Kleur en zwart-wit zijn verschillende talen; Gesprek met striptekenaar Lorenzo Mattotti

De Franse Italiaan Lorenzo Mattotti, die in Haarlem geëerd wordt met een retrospectief, is beroemd door zijn experimenten met kleur en verhaaltechnieken. “Ik bewandel de lijn tussen het logische en het irrationele.”

Tentoonstelling Lorenzo Mattotti. Haarlem, Vleeshal, Grote Markt. Ma. t/m za. 11-17u, zo. 13-17u. T/m 28 aug.

“Hoewel ik architectuur gestudeerd heb, wist ik al vroeg dat ik mijn studie nooit in praktijk zou brengen. Ik vond de verantwoordelijkheid te groot. Een betonnen doos maken waar èchte mensen in moeten wonen; dat idee beangstigde me. Ik zag al voor me dat de bewoners het vreselijk zouden vinden om in mijn ontwerpen te leven. Ik bedenk wel vormen, maar ik weet niet wat zich daarbinnen bevindt. De mens is mij te lief om er een strakke vorm aan op te dringen.”

Lorenzo Mattotti (Brescia, 1954) beschouwt zijn architectuurstudie als een leerzame opmaat voor zijn werk als tekenaar. Eenmaal tot het inzicht gekomen dat zijn ideeën beter tot hun recht kwamen op papier begon hij strips te tekenen. Aanvankelijk in navolging van de stripboeken die hij als kind gelezen had, maar gaandeweg steeds eigenzinniger. Met zijn vierde publikatie Le Signor Spartaco liet hij de traditionele strip achter zich en begon een eigen vormentaal te ontwikkelen. “De eerste verhalen die ik publiceerde waren heel duidelijk en logisch van opbouw. Ik maakte een strikte scheiding tussen mijn innerlijke wereld en de zichtbare werkelijkheid. Met Le Signor Spartaco werd die scheiding opgeheven en kwamen die twee werelden bij elkaar.”

Mattotti experimenteert met vorm, compositie, verhaaltechniek en kleur. Naast waterverf en ecoline maakt hij veel gebruik van kleurpotlood en vetkrijt (wasco). Het verleent zijn tekeningen een bijzondere intensiteit; met vervloeiende, veelal ongearticuleerde vormen en nadrukkelijke kleuren schept hij rijke, atmosferische beelden. Een voorlopig hoogtepunt bereikte hij met Vuren (1986), een stripalbum dat in heel Europa enthousiast werd ontvangen. “Vuren heeft een verhalende structuur. Dat geeft de lezer houvast, en maakte het mij mogelijk fantastische elementen aan het verhaal toe te voegen. Ik bewandelde de lijn tussen het logische en het irrationele. Uiteindelijk is het me gelukt die dingen met elkaar te combineren en er een sluitend verhaal van te maken.”

In de loop van de jaren tachtig breidde Mattotti zijn activiteiten ook uit naar andere terreinen. Hij maakte getekende modereportages, illustreerde kinderboeken en verhalen en begon te schilderen. Niettemin beschouwt hij strips nog altijd als zijn belangrijkste uitingsvorm. “Mijn stripverhalen zijn veel persoonlijker dan alle andere dingen die ik doe. Het voltooien van een verhaal schenkt me een enorme voldoening, dan ben ik er in geslaagd iets dat uit mezelf voortkomt tot uiting te brengen; heb ik weten te voorkomen dat iets uit mijn geheugen is weggeglipt.”

Hoffelijk

Mattotti woont en werkt afwisselend in Udine (Italië) en Parijs. Hij verhuisde onlangs naar een appartement in de omgeving van het Gare du Nord. Aan de inrichting van zijn nieuwe woning is hij nog niet toegekomen; alleen de tekentafel is inmiddels in stelling gebracht. “U kent mijn werk?” vraagt hij vrijwel onmiddellijk nadat we elkaar een hand hebben gegeven. “Ik vind het zonde van mijn tijd om mezelf en mijn werk omstandig te introduceren.” Mattotti is hoffelijk, ernstig en bedachtzaam. Hij formuleert zijn zinnen zorgvuldig; wil er zeker van zijn dat de verslaggever goed begrijpt wat hij tot uitdrukking wil brengen.

Het is duidelijk dat Mattotti zijn werk niet lichtvaardig opvat. Herhaalde verzuchtingen over een artistieke impasse roepen het beeld op van de archetypische - misschien zelfs karikaturale - kunstenaar die met de materie 'worstelt'. Maar Mattotti is de auteur van een omvangrijk en gevarieerd oeuvre. “Steeds als ik iets voltooid heb, wil ik in een andere stijl en met andere middelen een nieuw project beginnen. Vuren was een goed stripalbum, maar het is al oud. Ik kan niet met de herinnering aan dat ene boek blijven leven, ik moet verder...”

In Mattotti's publikaties komt een bijna geforceerd aandoende veelzijdigheid tot uiting. “Ik wil beslist voorkomen in een formule te vervallen.” Het uitvoeren van opdrachten schenkt hem zelden voldoening, maar er zijn uitzonderingen. De Franse musicus Jean Jacques Goldman gaf hem carte blanche bij de vormgeving van Rouge, een cd met bijbehorend boekwerk. “Dat heeft me in staat gesteld naar hartelust te experimenteren met nieuwe stijlen en technieken.” Voor de theatrale live-uitvoering van Rouge vervaardigde Mattotti daarnaast een animatiefilmpje van dertig seconden. Zo maakte hij kennis met de wereld van de drie-dimensionale computer graphics. “Misschien ga ik daar wel in verder, hoewel traditionele animatie me ook interesseert. Ik weet alleen nog niet of ik het kan opbrengen daar zoveel tijd en energie in te steken. Ik ben er nu wel achter dat animatie verschrikkelijk hard werken is.”

