Grutjes nog an toe; Agent 327, een oer-Hollandse stripheld van Martin Lodewijk

Vandaag zijn in Haarlem de tweejaarlijkse Stripdagen begonnen. Een van de exposerende en optredende stripmakers is Martin Lodewijk, de bedenker van Agent 327. “Lodewijks beeld van Nederland is zeer herkenbaar en wekt de lachlust op.”

Expositie: SBK, Gedempte Oude Gracht 121, Haarlem. T/m 18 juni. Di t/m za 11-17u, do ook 19-21u. 3, 4 en 5 juni (Haarlemse Stripdagen) 11-17u. Muziekavond rondom Martin Lodewijk: za 4 juni, 21u, Het Patronaat, Zijlsingel 2, Haarlem.

Hij leek dood, Nederlands populairste geheim agent, Hendrik IJzerbroot, beter bekend als Agent 327. Gesneuveld in de strijd tegen de georganiseerde misdaad.

Al jaren verschenen er geen nieuwe stripalbums meer over hem, maar onlangs plaatste het stripblad Sjors en Sjimmie het begin van een nieuw avontuur waarin IJzerbroot de strijd aanbindt tegen cocaïnehandelaren en commando's. Maar na een paar afleveringen stopte het verhaal, onafgemaakt.

“Ik had het te druk met andere dingen,” zegt striptekenaar en -schrijver Martin Lodewijk (55). “Maar ik maak het verhaal zeker af. Ik ben weer begonnen. Het kost even tijd, want je bent al gauw twintig uur bezig aan een pagina.”

Een aantal pagina's van het nieuwe verhaal en van oudere Agent 327-verhalen hangen nu op de expositie in Haarlem, die is gewijd aan Lodewijk, en aan zijn collegastriptekenaar Henk Kuijpers. Het is goed nieuws dat Agent 327 ('drie zevenentwintig' zegt Lodewijk zelf) opnieuw tot leven komt. Want het is een van de geestigste strips van Nederland.

Agent 327 ontstond in 1966, toen Lodewijk van het toenmalige stripblad Pep de opdracht kreeg een stripparodie op het geheim-agenten thema te maken, naar aanleiding van het succes van agent 007, James Bond. Na een aantal kortere avonturen verschenen begin jaren zeventig twee lange verhalen, Dossier Stemkwadrater en Dossier Leeuwenkuil, die tot de klassieken van de Nederlandse stripliteratuur gerekend mogen worden.

De verhalen, lang of kort, beginnen altijd ijzersterk, met een hilarische, steeds terugkerende grap: de verwoede pogingen van agent 327 om incognito het kantoor van de Nederlandse Geheime Dienst binnen te komen. Dat loopt steevast op kleine rampen uit. Zo laat hij zich als groot postpakket opsturen naar het kantoor, waarbij hij het onontbeerlijke wachtwoord in morse van binnenuit tegen het pakket tikt. De portier denkt dat hij een bom in een postpakket krijgt en legt het pak onmiddellijk in een bad vol water om de bom onschadelijk te maken. Gelukkig herinnert IJzerbroots chef zich, na een blik in de vermommingsagenda van 327, dat het zijn agent moet zijn. Uitgepakt, met een buil op zijn hoofd veroorzaakt door de poststempel, zegt die, zoals altijd: “Grutjes-nog-an-toe, wat een geheim agent niet al moet doen om incognito op het kantoor te komen.” Daarna kan het verhaal een aanvang nemen.

De verhalen wortelen altijd in de actualiteit van de tijd waarin ze ontstaan. Zo figureren in Dossier Stemkwadrater, eind jaren zestig ontstaan, onder anderen Maria Brallas en Franciscus Tietjerksteradeel. De eerste is geënt op operaster Maria Callas en speelt een hoofdrol in het verhaal. De schurk Doktor Maybe ontvoert Brallas tijdens een opvoering van Wagners Die Walküre. Haar luide stem in combinatie met Maybe's duivelse uitvinding, een supergeluidsversterker, de 'stemkwadrater' vormen een onoverwinnelijk wapen, waarmee doktor Maybe de wereld wil veroveren. Gelukkig weet Hendrik IJzerbroot dat te voorkomen, met hulp van de rond-de-wereld-zeiler Franciscus Tietjerksteradeel met zijn zeiljacht de Tipsy Mot. Tietjerksteradeel is afgeleid van sir Francis Chichester, die met zijn jacht de Gipsy Moth in die dagen in zijn eentje rond de wereld zeilde. Als door een proef met de stemkwadrater al het glas aan boord van de Tipsy Mot breekt, blijft Tietjerksteradeel kalm: voor de gebroken patrijspoorten spant hij wel plastic; de kapotte navigatie-apparatuur heeft hij niet nodig, hij kan net als Columbus, wel op de sterren varen. Maar als hij ontdekt dat zijn voorraad bierflesjes stuk is ('Mijn laatste 675 flesjes bier kapot!') schreeuwt hij om wraak.

