Gevoelig voor het boze oog; Toeareg-tentoonstelling in Tervuren

De Toeareg, die door de Noordafrikaanse Sahara trekken, worden wel als 'nobele nomaden' of 'schabouwelijke roversbenden' beschouwd. In Tervuren, niet ver van Brussel, is nu een tentoonstelling over dit volk en hun gebruiksvoorwerpen te zien. “Het betreft hier niet een uit een knoest gesneden lepel maar een tot lepel bijgeschaafde knoest.”

Tentoonstelling: Toeareg. In: Het Afrika-museum, Leuvensesteenweg 13, Tervuren. Tot 31 juli. Dagelijks geopend van 9 tot 17.30 u. De redactie van het Sahara-bulletin is gevestigd in de Dusartstraat 41, 1072 HN Amsterdam

Mijn souvenirs van een ooit door de Algerijnse Sahara gemaakte voettocht zijn een paar nederige voorwerpen die ik uit het woestijnzand heb opgevist. Het bezochte gebied maakt deel uit van de Tassili n' Ajjer, een zandsteenplateau met brede canyons die sinds jaar en dag als verbindingswegen worden gebruikt door de karavanen van de Toeareg. De vindplaats van de door deze nomaden achtergelaten voorwerpen, is de wadi Djerat. Deze canyon is bekend is om zijn talrijke rotsgravures. Het opmerkelijkste 'objet trouvé' is een gestoffeerd boomtakje. Het dunne, gebroken takje is in een blauw weefsel gewikkeld als een verwonde vinger in het verbandgaas. Verder kan ik er weinig over zeggen. Het is een takje dat een geheim weet te bewaren. Waarvoor het dient, weet ik nu nog niet.

De vondst van een ring met de omvang van een tamboerijn wierp aanvankelijk een nieuw raadsel op. Opvallend vakkundig gesmeed, kan deze als een sleutelring worden geopend. Om en aan de ring zijn echter leren bandjes, eindjes touw, een kameelharen kwastje, een bosje ijzerdraad en todden vastgeknoopt. De ring met zijn aanhangsels van deerniswekkende, halfvergane reepjes stof in verbleekte kleuren lijkt een waar 'arte povera'-kunstwerk. Nadere bestudering van de verschillende stofjes brengt een allegaartje van natuurlijke materialen en synthetische vodde-resten aan het licht zoals van geitenhaar gemaakt touw, linnen bandjes met stikranden, resten van lichtblauwe tule, van zwart katoen, van witte tricot en van nylon vitrage. Verder bungelen er nog reepjes versleten damesondergoed aan de ring zoals een met elastiek afgebiesd en met een tijgerprint bedrukt lapje en (schouder-)bandjes van zilverdraad en paars nylon. De meeste van deze todden zijn in elkaar gedraaid en doen denken aan geïmproviseerde touwen.

Mijn andere vondsten openbaarden hun functie spontaan. Een langwerpig stuk hout dat hard als steen is geworden, eindigt in een ondiepe, komvormige uitholling. Op deze oer-lepel zijn nog gierst-resten zichtbaar die in de houtnerven zijn vastgekoekt. Aan het wat onbehouwen model ligt een inventief concept ten grondslag. Het betreft hier niet een uit een knoest gesneden lepel maar een tot lepel bijgeschaafde knoest. Bovendien is de lepel multi-functioneel. Door zijn zwaarte is hij bruikbaar als stamper en door zijn steellengte als pollepel terwijl de relatief kleine, nog net in de mondholte passende komvorm een toepassing als eetlepel mogelijk maakt.

