Het Dorp van de Triomfboog

Met een sierlijk boogje mikte Deng Xiaoping zijn speeksel in de kwispedoor. Op het moment dat het sputum de bodem van de geëmailleerde pot raakte, verhief de patriarch zich uit zijn fauteuil in de Grote Hal van het Volk op het Tiananmen-plein. Tegenover hem stond Dries van Agt. De Nederlandse premier slaagde erin geen wenkbrauw te fronsen; kamerbreed glimlachend schudde de vormelijke ex-jezuïet uit Heilig Landstichting onder de ogen van meegereisde Nederlandse verslaggevers de hand van een staatsman die zijn boerenafkomst niet verloochende.

Herinneringen aan het culture clash-achtige treffen van najaar 1980 wellen op tijdens de reis naar Xiexing, het geboortedorp van Deng Xiaoping in de zuidwestelijke Chinese provincie Sichuan. Zo alert en fit als de machtigste politicus in de Volksrepubliek zich toentertijd manifesteerde (druk gesticulerend naast een slapende minister met een langzaam groter wordende donkere plek in het pantalonkruis), zo fragiel oogt hij anno 1994. Fysiek lijkt Deng niet eens meer in staat invulling te geven aan de enige officiële functie die hem resteert: voorzitter van de Chinese Bridge Associatie. Zijn strompelende en mompelende verschijning doet Chinezen verzuchten dat de negentigjarige binnenkort 'met Marx en Mao gaat vergaderen'.

Hoe beleeft 'Het Dorp van de Triomfboog' de aanzwellende geruchtenstroom over het sterven van Deng Xiaoping? Beminnen de bewoners 's lands hervormer en architect van de Open Deur-politiek? Welk oordeel vellen zij over hun streekgenoot, die het Volksbevrijdingsleger in de nacht van 3 op 4 juni 1989 - vandaag precies vijf jaar geleden - gewapenderhand een eind liet maken aan het vreedzame protest op het Plein van de Hemelse Vrede?

Xiexing ontvouwt zich als het gedroomde decor voor een filmepos over teloorgegane idealen, nooit gerealiseerde politieke doeleinden en stukgevallen dromen. Regisseur Zhang Yimou zou maar één rol film in de hoofdstraat hoeven vol te draaien om het complete échec van het communistische experiment vast te leggen. Grauwe, scheefstaande huizen. Verflenste leuzen ('Heel het land moet deelnemen aan de Universiteit van het Mao Zedong-denken'). Rattenkolonies. Eindeloos mahjong spelende bejaarden. Muurschilderingen met stoere plattelanders wier gebalde vuisten oplossen in regen en wind. Jankende honden. Een vergaderzaal met dichtgekalkte ramen waarachter ooit ronkende retoriek moet hebben geklonken. Meiyou Gongchandang jiu meiyou xin Zhonguo! (Zonder de Communistische Partij geen Nieuw China).

Door het gehucht waaien de geuren van armoede: knoflooksoep, smeulend afval, gebakken pepers, rottend hout. De openluchtslagerij verspreidt de stank van bestervend vlees. Achter Pension Paradijs (what's in a name: ongewassen lakens, koud water, gescheurde muskietennetten) riekt een open riool. “We hebben het goed”, houdt een dorpeling de bezoeker voor. “Je kletst”, snauwt een passerend partijlid. “Lao gou, ouwe hond! Vertel die langneus de waarheid: we leven in miserabele omstandigheden. De toestand op het Chinese platteland is rampzalig.” Foeterend vervolgt hij zijn dagmars naar de districtshoofdstad.

“In de toekomst zal het Chinezen worden toegestaan naaldhakken, lippenstift en televisies te bezitten”, zei Deng Xiaoping begin jaren vijftig. “We maken een einde aan de verschillen tussen de steden en het platteland. Straks bezit iedereen een fiets. Gemotoriseerde voertuigen zullen de ploegen voorttrekken.” Vier decennia na zijn belofte kijk ik om me heen in het Dorp van de Triomfboog: vrouwen sjokken in gescheurde laarzen en op juten slippers door de modder. Make up kennen ze slechts van spotjes die een regionaal televisie-station uitzendt. Fietsen zijn schaars. En op de uitgestrekte koolzaadvelden staan magere boeren achter magere waterbuffels.