Fluister

Tegen de samenwerking met anderen die animatie onvermijdelijk met zich meebrengt heeft Mattotti geen bezwaren. Bij verschillende stripverhalen werkte hij ook al met anderen samen. Fluister (1989) schreef hij met zijn jeugdvriend Kramsky. “De ideeën waarmee we daaraan begonnen zijn onderweg steeds weer bijgesteld. Er zitten elementen van een traditioneel avonturenverhaal in, maar die lijn wordt steeds opnieuw afgekapt. Fluister verzet zich tegen de geijkte verhaalstructuren en is daarmee een vreemde strip geworden. Maar terugkijkend zagen we dat het wel degelijk het verhaal is dat we wílden vertellen. De sfeer van het boek is belangrijker dan de vraag wat de precieze betekenis van het verhaal is. We vonden het een mooi beeld dat de hoofdpersoon van Fluister wèl aan een avontuur begint, maar uiteindelijk nergens terecht komt. Hij treft alleen zijn eigen eenzaamheid.”

Samen met zijn ex-vrouw Lilia Ambrosi schreef Mattotti De man aan het raam. “Dat heeft meer de vorm van een dagboek.” Opvallend was vooral dat Mattotti in De man aan het raam het vloeiende kleurgebruik waaraan hij zijn bekendheid te danken had achterwege liet. Het album verscheen in sober zwart-wit. “Sommige verhalen kunnen onmogelijk in kleur gemaakt worden. Kleur voegt specifieke gevoelens toe aan een verhaal, iets zachts of intiems, iets dwingends of overheersends. Kleuren brengen spektakel, ze behagen het oog. Zwart wit is eerlijker: dat zijn scherpe, concrete lijnen die niets te verbergen hebben. Kleur en zwart-wit zijn verschillende talen.”

Een andere keuze waarvoor hij zich gesteld ziet zijn strips mèt of zonder woorden. Tot dusverre publiceerde Mattotti weliswaar geen woordeloze strips, maar de gedachte houdt hem al geruime tijd bezig. “De meeste teksten in Vuren heb ik pas in een heel laat stadium aan de tekeningen toegevoegd. Ik was bang dat het verhaal zonder woorden moeilijk te volgen zou zijn. Maar momenteel ben ik toch weer bezig met woordeloze verhalen. Zo ontstaan mijn strips, want ik denk in beelden. Op de overzichtstentoonstelling van mijn werk in Haarlem zal een verhaal te zien zijn waar ik heel tevreden over ben: 'Het geheim van de denker'. Alleen op de allereerste pagina komt tekst voor.” Dat een strip raadselachtig, of misschien zelfs moeilijk te begrijpen is vind hij geen bezwaar. “Mijn uitgever wèl. Het is nu eenmaal moeilijk om een duur full-colour stripboek zonder woorden aan de man te brengen.”

Melodie

In Vuren heeft hij de teksten heen en weer geschoven tussen verschillende plaatjes. “Ik was benieuwd of ze bij andere plaatjes beter tot hun recht kwamen. Eigenlijk een irrationeel proces. Je voegt een woord bij een beeld en denkt; ja, dit is goed! Zoiets is alleen mogelijk bij strips. Misschien is dat wel het geheim van mijn fascinatie voor de strip. Dat woorden en beelden tezamen een melodie vormen. Iets dat groter is dan de som van de delen.”

Eigenlijk zou Mattotti graag muziek aan zijn strips toevoegen. “Er is een voorstelling van Vuren gemaakt die kort geleden in Bologna werd opgevoerd: de beelden werden geprojecteerd, de tekst werd voorgedragen door een acteur en er werd muziek bij gedraaid. Het is een vreemde gewaarwording om, tien jaar nadat je iets voltooid hebt, je werk zo terug te zien. Het werkte! Vooral dankzij de muziek. Bij een cruciale scène waar de kanonnen van het schip beginnen te vuren werd harde, gewelddadige muziek van Peter Gabriel gedraaid. Dat had ik ook gedraaid toen ik aan Vuren werkte, ik gebruikte die muziek om de sfeer van het verhaal te pakken te krijgen en me te concentreren.”

Mattotti toont me de schetsboekjes waarin hij dagelijks zijn 'aantekeningen' maakt: krabbeltjes, schetsen en onbestemde vormen in potlood, inkt of waterverf. “Het zijn kleine getuigenissen; vergelijkbaar met de notities die jij in je bloknoot opschrijft. Ik kan er een gevoel, een gemoedstoestand in vastleggen. Veel van die tekeningen laat ik met rust, maar er zitten ook ideeën bij die ik nog eens verder uit wil werken.” Hij bladert in zijn boekje. “Zo bekeken herhaal ik mezelf natuurlijk wel. Ik neem een beeld en gebruik dat op een andere manier, plaats het in een andere context. In Haarlem zijn onder meer een rode en een blauwe triptiek te zien. Die komen voort uit beelden die ik jaren geleden gemaakt heb voor De man aan het raam. Die hadden me nog niet losgelaten, ik heb geprobeerd of ik daar in mijn schilderijen nog iets mee zou kunnen doen. Ik wilde er de juiste kleur bij vinden.”