Jan Andriesse

T/m 30 juni. Galerie Paul Andriesse, Prinsengracht 116, Amsterdam. Prijzen van 750 tot 12.500 gulden. 'Denkbeelden op zicht, een keuze van mr J.M. Boll'. T/m 7 juli, Exposorium Vrije Universiteit, De Boelelaan 1105, Amsterdam. Ma t/m vr 10-20u. Op vr 24 juni 15 uur geven J.M. Boll en Carel Blotkamp een lezing over het verzamelen van moderne kunst.

Jan Andriesse (1950) is een koele romanticus. Zijn belangrijkste inspiratiebron is het water, zo blijkt uit een reeks kleine studies in Oostindische inkt die de eindeloze veranderingen in de reflectie van licht op water tot onderwerp hebben. Van een andere tekening zijn titel, Anatomie van de melancholie, en voorstelling, een vlucht vogels boven het water, super-romantisch, terwijl de vijf recente schilderijen eerder koel en formeel aandoen.

Andriesse bedekt zijn doeken met een laag acrylverf in witte of zachtroze tinten die hij vermengt met marmerpoeder. Hierin krast hij, soms nauwelijks zichtbaar, golvende lijnen. Toch is Andriesses werk niet altijd eenduidig. Een titel als Ocean in motion verwijst niet alleen naar water, maar ook naar de Newyorkse graffiti-kunstenaars die eind jaren zeventig de ondergrondse treinen van binnen en van buiten beschilderden: het tekenen in rijdende treinen noemden ze 'Ocean in motion'. Het schilderij met deze titel is een hommage aan deze vitale groep schilders die inmiddels door krachtig optreden van de overheid en de liefdevolle omarming van de galeries om zeep is gebracht.

Ook uit de golvende lijnen spreekt soms een zekere ambiguïteit: bij Andriesse betekenen ze niet altijd water, maar ze verwijzen ook naar vrouwelijke vormen. Een kleine tekening in het kantoor van Galerie Paul Andriesse stelt duidelijk een vrouw voor, het schilderij, Caryatide, is dubbelzinniger.

Uit dezelfde serie Caryatiden zijn tot en met 7 juli twee schilderijen van Andriesse te zien in het Exposorium van de Vrije Universiteit. In deze context - een keuze uit de verzameling van mr Jan-Maarten Boll - ligt het accent niet zozeer op 'water' alswel op het menselijke in de architectuur. Een belangrijk referentiepunt in deze collectie is het intrigerende schilderij Gent (1980-1981) van René Daniels waarop trapgevels en neuzen elkaar afwisselen. De andere schilderijen op deze kleine expositie zijn van Hein Jacobs, Rinke Nijburg, Marlene Dumas en Wouter van Riessen.