Dubbele bodems

De verhalen van Agent 327 zijn leuk, de grappen ook, maar wat de strip extra leuk maakt zijn de in de tekening verborgen verwijzingen en dubbele bodems. In Dossier Leeuwenkuil, over een oud-nazi die in een oude bunker een geheim wapen uit de Tweede Wereldoorlog wil opsporen, staat bijvoorbeeld het volgende plaatje: oud-nazi Bauer komt na jaren Russische gevangenschap voor het eerst in West-Berlijn. Hij stapt uit de auto en zegt: “Eindelijk...Ik voel me alweer helemaal thuis!” Opmerkelijk is dat op de reclamezuil achter hem een affiche geplakt is: 'Wählt N.P.D. Von Thadden'. Dat is een rechtstreekse verwijzing naar de in de jaren zestig zeer omstreden extreem-rechtse Nationaldemokratische Partei Deutschlands van Adolf von Thadden.

De kracht van Lodewijk is dat hij zulke serieuze verwijzingen moeiteloos in zijn stripverhalen weet te vlechten, zonder dat het een drammerig of prekerig geheel wordt. Het verhaal blijft voor jeugdige lezertjes die niet al die verwijzingen zien en begrijpen toch amusant en te volgen. Er zijn weinig Nederlandse striptekenaars en -schrijvers die hem dat nadoen.

Op de plaatjes van de Agent 327-strips, getekend in een licht karikaturale maar heldere stijl, zijn veel vrolijk makende details te ontdekken, vooral als de avonturen zich in Nederland afspelen. Lodewijks beeld van Nederland is zeer herkenbaar en wekt de lachlust op, bijvoorbeeld omdat te pas en te onpas bedrijfsauto's en kleine ondernemers zoals bakkers, slagers, slopers en transporteurs opduiken in de stripplaatjes die de zeer Nederlandse naam Habraken dragen. Ze hebben niets met het verhaal te maken, maar zijn een running gag over het Nederlandse in Nederland. Net als de minister die veel lijkt op Luns (die op iedere vliegtuigtrap zegt 'Ik geef bepaaldelijk geen commentaar'), burgemeester Specerij van Rotterdam en het bedenkelijke kamerlid Jan Rap van de Middenpartij die figureren in de strips. Om nog maar te zwijgen van het steeds terugkerende muziekgroepje dat in vrijwel alle verhalen opduikt (en waarin we in een van de leden Lodewijk zelf herkennen, met rond brilletje en baard) dat steevast de Real Dutch Folk hit 'Denk Toch Altijd Met Liefd' Aan De Moeder' zingt.

Kek

Het knappe aan Lodewijks tekenstijl is dat hij zelfs een gedetailleerd getekende auto nog iets karikaturaals, grappigs of keks geven kan, door lichte vervormingen of de (vaak gepenseelde) lijnvoering. Het is een soort onnadrukkelijke tongue-in-cheek tekenstijl, waar hij een patent op heeft. Wat dat betreft is het interessant dat hij op de expositie in Haarlem samen exposeert met collega-striptekenaar Henk Kuijpers, schepper van de misdaadbestrijdster Franka. Kuijpers tekent minstens zo gedetailleerd en goed gedocumenteerd als Lodewijk, maar hij heeft een veel minder karikaturale, meer alleen registrerende tekenstijl.

Voor het eerst wordt op de expositie in Haarlem naast het stripwerk van Lodewijk ook zijn reclamewerk getoond. Sinds hij eind jaren vijftig als autodidact begon, heeft Lodewijk behalve strip ook reclamewerk gedaan, want 'er moet brood op de plank komen'. In de Agent 327-stijl maakte hij de afgelopen jaren onder meer het affiche voor de film Flodder, de verpakking voor chips, affiches voor de watersportbeurs Hiswa, lachende dieren voor een dierentuinreclame en omslagen voor weekblad Elsevier.

Dat hij nog meer tekenstijlen beheerst, waaronder een realistische die hij gebruikte voor de tekeningen bij de wervingscampagne voor het leger, blijkt ook op de expositie.

Er zou met gemak nog een ruimte gevuld kunnen worden met strips waarvoor Lodewijk de tekst schreef en die door anderen zijn getekend, zoals de populaire science-fiction strip Storm, getekend door Don Lawrence, Bernard Voorzichtig door Daan Jippes en Johnny Goodbye door Dino Attanasio. Van recente datum zijn Lodewijks scenario's voor de serie over January Jones, een vrouwelijke Britse piloot die in de jaren dertig avonturen beleeft, getekend door Eric Heuvel.

Die verhalen zijn deels gebaseerd op waar gebeurde feiten. Zo speelt in het verhaal De schedel van Sultan Mkwawa uit 1990 bijvoorbeeld de Amerikaanse 'vogelman' Clem Sohn een rol, die in 1937 op het Franse vliegveld Vincennes een demonstratie met zijn vliegpak gaf - en te pletter viel. Met de voetnoot 'authentiek' geeft Lodewijk aan dat hij zich terdege gedocumenteerd heeft - maar voor wie Agent 327 kent, is die toevoeging eigenlijk overbodig.