Kabinet slecht impasse over tropisch hardhout

DEN HAAG, 3 JUNI. Het kabinet heeft vanochtend een ambtelijke impasse doorbroken over de bescherming van tropisch hardhout. Verschillende ministeries stonden opnieuw tegenover elkaar. Ook twee jaar geleden leidde dit onderwerp tot een hooglopend conflict.

Het ministerie van landbouw, natuurbeheer en visserij had voor de komende internationale Cites-conferentie over de handel in bedreigde wilde dieren en planten, in november in Fort Lauderdale (VS), een voorstel voorbereid om de handel in de houtsoorten mahonie en ramin te reguleren.

Het zou een eerste stap zijn op weg naar bescherming van deze tropische bomen. Tijdens een ambtelijke bespreking eerder deze week schaarde Ontwikkelingssamenwerking zich achter het voorstel, maar Economische Zaken en VROM waren tegen. Regulering komt erop neer dat de gegevens over de handel in de desbetreffende houtsoorten openbaar worden gemaakt; van een verbod is geen sprake. Al in 1984 hebben de houtproducerende landen met elkaar afgesproken handelsstatistieken bij te houden voor de handel in tropisch hout. Dat is nooit gebeurd.

De ministerraad besloot het voorstel van LNV niet over te nemen. Dat gebeurde in afwezigheid van minister Pronk (ontwikkelingssamenwerking), een uitgesproken voorstander van regulering van de handel in tropisch hardhout. Hij is tot morgen in Zimbabwe. De ministerraad koos vanochtend voor een alternatief. Nederland zal in Fort Lauderdale voorstellen de grootste ramin-leveranciers, Indonesië en Maleisië, tot de Cites-conferentie in 1997 de tijd te geven maatregelen te nemen voor de bescherming van deze houtsoort. De regering zal Duitsland er van proberen te weerhouden een voorstel tot regulering van de handel in ramin in te dienen op de Cites-conferentie. Een meerderheid van het Duitse parlement echter steunt indiening van dit voorstel.

De bewindslieden moesten het uiterlijk begin volgende week eens worden, omdat het secretariaat van Cites na 10 juni geen voorstellen meer accepteert. Het voorstel om de handel in mahonie te reguleren, stuitte oorspronkelijk op weerstand van Economische Zaken. Tijdens ambtelijke besprekingen eerder deze week in de Coördinatiecommissie Internationale Milieu-aangelegenheden waren de bezwaren van de EZ-delegatie snel van tafel. Nederland speelt een verwaarloosbare rol in de handel in mahonie. Anders is het gesteld met ramin, een tropische houtsoort waarvoor LNV regulering bepleit. Nederland is in Europa een van de grootste importeurs van ramin. EZ en VROM voelen niets voor regulering voor de handel in deze houtsoort. De ambtenaren van staatssecretaris Van Rooy zijn bang dat de betrekkingen met Maleisië en Indonesië, belangrijke producenten van ramin, ernstig kunnen worden geschaad als Nederland het voorstel bij de Cites indient. Twee jaar geleden, op de vorige Cites-conferentie in Japan, vormden economische motieven aanleiding voor de Nederlandse delegatie een voorstel tot regulering van ramin en merbau in te trekken, onder zware druk van Economische Zaken. Daaraan was een departementale stammenstrijd voorafgegaan die tot in de ministerraad werd uitgevochten. In tegenstelling tot twee jaar geleden schaart VROM zich nu achter Economische Zaken, naar verluidt omdat het departement de verkoop van milieu-technologie aan Indonesië niet in gevaar wil brengen. Volgens LNV is registratie van de handel noodzakelijk, omdat Nederland zich heeft voorgenomen vanaf 1995 alleen nog maar duurzaam geproduceerd hout te importeren.