Mandela zinspeelt op referendum blanken over eigen thuisland

JOHANNESBURG, 3 JUNI. De Zuidafrikaanse president Nelson Mandela heeft gisteren gezinspeeld op de mogelijkheid van een referendum onder blanke Afrikaners om de steun te peilen voor een blank thuisland.

In een vraaggesprek met het persbureau Reuter zei Mandela: “De blanken, de Afrikaners, zullen moeten stemmen, want als we de zaak aan de hele bevolking voorleggen hebben ze een excuus om te zeggen: Nee, andere gemeenschappen hebben over ons beslist.”

Mandela's uitlatingen kwamen als een verrassing, omdat het ANC voor de verkiezingen een blank referendum over een 'volksstaat' altijd van de hand heeft gewezen. Het ANC ging wel akkoord met de stichting van een Volksstaatraad. Deze raad moet plannen voorleggen aan de grondwetgevende vergadering, die bestaat uit de beide kamers van het Zuidafrikaanse parlement en een definitieve grondwet voor Zuid-Afrika moet opstellen, met betrekking tot een blanke volksstaat. Die raad is inmiddels in het leven geroepen door oud-generaal Constand Viljoen, die met zijn Vrijheidsfront in de verkiezingen meer dan 600.000 stemmen behaalde.

Mandela's woordvoerder zwakte de woorden van de president vanmorgen af. De president zou slechts hebben gesproken over “één van de vele opties die nog steeds besproken moeten worden”. Het idee van een referendum was volgens de woordvoerder “niet meer dan een voorbeeld”. In het vraaggesprek ging Mandela echter diep in op de volksraadpleging. “Wij willen dat niemand eraan twijfelt dat wij zullen doen wat de gemeenschap wil dat wij doen.”

De uitlatingen volgen op gesprekken die Mandela de afgelopen weken heeft gevoerd met rechtse leiders over hun ideaal van een volksstaat. Ook Ferdi Hartzenberg van de Konservatieve Partij, die weigerde deel te nemen aan de verkiezingen, kwam enkele keren op bezoek. Mandela heeft meermalen verklaard dat hij omwille van “nationale verzoening” zoveel mogelijk Afrikaners bij de nieuwe democratie wil betrekken.

Tot nu toe wil de regering echter niet tegemoetkomen aan de eis van rechtse Afrikaners dat hun aanhangers amnestie krijgen voor politieke misdaden. Hartzenberg onderhandelde gisteren met de minister van justitie, Dullah Omar, over amnestie voor 35 leden van de Afrikaner Weerstandsbeweging (AWB). Zij worden verantwoordelijk gehouden voor de bomaanslagen aan de vooravond van de verkiezingen in en om Johannesburg, waarbij negentien doden en tweehonderd gewonden vielen. Omar liet blijken dat hij de einddatum voor amnestie voor politieke misdaden die is vastgelegd in de grondwet, 6 december 1993, niet wil veranderen.

Met een nieuwe amnestiewet wil Omar vrijwaring koppelen aan openbaarmaking van de misdaden voor een 'commissie van waarheid en verzoening', naar het voorbeeld van Chili na het generaalsbewind. De minister waarschuwde “dat niet moet worden aangenomen dat de definitie van politiek gemotiveerde overtredingen ruim genoeg zal zijn voor Derby-Lewis en Waluz”. Deze zijn ter dood veroordeeld voor de moord op ANC-leider Chris Hani in april vorig jaar en worden door rechtse blanken gezien als hun belangrijkste martelaren van de strijd tegen een zwart meerderheidsbewind.

Volgens het Zuidafrikaanse weekblad The Weekly Mail heeft de Goldstone-commissie, die onderzoek doet naar politiek geweld in Zuid-Afrika, bewijzen dat de minister van politie van de provincie KwaZulu/Natal, Celani Mtetwa, betrokken is geweest bij wapensmokkel. Mtetwa, een prominent lid van de Zoeloe-beweging Inkatha van Mangosuthu Buthelezi, zou samengewerkt hebben met leden van de Zuidafrikaanse politie om Inkatha aan wapens te helpen voor zijn conflict met het Afrikaans Nationaal Congres (ANC) van Nelson Mandela. Sinds 1990 zijn ten minste 15.000 mensen in Zuid-Afrika door politiek geweld om het leven gekomen. (Reuter)