Herinnering aan Tinguely

Een jaar of tien geleden gingen er geruchten dat Jean Tinguely bezig was in de bossen van Fontainebleau een reusachtige machine te bouwen. De kunstenaar stierf, de geruchten bleven aanhouden. Toen verscheen in Der Spiegel een artikel met een foto waaraan te zien was dat het werkelijk om een gevaarte ging, maar veel duidelijker werd het niet. Behalve veel wielen waren er ook een treinwagon en ladders te onderscheiden. In het verslag werd gemeld dat de constructie moeilijk vindbaar tussen de bomen, achter struikgewas en prikkeldraad stond. Af en toe kwam er een boswachter kijken wat de jeugd niet belette er onderdelen van af te halen. Het geheel leek ten prooi aan een langzame sloop. 'Laten we gaan kijken, voor het te laat is,' zeiden we.

De expeditie naar Milly-la-Forêt bestond uit Rudy Kousbroek, Edmond Hofland en mijzelf; de uitrusting uit camera's en een schetsboekje. Het was najaar en naarmate we dichter tot het kunstwerk naderden, of dat dachten, werd de mist dikker. Af en toe werd gestopt, Rudy stapte uit om bij een boswachter of een kruidenier nadere inlichtingen te vragen, en die wezen erop dat we in de buurt waren. In het bos was al jaren iets vreemds aan de hand, maar niemand wist er het fijne van te vertellen. Toen het donker werd gaven we het op. Blijkbaar hadden we te weinig tijd om de volgende dag opnieuw te gaan zoeken. Er bleef niets anders over dan ons verhaaltje van een vergeefse expeditie.

Terug in Amsterdam vertelde ik het tegen de kunstenaar en fotograaf Anton Kothuis die er zo door werd geprikkeld dat hij meteen de volgende dag naar Fontainebleau vertrok. Weer een dag later was hij terug, met prachtige foto's, veel duidelijker dan die in Der Spiegel. Hij vertelde dat het hem geen moeite had gekost er te komen. “Gewoon over een paar hekjes geklommen.” De geruchten hadden ons in ieder geval niet bedrogen.

Nu las ik dat het kunstwerk niet is gesloopt maar voltooid, door de vrienden van Tinguely: Niki de Saint-Phalle, Bernhard Luginbühl en Eva Aeppli en dat het door president Mitterrand in gezelschap van minister Toubon is 'geopend' wat betekent dat het publiek er voor dertig francs in mag en de machine van tijd tot tijd in werking wordt gesteld. Dit bericht heeft, om het zo maar eens te zeggen, veel bij me wakker gemaakt.

Meer dan dertig jaar geleden las ik voor het eerst iets over Tinguely, in Life: een merkwaardige Zwitser die in het Museum of Modern Art een machine, had gedemonstreerd, een rijdend apparaat dat na veel kabaal in de vijver zelfmoord had gepleegd. Nu zou je zeggen: een visionaire constructie. Bij het artikel stond een foto van het dak van zijn atelier in Parijs dat de geordende uitstalling van een sloperij leek. Bij een enkele kunstenaar heb je meteen het gevoel dat je een openbaring beleeft; dat had ik bij Tinguely.

Twee jaar later kwam in het Stedelijk Museum de tentoonstelling Bewogen Beweging, met o.a. de vederlichte, fragiele machine die abstracte tekeningen maakt en daarna werd in museum Kröller-Müller de Rotozaza opgesteld, een grote constructie die in willekeurige richtingen voetballen afschoot. Het gevoel van openbaring bleef. Meer kunstenaars gingen machines maken, op autosloperijen zag je ze tussen de wrakken dwalen. Ik wil niet beweren dat alle machinemakers na Tinguely vergeefs hebben gelast, maar totdusver is het met het maken van toestellen anders dan met het schilderen: na hem is, voorzover ik weet, iedereen zijn epigoon geweest. En dit terwijl er uit zijn handen een volledige familie van machines is gekomen; maar hoe sterk de leden onderling ook kunnen verschillen, ze dragen allemaal de genen van de vader.

Zoals het gaat met kunst die doel treft: je probeert het geheim ervan onder woorden te brengen. Na de opening van het grote toestel in het bos heb ik weer veel pogingen gelezen: machines met vakantie, vrijgezellenmachines, zetel van de creatieve geest, nog veel meer maar allemaal - met alle respect - varianten op een vernuftig gestotter. De machines van Tinguely, toestellen lijkt me een beter woord, zijn eenmalig en dat is de reden waarom ze wel kunnen worden beschreven maar niet ontsluierd.

Deze heette eerst La tête, daarna Le monstre dans la forêt en nu Cyclop. Het publiek zal er in drommen naar gaan kijken, de kunstlassers aller landen zullen nieuwe inspiratie opdoen, de Cyclop zal de grote concurrent van Euro Disney worden. Het is allemaal eerbetoon. Laten we hopen dat de Cyclop er nooit onder zal bezwijken.