Nederlands Dans Theater 1 herdenkt Mondriaans dood; Toenadering via de tafelrand

Gezelschap: Nederlands Dans Theater 1. Nieuwe werken: Compositie, choreografie: Hans van Manen, muziek: John Adams, Morton Feldman, decor en kostuums: Keso Dekker, licht: Joop Caboort. Tiger Lily, choreografie: Jiri Kylián, muziek: John Cage, Anton Webern, György Kurtág, J.S. Bach. Decor en licht: Michael Simon, kostuums: Joke Visser. Begeleiding: Arnold-Quartett en de Deutsche Kammer-philharmonie olv Ivan Alexander. Gezien: 2 juni, Muziektheater Amsterdam, daar nog te zien 4, 5 en 7 juni. Verder 8 t/m 11 juni Den Haag.

Het Nederlands Dans Theater brengt tijdens het Holland Festival een Mondriaanprogramma, dat bestaat uit twee oude en twee nieuwe werken van de vaste choreografen Jiri Kylián en Hans van manen. Squares, gemaakt in 1969, bezorgde Van Manen toen al de titel 'Mondriaan van de dans', door het gebruik van de mogelijkheden en beperkingen van een binnen de toneelruimte opgesteld vierkant. Kyliáns No more Play (1988) sluit met zijn uitgelichte, in de ruimte verschuivende rechthoekige vlakken eveneens goed aan bij de kenmerken van Mondriaans befaamde schilderstukken.

Minder makkelijk is de Mondriaan-connectie te leggen in de nieuwe werken van beide choreografen. Hoewel, Compositie van Van Manen heeft een glasheldere constructie, zeer herkenbare rechte lijnen en een herkenbare vlakverdeling. Twee schuin geplaatste, de ruimte in twee gelijke vlakken verdelende blanke, houten tafels en rechte stoeltjes zonder leuning dwingen de acties van de acht dansers tot parallel lopende diagonalen.

Ook nu toont Van Manen zich weer een meester in het weglaten van al het overbodige, om tot de essentie te komen van wat hij te zeggen heeft, en dat gaat, Mondriaanherdenking of niet, altijd over de relaties tussen mensen, over ruimte, tijd, vorm.

Vanaf de eerste stap die de dansers op het toneel zetten is de onderhuidse spanning in die relatie evident en ontwikkelt zich het eeuwige spel van uitdagen, aantrekken en afstoten. De tafelbladen bieden afstand, de randen de mogelijkheid elkaar te benaderen. Compositie verrast door het doorbreken van de aanvankelijke relativerende afstandelijkheid. Bijna ongemerkt maakt een paar zich van de tafels los, het ontdoet zich wat aarzelend van de fraaie, elegant zwarte kleding (evenals het decor, van Keso Dekker) en geeft zich figuurlijk aan elkaar bloot. Er ontstaat een prachtig verstild duet, dat de toekijkende anderen volledig buitensluit en waarin alles zich concentreert op de aandacht voor elkaar. Als de anderen ten slotte hun voorbeeld willen volgen en zich ook van hun 'omhulsel' ontdoen wordt duidelijk dat het simpele nadoen van iets niet wil zeggen dat dan ook begrepen is waar het werkelijk om gaat.

Daarmee heeft Van Manen weer eens feilloos en met een onontkoombare directheid een niet aan tijd en mode gebonden statement neergezet. Zijn danstaal is vertrouwd, nou en - want het is van fenomenale klasse, evenals de uitvoering, speciaal van Fiona Lummis en Jorma Elo.

Met Jiri Kyliáns nieuwe Tiger Lily weet ik eigenlijk niet goed raad. Het is een zeer complex, in vele opzichten intrigerend werk met veel meer agressie en machteloze wanhoop dan we van Kylian gewend zijn. Het nerveuze lachen en de uitgestoten kreten van de dansers komen nogal overbodig en geforceerd over, evenals het gemanoeuvreer met vloerdelen, plakstroken en achterdoeken. Het is of de maker zich dwingt te zoeken naar nieuwe expressiemogelijkheden, maar zijn ideeënstroom nog niet heeft uitgekristalliseerd. De eenzame boe-roeper aan het eind kreeg - terecht - geen navolgers, daarvoor heeft het werk toch te veel kwaliteit, maar ik kreeg wel het idee dat het publiek danig in verwarring was gebracht en het applaus dan ook vooral voor de bevlogen prestaties van de dansers en musici was bedoeld.