Politiek erfgoed beheerst de Euroverkiezingen in Spanje

MADRID, 3 JUNI. De verkiezingen mogen dan wel Europees zijn, de spoken die de afgelopen weken door Spanje waarden waren onmiskenbaar Spaans. Het was het spook van Franco, opgeroepen door een van de Euro-kandidaten van de rechtse oppositiepartij Partido Popular (PP) en vervolgens zorgvuldig door de sociaal-democratische regeringspartij PSOE gebruikt om de kiezers schrik aan te jagen. En het was het spook van de ETA, de Baskische terreurorganisatie die met een aantal aanslagen zijn eigen campagne kracht bij zette.

De Europese verkiezingen die volgende week zondag worden gecombineerd met de verkiezingen in de autonome regio Andalusië worden eerst en vooral gezien als een politieke graadmeter voor de overlevingskansen van het aangeslagen minderheidskabinet van de premier Felipe González. De rechtse oppositie onder leiding van José Maria Aznar benutte de corruptieschandalen van de afgelopen maanden om de kiezers op te roepen een duidelijk signaal af te geven. En hoewel enquètes er tot nu toe op wijzen dat de schade voor de regerende PSOE meevalt, deed de sociaal-democratische PSOE een beroep op het beproefde middel om de PP tot erfopvolger van de vroegere dictator Franco uit te roepen.

Die suggestie wierp tijdens de landelijke verkiezingen van vorig jaar zijn vruchten af. De toestand van de regeringspartij is sindsdien alleen maar verslechterd. Afgezien van de stroom schandalen, is het aantal werklozennog steeds het hoogste van Europa, dreigen een aantal grote fabrieken te sluiten en is de populariteit van premier Felipe González op een historisch dieptepunt aangeland.

Groot was dan ook de dankbaarheid in het sociaal-democratisch kamp toen de nummer drie op de Europese lijst voor de PP, de jeugdige Mercedes de la Merced (33) publiekelijk een lans brak voor het beleid van de vroegere Caudillo. In een portretterend interview betoogde De La Merced dat onder Franco een basis was gelegd voor de sociale zekerheid, pensioenregelingen en huisvestingsprojecten. Over de kwestie van democratische vrijheden onder de dictator liet de Euro-kandidate zich in aanmerkelijk vagere bewoordingen uit. Ze had de periode-Franco nooit zo bewust meegemaakt, vandaar.

Daar wisten de politieke rivalen van de PP wel raad mee. De sociaal-democraten die behalve door de corruptieschandalen ook geteisterd worden dooronderhuids borrelende partijtwisten, opende frontaal de aanval door de rechtse oppositie voor fascistisch uit te maken. Ook de Catalaanse nationalisten die de minderheidsregering van González steunen, zagen hun wantrouwen jegens de centralistische partij van Aznar nog eens bevestigd. Kandidate De La Merced denderde in hetzelfde gesprek ook door de porceleinkast van Spanjes regionale verhoudingen. Was het niet zorgelijk, zo deed ze haar beklag, dat straks de Guardia Civil in Catalonië onder direct bevel kan komen te staan van de nationalistische Catalaan Jordi Pujol. En in de toekomst kan hij zelfs worden opgevolgd door “een of andere gek”, aldus De La Merced.

Niet erg handig van de Eurokandidate, die enkele dagen later toe moest geven dat de uitlatingen over Franco (en kennelijk niet over Catalonië) “ongelukkig” waren geweest. De PP-kiezers dachten er niettemin anders over, want de aanwezigheid van Mercedes de la Merced staat sinds het gewraakte vraaggesprek garant voor enthousiaste menigten die haar naam scanderen. Partijleider Aznar droeg verder bij aan het klimaat van wederzijdse scheldkannonades door de regeerstijl van Spanjes premier uit te maken voor “dictatoriaal en Cesaristisch”.

Voor een waar klimaat van terreur zorgde de Baskische ETA. Drie gemaskerde ETA-leden voerden vorige week zaterdag campagne door op een bijeenkomst van Herri Batasuna, de politieke arm van de ETA, een Spaanse vlag in de brand te steken. De volgende dag werden in Baskenland twee tasjesbommen geplaatst. De explosies troffen toevallige passanten: een bejaarde man raakte beide handen kwijt, een vrouw verloor bij het oppakken van het tasje een linkerhand, haar dochter raakte ernstig gewond in haar gezicht. In Madrid schoot een ETA-commando woensdag een infanterie-generaal dood, waarvan het gezin kort geleden de moeder had verloren. De terroristen lieten vervolgens hun vluchtauto met een bom achter voor de deur van een kindercrèche. Bij de explosie die volgde, vielen geen slachtoffers.

In dit klimaat speelde het inhoudelijke debat over Europa tot nu toe een ondergeschikte rol. Het televisie-debat tussen de twee belangrijkste Euro-lijstaanvoerders, ex-minister Fernando Morán (PSOE) en ex-Euro commissaris Abel Matutes (PP) verzandde in een saai toneelstukje, waarbij de doorgewinterde politici elkaar vooral met onduidelijk cijfermateriaal te lijf gingen. De elegante multi-miljonair Matutes liet zich daarbij wat kritischer uit over Europa dan zijn socialistische tegenhanger. “Europa crëert banen ten koste van Spanje”, aldus Matutes. Binnen zijn partij bestaat eveneens een grote terughoudendheid ten opzichte van het regionalisme dat door economische steun vanuit Brussel gevoed wordt.

Meevaller voor de regerende PSOE was het goede nieuws dat deze week uit Brussel kwam. De Europese commissaris Bruce Millan maakte woensdag bekend dat Spanje de komende vijf jaar kan rekenen op ruim 26 miljard ecu aan regiosteun, het grootste bedrag dat ooit werd toegekend aan een lidstaat van de Europese Unie. Een opsteker van belang, want het sterk ontwikkelde Europa-gevoel van de Spanjaarden begon de afgelopen maanden wat af te kalven onder invloed van een aanhoudende stroom negatief Euro-nieuws: ontevredenheid om de toedeling van de Euro-instituten, ruzie om de visserij, dreigende verschuiving van het zwaartepunt van de Unie naar het noorden door de uitbreiding van de Unie en de daaruit volgende verslechterde relatie met Duitsland, pleitbezorger van die uitbreiding.

Dat Europa in Spanje inhoudelijk zo weinig discussie oproept is opmerkelijk aangezien de Europese belangen van Spanje in de Unie aan het verschuiven zijn. Europa vormde tot dusver een van de pijlers onder het beleid van premier Felipe González en er waren dan ook weinig landen te vinden die zich meer committeerden aan het Europese project dan Spanje. De laatste maanden bevindt Spanje zich echter - niet zelden tot de eigen verbazing - in het gezelschap van traditionele dwarsligger Groot Brittannië als het Europese kwesties betreft.

De twee schiereilanden zochten elkaars steun toen in maart de toetreding van de Scandinavische landen en Oostenrijk aan de orde kwam. Een opstelling die vooral in Duitse en Franse kring veel kwaad bloed heeft gezet. En ook bij de opvolging van Jacques Delors als voorzitter van de Europese Commissie varen Madrid en Londen een gemeenschappelijke koers, zo wist het dagblad El País deze week te melden: beide landen steunen de kandidatuur van Ruud Lubbers. Het isolement in Europees verband dat hier uit kan volgen, heeft in de verkiezingsstrijd tot dusver geen rol van betekenis gespeeld.