In Normandië staan ontelbare rijen kruisen

Normandië telt ruim 25 oorlogsbegraafplaatsen. Bij Omaha beach zijn bijna tienduizend Amerikanen begraven.

ST. LAURENT-SUR-MER, 3 JUNI. Stram staan ze in de houding, vier Amerikanen van boven de 70 jaar. Na vijftig jaar zijn ze voor de eerste keer terug in Europa. In de ochtend van 6 juni 1944 waadden deze mannen van de Amerikaanse 1st Infantry Division door de branding naar het Normandische strand. Omaha-beach. Over heroïek of trots spreken ze niet; het was pure shit, zeggen ze.

Het Amerikaanse volkslied klinkt, de handen gaan op het hart. Zes stappen voorwaarts, bloemen gelegd bij het monument, zes passen terug. Nog even in gedachten en voorbij is de aangrijpende, korte plechtigheid op het American Military Cemetary bij het invasiestrand.

Volgende week maandag staan hier de staatshoofden en regeringsleiders van de landen die een halve eeuw geleden tot het geallieerde bondgenootschap behoorden om op deze plaats D-day, de dag van de gealllieerde invasie in het door Hitler-Duitsland bezette Europa, te herdenken. Van 9.386 Amerikanen die destijds bij de campagne in Normandië de dood vonden, liggen hier de stoffelijke resten. Elders, op de grens met Bretagne tussen Avranches en Fougères, zijn nog eens 4.410 Amerikanen begraven. Het totale aantal slachtoffers is echter veel hoger dan deze 13.796, waarschijnlijk het dubbele. Ongeveer de helft van alle gesneuvelden zijn op verzoek van hun nabestaanden naar de Verenigde Staten overgebracht om daar te worden herbegraven.

Van de vier veteranen op de begraafplaats bij Omaha-beach is er één begrafenisondernemer van beroep. Deze undertaker uit West-Virginia laat zijn kritisch oog gaan over het veld met zijn ontelbare rijen kruisen. Hij is dik tevreden, zegt hij. Iedereen ligt er netjes verzorgd bij.

Behalve de twee Amerikaanse begraafplaatsen zijn er in Normandië achttien, bijna even mooi verzorgde Britse begraafplaatsen met samen 22.410 doden, twee Canadese met 5.000 graven en één voor Poolse gevallenen. Op acht Britse kerkhoven is plaats gemaakt voor zo'n tweeduizend Duitse doden. Nederlandse oorlogsgraven zouden er in het oorspronkelijke invasiegebied niet zijn te vinden. Langs de begraafplaatsenroute in Normandië zijn verder nog zes Duitse oorlogskerkhoven met in het totaal 77.966 slachtoffers.

Luitenant-kolonel b.d. J.W.N. Schulten, tot voor kort geschiedenisdocent aan de Koninklijke Militaire Academie in Breda, en diens opvolger, W. Klinkert, noemen de verliezen op D-day gering. Ze waren veel lager dan de Amerikaanse opperbevelhebber Eisenhower had verwacht. Hij vreesde dat van de luchtlandingstroepen zo'n 60 à 70 procent zou omkomen. Het aantal gesneuvelden op de eerste dag bedroeg 2.500. De meeste doden vielen onder de Amerikaanse infanteristen op Omaha-beach waar de Duitse tegenstand het hevigst was.

Pas na de dag van de ontscheping werden de geallieerden met de grootste problemen geconfronteerd: het vrijwel ondoordringbare Normandische heggenlandschap. In John Ellis' boek, The sharp end, the fighting man in World War II (Londen, 1990) vertelt een majoor van het 8ste Royal Scots Regiment over de sluipende oorlogsvoering in de bocage: “Ik zie ze weer voor me, die opgehoogde dammen, de groene heggen, het witte stof van Normandië en ik voel weer die kalme stilte, die grimmige, dreigende stilte die over het front hing. De herinnering aan de vijand die zelden te zien was maar vaak te horen. Zodra het donker werd begon de mof met zijn activiteiten.”

Klinkert en zijn leermeester Schulten lijken alle oorlogsfeiten op hun duimpje te kennen. Zaterdag zullen hij en R. Gooren van de Sectie Militaire Geschiedenis van de Koninklijke Landmacht de oorlogsgeschiedenis vertellen aan een aantal dienstplichtigen die optreden bij de herdenkingsplechtigheden bij Omaha-beach en bij het Normandische stadje Pont Audemer dat destijds met zware strijd door de Prinses Irene-brigade bevrijd zou zijn. Om de bevrijding van Pont Audemer, waar koningin Beatrix zondag wordt ontvangen, is volgens Klinkert helemaal geen strijd geleverd. Bovendien is het de vraag of het wel Nederlanders en niet de Belgen waren die hier de bevrijding voor hun rekening namen.

Tijdens de oorlog werd vierhonderd keer de Amerikaanse Medal of Honour toegekend, waarvan driemaal voor krijgsprestaties in Normandië. Dit is de hoogste Amerikaanse onderscheiding, vergelijkbaar met de Militaire Willems Orde en het Victoria Cross. Maar hoe zwaar de strijd in het invasiegebied ook was en tot eind juli 1944 bleef, de gevechten bij Arnhem, in Zeeland, in de Ardennen en in de Eifel zijn volgens krijgshistorici nog veel harder geweest.

Sinds de Frans-Duitse oorlog en vooral sinds de oorlog van 1914-1918 kent Europa het verschijnsel militaire begraafplaats. Voordien werden de lijken, aldus Schulten, met ongebluste kalk bedekt en bestond er geen enkel eerbetoon. Duitse begraafplaatsen zijn, in tegenstelling tot de Amerikaanse dodenakkers met hun verblindend witte grafstenen, meestal heel eenvoudig van opzet en inrichting. Vaak liggen de doden twee aan twee begraven, soms een generaal en een soldaat samen in één graf en op het kerkhof geen versiering dan een aantal speciaal geplante eiken.