In de hoeve waar Deng Xiaoping (Kleine Vrede) als kind van een redelijk gefortuneerd landeigenaar ter wereld kwam, vertellen door vochtkringen gedomineerde zwartwitfoto's een glorieuzer verhaal. De boerenrevolutie van '49 geldt hier als de start van een never ending successtory, waaraan de kleine (1.55 meter) grote held uit Xiexing de belangrijkste bijdrage heeft geleverd. Geen woord over zijn vetes met de Grote Roerganger (“Deng heeft mij nooit geraadpleegd”), mevrouw Mao (“Deng is een rechts element; wij hebben liever socialistisch onkruid dan kapitalistische oogsten”) en de Rode Gardisten (“Deng blijkt een onverbeterlijke bourgeois, een bedorven ei”). Geen woord ook over de strijd waarmee China's decollectivisering en de overgang naar de 'socialistische markteconomie' gepaard ging.

Trots op zijn beroemdste zoon is Het Dorp van de Triomfboog niet. Kruideniers en uitbaters van eethuizen vertellen verongelijkt dat Deng uitnodigingen onbeantwoord laat en al meer dan een halve eeuw weigert een voet in Xiexing te zetten. “Hij heeft ons lot in zijn hand, hij zou een eind kunnen maken aan ons lijden en geploeter, maar hij zwijgt, hij zwijgt zoals hij heeft gezwegen sinds het moment dat hij vertrok.”

Na enig aandringen geven boeren in de omgeving toe dat Dengs 'Socialisme met Chinese Karakteristieken' begin jaren tachtig tot een landbouwrenaissance leidde (“Iedereen ging erop vooruit - alle boten drijven hoger als het water stijgt”). Maar dan barsten ze los in een litanie van klachten: de lokale officials zijn corrupt, de belastingen wurgend, de opbrengsten van graan en rijst nihil, de prijzen van kunstmest te hoog. Terwijl privé-ondernemers, handelaars en andere 'uitbuiters' profiteren van het huidige rauw-kapitalistische klimaat, weten de plattelanders zich “afgeknepen, uitgezogen, verwaarloosd”.

Steeds meer inwoners van Xiexing trekken naar de Nieuwe Economische Zônes in het zuiden, of naar de Sichuanese steden Chongqing (Dubbel Feest) en Chengdu (Perfecte Metropool). “Daar verdien je met het poetsen van schoenen vijf à tien keer zoveel als op je akker”, zegt de eigenaar van ternauwernood duizend vierkante meter landbouwgrond. Hij is van plan in het voetspoor te treden van zijn 150 miljoen door China zwervende ex-collega's. Bedelend, operaliederen zingend, stelend, prullaria verkopend, de toekomst voorspellend en als moderne slaven werkend aan de lopende band van een buitenlandse investeerder pogen voormalige agrariërs een nieuw bestaan op te bouwen.

Net als de massaal door failliete staatsfabrieken ontslagen arbeiders begrijpen de boeren niet dat studenten en intellectuelen tijdens de Chinese Lente hun leven riskeerden voor zoiets abstracts als democratie (“Trouwens, hoe diep zat dat eigenlijk? Zijn die types inmiddels niet allemaal in zaken gegaan?”). Voor het proletariaat vormt de lege rijstkom een veel concretere reden om in opstand te komen. Dat gebeurt dan ook: volgens een tot ergernis van Beijing uitgelekt overheidsrapport deden zich in 1993 meer dan tweehonderd keer 'boerenonlusten' voor. Ze varieerden van individuele zelfmoordacties tot een grootschalig oproer (inclusief het in brand steken van partijlimousines, een bestorming van het gemeentehuis en de steniging van ambtenaren) in het Sichuanese plaatsje Renshou.

Nu dommelt Xiexing nog. Nu liggen de lotusvijvers er nog rimpelloos bij, galmt tussen de lemen woningen hoogstens de stem van de scharensliep, maakt het plaatselijke dagblad louter melding van progressie, en wordt de onvrede weggespoeld met 'Olifantendrakenbier'. Maar onderhuids broeit het. Terwijl de gesmade ereburger Deng Xiaoping op de rand van zijn sterfbed zit, worden in Het Dorp van de Triomfboog de nieuwe revolutionairen geboren.