Hongaarse liberalen staan voor dilemma

Dit weekeinde bespreken de Hongaarse politieke partijen de uitslag van de parlementsverkiezingen. De grote overwinnaar, de Hongaarse Socialistische partij (MSzP), die 54 procent van de zetels in het parlement gaat bezetten, zal vrijwel zeker partijleider Gyula Horn voordragen als toekomstig premier. De grote vraag is hoe de SzDSz, het Verbond van Vrije Democraten, de tweede partij van het land, zich zal opstellen. Zal zij een coalitie aangaan met de socialisten of kiezen voor een oppositierol?

BOEDAPEST, 3 JUNI. De Hongaarse schrijver György Konrád, een van de intellectuele kopstukken van het liberale Verbond van Vrije Democraten (SzDSz) en een man die de zorg voor zijn land evenzeer koestert als die voor zijn ongestoorde schrijfdrift, geeft ruiterlijk toe: hij heeft zich vergist, toen hij midden mei voorspelde dat de socialisten het in de tweede ronde van de parlementsverkiezingen minder goed zouden doen dan in de eerste en dat de kiezers niet zo naïef zouden zijn om de socialisten een absolute meerderheid te geven.

“Ik zat fout. Misschien heb ik mijn wens verward met de politieke werkelijkheid, wat een fout van de geest is. Ik werd in die gedachte gesteund door de wens van de meerderheid van de Hongaren die de voorkeur geeft aan een coalitie van de MSzP met de SzDSz, met Gábor Kuncze van de SzDSz als premier.”

De absolute meerderheid van de MSzP, meent Konrád, maakt van een coalitiepartner van de socialisten echter slechts een soort versiering. “Zo'n partij zou geen onafhankelijke rol in de besluitvorming kunnen spelen, maar alleen als een soort extra legitimatie voor de regerende partij dienen.” Konrád kan zich niet voorstellen wat voor “structurele garanties” de MSzP de SzDSz zou kunnen aanbieden, behalve dan “symbolische” garanties, op het gebied van de personele bezetting. Als de MSzP bijvoorbeeld iemand anders dan Horn zou voorstellen als premier, zou dat “een gebaar zijn dat getuigt van tact en begrip”. Horn, zo gelooft Konrád, is door zijn opleiding (in de toenmalige Sovjet-Unie) en zijn carrière te zeer gebonden aan het oude communistische regime: “Hij behoort niet tot de nieuwe generatie van de socialistische partij, zijn rol in 1956 week niet af van de partijlijn.”

Maar Konrád betwijfelt of de MSzP in staat is tot zo'n gebaar van begrip. “Ik denk zelfs dat het zeer onwaarschijnlijk is, het op zichzelf begrijpelijke triomfalisme bij de MSzP maakt dat eigenlijk ondenkbaar.”

De vraag of Konrád, lid van het partijparlement van de SzDSz, zondag op het buitengewone partijcongres van de SzDSz zal stemmen tégen deelneming aan een coalitie met de socialisten, beantwoordt hij dan ook bevestigend, zij het aarzelend: “Ik zie geen mogelijkheid van een aanbod dat uitzicht biedt op een autonome rol voor de SzDSz.” Misschien, voegt hij er aan toe, dat er later, als de socialisten “een fatsoenlijk beleid voeren”, een uitbreiding van de regeerbasis mogelijk is.

Filmregisseur Károly Makk, eveneens prominent in het Verbond van Vrije Democraten, is het niet helemaal met de schrijver eens: “Beide mogelijkheden, die van samenwerking, en die van oppositie, zijn riskant. Ik moet steeds denken aan wat er over vier jaar gebeurt. Als de economische situatie tegen die tijd relatief beter is geworden, ben ik bang dat Hongarije de SzDSz helemaal niet meer nodig heeft.” Het dilemma van dit moment is of de SzDSz haar eigen karakter onvoorwaardelijk moet behouden of dat ze met de MSzP moet, kan en wil samenwerken. Het hoofdprobleem is volgens Makk de vraag of binnen de gelederen van de socialisten de orthodoxen en de vakbondselementen de liberale vleugel zullen kunnen dwingen hun economische plannen - die vrijwel hetzelfde zijn als die van de SzDSz - te veranderen.

Makk voorziet een strijd tussen partijleider Horn en zijn rivaal László Bekesi, chef-econoom van de MSzP, een man zonder wortels in het communistische verleden. Het is niemand ontgaan dat op de overwinningspersconferentie, zondag in Boedapest, Bekesi níet met Horn achter de tafel zat en de nummer twee op de lijst, de vakbondsbaas van de oude stempel Sándor Nagy, wél.

Makk gelooft dat er in de socialistische partij een generatie van jonge politici is die de steun van een coalitiepartner als de SzDSz hard nodig heeft. “Ik ben er niet zo zeker van”, zegt Makk, “of Horn, als hij premier wordt, die positie wel vier jaar lang kan behouden. En als er dan een coalitie met de SzDSz zou zijn, dan bestaat er veel meer gelegenheid om controverses binnen de MSzP naar de goede kant te laten uitvallen.”

Bovendien: het feit dat in de campagne de Hongaarse kiezers steeds het uitzicht op een socialistisch-liberale coalitie is voorgehouden schept volgens Makk verplichtingen. “En als de situatie in het land door zo'n coalitie beter wordt, dan zal die coalitie ook in staat zijn om over vier jaar de macht te houden. Die mogelijkheid kan worden bereikt door sterke, systematische, onemotionele en zuiver pragmatische inspanningen om tot een vergelijk te komen.”

Konrád toont zich echter niet overtuigd: “Maar je kunt er niet omheen dat de socialisten werden gekozen. Zíj hebben de middelen om hun programma uit te voeren. Zíj hebben alles in de hand. Ze kunnen met hun 54 procent van de zetels alle wetten door het parlement jagen die ze willen. Waarom zouden de socialisten de liberalen nodig hebben?” Er is, zegt hij, voor de SzDSz geen enkele mogelijkheid voor werkelijke invloed. “Net zo min als in de jaren tachtig, toen hervormingscommunisten in de regering werden getolereerd om rapporten te schrijven die in de bureaulades verdwenen.”

Makk acht het niet waarschijnlijk dat de SzDSz zich zondag voor een coalitie met de socialisten uitspreekt. “En men zal nooit weten wat er zou gebeuren als die er wél was gekomen. Op 8 mei, na de eerste ronde, hebben we gezegd: 'wat is ons volk toch verstandig', maar nu het de socialisten een meerderheid heeft gegeven is het ineens niet meer verstandig genoeg.”

Konrád: “Het volk wilde kennelijk een socialistische regering en geen socialistisch-liberale. Wat kunnen wij de socialisten aanbieden? Niets! Zíj kunnen symbolische gebaren maken op het gebied van personen, dat is de enige mogelijkheid. Voor een regering-Horn zijn wat ons betreft de deuren gesloten. Alleen een regering-Bekesi zou mogelijk zijn, met Kuncze als vice-premier. Dat zou een soort verzoeningsformule zijn, als een symbool voor wederzijdse bereidheid tot compromis. De socialisten weten ook wel dat die wens in de maatschappij bestaat. Maar ze willen daarvoor waarschijnlijk geen enkele prijs betalen.

Over één ding blijken beiden het ten slotte eens: de SzDSz, de partij waar alle vroegere dissidenten en systeemcritici zich thuisvoelen, is niet voldoende bedreven in het machtsspel waarin de socialisten decennialang meesters zijn geweest. “We dachten dat we het wel wisten, na zoveel jaren dictatuur”, verzucht Makk, “dat is ons mooie en poëtische misverstand.”