Israel stelt veiligheid boven diplomatieke inspanningen

TEL-AVIV, 3 JUNI. De Israelische minister van buitenlandse zaken, Shimon Peres, hoopte vandaag met een diplomatiek succes uit Rabat naar Jeruzalem terug te keren. Peres bracht een bezoek aan Marokko op zijn terugreis van bezoeken aan Colombia, Mexico en Argentinië. De reis naar Rabat had de zegen van premier Yitzhak Rabin en was goed voorbereid. De Marokkaanse koning Hassan zou tijdens het onderhoud met Peres instemmen met het begin van het aanknopen van diplomatieke betrekkingen tussen Israel en Marokko. Marokko zou een 'belangenkantoor' in Israel openen en Israel zou hetzelfde in Marokko doen.

Er is niets van terecht gekomen. De zware Israelische luchtaanval op eem Hezbollah-trainingskamp in de Libanese Beka'a-vallei, nabij Baalbek, van gisteren heeft een nieuwe Israelische doorbraak in de Arabische wereld verhinderd. Koning Hassan achtte het kennelijk geen opportuun moment Israel nu tegemoet te komen. Opnieuw is gebleken dat diplomatieke overwegingen bij Israels strijd tegen de terreur, of het nu een Palestijnse of Hezbollah signatuur heeft, in Jeruzalem geen of weinig gewicht in de schaal leggen. Op het moment dat de militaire inlichtingendienst woensdag kon bewijzen dat een paar honderd Hezbollah-strijders zich nabij Baalbek zouden bevinden, gaf premier Rabin zijn fiat aan de overval uit de lucht op de slapende aanhangers van deze moslim-fundamentalistische organisatie. De Marokkaanse factor, de reis van Peres, speelden in zijn besluitvorming geen rol.

De Syrische factor moet wel zijn gewogen, omdat de luchtaanval op Hezbollah dicht bij de Syrische grens werd uitgevoerd in een deel van Libanon dat onder rechtstreekse Syrische invloed staat. Een dergelijke operatie wordt op het militaire hoofdkwartier in Tel Aviv zo zorgvuldig voorbereid dat strategisch en tactisch zelfs met Syrische militaire interventie rekening werd gehouden. Daarom werden de aanvallende helikopters begeleid door straaljagers, die hun bommen lieten vallen op de tenten waarin de Hezbollah-strijders sliepen.

Premier Rabin mag in zijn geliefde rol van minister van defensie - hij was in 1967, tijdens de Zesdaagse oorlog, opperbevelhebber - Rabat even hebben vergeten, maar aan de diplomatieke weerslag in Damascus van de Israelische actie in Libanon moet hij wel hebben gedacht. Het is echter de vraag of wat tijdens de grote Israelische militaire actie in Zuid-Libanon tegen Hezbollah vorig jaar zomer gold, ook nu nog opgaat. Het Israelisch-Syrische vredesproces heeft er toen geen schade van opgelopen. Er kan worden gezegd dat het er zelfs door werd bevorderd, omdat de VS toen een akkoord tussen Israel, Syrie en Libanon tot stand brachten, dat Hezbollah de handboeien aandeed. Israel mocht volgens dat akkoord Hezbollah wel blijven aanvallen, maar Hezbollah moest zich onthouden van katjoesja-raketaanvallen op Israel. Maandenlang heeft Hezbollah, met voortzetting van de strijd tegen de door Israel beheerste veiligheidszone in Zuid-Libanon, zich aan het akkoord gehouden. De katjoesja's bleven zelfs in de munitiekisten liggen nadat Israelische commando's Hezbollah-leider Mustafa Dirani uit zijn bed nabij Baalbek lichtten en naar Israel ontvoerden.

Gisteren kon, na de dood van ongeveer vijftig Hezbollah-strijders, niet anders dan op een katjoesja-regen op het noorden van Israel worden gerekend. Wat Israel betreft is dat een grove schending van het akkoord van vorig jaar en dus zal de Amerikaanse diplomatie zich opnieuw moeten inspannen om de opgelopen spanningen te bezweren. Mocht de Amerikaanse minister van buitenlandse zaken Warren Christopher inderdaad plannen hebben om opnieuw het vastgelopen Israelisch-Syrische vredesproces aan te zwengelen dan zal hij eerst de nieuwe brandhaard in Libanon moeten blussen.

Israel heeft deze week heel duidelijk gemaakt dat het vredesproces met Syrië alleen kans van slagen heeft als Damascus zijn invloed aanwendt om Hezbollah tot de orde te roepen. Alsof het een natuurwet is, gaat Israel er vanuit dat Syrië Hezbollah naar zijn pijpen kan laten dansen, hetgeen aanzienlijk problematischer is dan in Jeruzalem wordt voorgesteld.

Het Israelische militaire optreden tegen Hezbollah heeft iets van een diplomatiek dictaat aan de Syrische president, Hafez Assad. In Libanon heeft Israel eens te meer duidelijk gemaakt dat het vanuit een militaire machtspositie naar een vredesoplossing met Syrië zoekt die Israels veiligheid, in weerwil van bereidheid tot territoriale concessies op de Golan-hoogvlakte, maximaal garandeert. Jeruzalem, is de boodschap, tolereert niet dat president Hafez Assad Hezbollah tegen Israel een uitputtingsoorlog in Libanon laat voeren om zijn strategische doelen na te streven. Het ontrafelen van deze Gordiaanse knoop is de opgave waarvoor Warren Christopher komt te staan als hij weer tussen Jeruzalem en Damascus wil pendelen.