarrende dagen.

Het begon met de reguliere vergadering die de vijf procureurs-generaal vorige week woensdag hielden op het ministerie van justitie. Die dag verliep vooral vervelend voor de Amsterdamse procureur-generaal mr. R.J.C. van Randwijck. Tijdens een schorsing van de vergadering kreeg hij een brief van minister van justitie Hirsch Ballin in handen gedrukt, die 's middags naar de Tweede Kamer zou worden gestuurd - 's avonds zou de Kamer het spoeddebat over de IRT-zaak houden dat Hirsch Ballin en Van Thijn noodlottig werd.

In het schrijven werd vastgelegd dat de Bossche procureur-generaal Gonsalves het toezicht kreeg op alle zes interregionale rechercheteams. Voor het ressort Amsterdam betekende dit dat de hoofdofficier van justitie in Amsterdam, Vrakking, over het werk van de twee IRT's in Amsterdam zou gaan rapporteren aan de Bossche procureur-generaal Gonsalves. “Het toezicht van de Amsterdamse procureur-generaal op de taakvervulling gaat over op de procureur-generaal in Den Bosch”, schreef de minister.

De minister van justitie had dit op het laatste moment in zijn brief vastgelegd om de Kamer alsnog duidelijk te maken dat hij wel degelijk met de vuist op tafel had geslagen na de functioneringsgesprekken met de top van het OM in Amsterdam. Kijk maar: Van Randwijck en Vrakking werden immers alsnog onder een zekere vorm van curatele geplaatst. Na het overhandigen van die brief werd de PG-vergadering voortgezet zonder Van Randwijck, die aan vergaderen even geen behoefte meer had. Van Randwijck was stomverbaasd en beledigd dat hij alsnog via een disciplinaire maatregel werd gedesavoueerd terwijl Hirsch Ballin eerder de Kamer had laten weten dat de Amsterdamse procureur-generaal spijt betuigd had en er nu alles aan zou doen om de bestrijding van de georganiseerde misdaad in zijn ressort goed te regelen.

Binnen 48 uur ontstond echter een compleet nieuwe situatie. Nadat de Tweede Kamer, geïrriteerd over de brief van Hirsch Ballin, in een straffe motie had vastgelegd dat de minister van justitie en zijn collega van binnenlandse zaken zich niet meer met nieuw beleid over de strijd tegen georganiseerde misdaad mochten bemoeien, zag de vleugellamme Hirsch Ballin er niets in nog langer aan te blijven. In een klein koningsdrama sleepte hij Van Thijn mee in zijn val.

Jongstleden maandag meldde zich een nieuwe demissionaire minister, Kosto, op het departement van justitie. Op een extra vergadering werden de PG's officieel aan hem voorgesteld. In de bespreking die de PG's vervolgens hielden was de stemming onbehaaglijk. Zij verschilden onderling van mening over hun taakverdeling. Was Gonsalves nog altijd de formeel aangewezen leider van de verzamelde IRT's? Nee, afgesproken werd dat Van Randwijck werd gerehabiliteerd: hij bleef de baas over zijn twee Amsterdamse IRT's. En over de toekomstige inkleding van het portefeuillehouderschap zware criminaliteit werd afgesproken dat Gonsalves een discussiestuk zou opstellen.

Deze nota-Gonsalves, die door het hoofd van het Projectburo Georganiserde criminaliteit van het ministerie van justitie mr. P. van de Beek eergisteren werd rondgestuurd aan de top van het openbaar ministerie, is onder de meeste PG's en een aantal hoofdofficieren van justitie slecht gevallen. Gonsalves gaat nu namelijk zelfs nog verder dan de plannen die Hirsch Ballin in zijn controversiële brief aankondigde over de spilfunctie die de Bossche PG zou moeten innemen bij de aanpak van de zware criminaliteit. Alle IRT's, alle hoofdofficieren van justitie die over de IRT's gaan, alle regionale criminele inlichtingendiensten en een nog te vormen landelijk opsporingsapparaat komen direct onder Gonsalves te vallen.

Nog afgezien van het feit dat Gonsalves zijn collega's hiermee een interessant deel van hun portefeuille afneemt, zijn de nu voorgestelde maatregelen volgens zijn collega's ook onwerkbaar. Hoe kan de PG in Den Bosch nu zaken doen met bij voorbeeld een korpschef in Groningen die hij nauwelijks kent, vragen zij zich af. Zulke zaken kunnen beter per ressort worden geregeld.

Dat iedere PG een portefeuille beheert, zoals de PG in Leeuwarden dr. D.W. Steenhuis bijvoorbeeld over het verkeer gaat en de Haagse PG mr. W. Sorgdrager over fraude, vinden de procureurs-generaal wel een goede werkverdeling. Maar zo'n portefeuillehouderschap betekent volgens hen alleen dat ze “de eenheid van het landelijk beleid” op een bepaald rechtsgebied in de gaten houden en niet dat ze ook in het hele land met alle betrokken functionarissen rechtstreeks zaken gaan doen.

In Den Bosch denken ze daar evenwel anders over. Gonsalves voelt zich immers gesteund door de plannen van het ministerie van justitie dat via een nieuwe organisatie een efficiëntere aanpak van de zware criminaliteit mogelijk wil maken. De Bossche PG, die met ruim acht dienstjaren bovendien verreweg de langst zittende procureur-generaal is, heeft zich de afgelopen jaren verzekerd geweten van de steun van Hirsch Ballin. Als crime fighter kon hij het uitstekend vinden met de bewindsman die de aanpak van de georganiseerde misdaad tot “speerpunt” van zijn beleid maakte.

Het conflict tussen de PG's is een direct gevolg van de IRT-affaire. Na de politietop is het per definitie al onafhankelijk opererende openbaar ministerie terechtgekomen in een strijd om de zeggenschap. Daarbij komt dat het ministerie van justitie momenteel in een machtsvacuüm verkeert. De nieuwe minister heeft geen beleidsruimte op het terrein van de zware criminaliteit en voor de PG's is dit het ideale moment om paaltjes te slaan.

Daar komt bij dat de discussie over de toekomstige organisatie van het openbaar ministerie volgende week woensdag een nieuwe impuls krijgt als de commissie Donner - die het functioneren van het OM heeft onderzocht - haar rapport zal uitbrengen. De commissie zal met aanbevelingen komen over een betere inrichting van de organisatie. Op het ministerie van justitie wordt ervan uitgegaan dat de commissie onder andere zal voorstellen dat de procureurs-generaal niet langer een regionale functie moeten krijgen maar een beleidsinhoudelijke taak. In dat geval zouden de procureurs-generaal allemaal als college zetelen op één plek. Die aanbeveling strookt dan voorbeeldig met de departementale voornemens.

De procureurs-generaal verschillen nu van mening over de vrijheid die ze hebben om onderling een nieuwe organisatie af te spreken. De meeste PG's vinden dat er eerst gewacht moet worden op de Kamerbehandeling van het rapport-Donner. Grote veranderingen in de organisatie zouden volgens hen bovendien niet kunnen worden doorgevoerd zonder wettelijke wijzigingen. In de Wet op de Rechterlijke organisatie staat immers dat de procureurs-generaal volledig verantwoordelijk zijn voor alles wat er in hun rechtsgebied gebeurt.

Een enkele PG neemt een tussenpositie in. “Met grote strategische veranderingen kunnen we beter wachten op een nieuwe minister van justitie en de wensen van de Kamer. Maar we kunnen ook niet zeggen: we zetten Nederland voorlopig maar even stil. De verkoop moet toch gewoon doorgaan.”