Een ander gebruiksvoorwerp zag ik aanvankelijk aan voor het uitgedroogde kadaver van een kleine, kastanjebruine bok waaraan de kop ontbrak. Het bleek een waterzak. Hij is gemaakt van het vrijwel volledig intact gebleven omhulsel van de bok, inclusief staart en poten. De gelooide huid vertoont wonderlijk genoeg geen enkel kerfje. Via de opening aan de kopzijde is het dode beest als het ware innerlijk ontruimd tot in de uithoeken van zijn behaarde poten en staart. Deze uitsteeksels zijn dichtgebonden met vliesdunne leren touwtjes en doen aan handgrepen denken. De halslijn van de bok valt samen met de hals van de waterzak. Opnieuw valt de efficiënte werkwijze van de Toeareg op. Er is geen waterzak uit bokkenhuid gesneden maar er is een bok tot waterzak gemaakt.

Lichtvoetig

Aan de cultuur van de inventieve woestijnnomaden die zich behalve in Algerije, Libië, Burkina Faso, Niger en Mali ophouden, is een expositie gewijd door het Afrika-museum in het nabij Brussel gelegen Tervuren. Het is het soort tentoonstelling waaraan vooral schoolklassen veel plezier kunnen beleven. Er klinkt Toearegmuziek. Er zijn een tentenkamp en een waterput nagebouwd. Er zijn veel foto's en exotische (gebruiks-)voorwerpen te zien en er loopt een speciaal ingehuurde Targi (enkelvoud voor Toeareg) rond, die thee schenkt. Dat hij een heuse woestijnnomade is, verraadt zijn manier van lopen. Een Targi loopt als iemand die zijn handen op zijn rug heeft, dus met een iets naar voren gekanteld bekken. Een manier van voortbewegen die ik iedere wandelaar kan aanbevelen. Na enige oefening heb je de weinig inspannende, lichtvoetige tred te pakken die het lopen van de Toeareg iets zwevends geeft.

De geëxposeerde voorwerpen zijn onder meer zwaarden, waarvan de kling meestal afkomstig is uit Europa, rieten matjes, niet al te mooie houten lepels die het toonbeeld van verfijning zijn vergeleken met de oerlepel, sieraden en leren objecten. De sieraden zijn doorgaans gemaakt van een legering op basis van zilver waardoor ze nogal dof zijn. De bewerking laat vaak te wensen over maar de vormen zijn intrigerend. De hangers die om de hals worden gedragen, kunnen vierkanten met concave zijden maar ook kruizen of ruiten zijn. Daarin tekenen zich soms minuscule cirkeltjes af, die het oog van een kameel of de sporen van een jakhals voorstellen. De sieraden zijn meestal amuletten die ook door mannen worden gedragen, want de Toeareg zijn erg gevoelig voor 'het boze oog'.

De leren voorwerpen zien er decoratief uit. Het praalzadel voor de berijder van de dromedaris is kleurrijk samengesteld uit bleekgroen en dieprood leer dat bewerkt is met geometrische motieven. Aan zakken, tassen en portefeuilles bungelen dikke leren kwasten. Op de expositie zag ik ook de tot waterzak gebombardeerde geiten terug die nu van kwastjes waren voorzien. Maar de mooiste ontdekking was toch wel de uit Niger afkomstige, eveneens van geitehuid gemaakte 'zak om water te putten, vastgemaakt aan een ring en voorzien van een lederen band en lederen koorden'. De ring met todden die vermoedelijk tijdens een karavaanreis vanuit Niger naar de Tassili verloren is geraakt, blijkt dus een alsmaar opnieuw gerepareerde waterputzak.

Schabouwelijk

De Toeareg worden in het algemeen of als 'nobele nomaden' of als 'schabouwelijke roversbenden uit de woestijn' beschouwd. De foto's tonen romantische beelden van op hun kamelen gezeten, gesluierde mannen die door de eenzame woestijn trekken en van opvallend knappe vrouwen met open gezichten. De Toeareg die tijdens de voornoemde expeditie door de Tassili als kameeldrijvers en gidsen optraden, leefden sober en op de rand van de armoede. Ze hadden last van ontstoken ogen en maagpijn maar geneesmiddelen hadden ze niet. In de nachtelijke vrieskou sliepen ze onder een kameelharen deken in het zand. Voor het opladen van de kamelen gebruikten ze touwen die uit een eindeloze reeks aan elkaar geknoopte eindjes touw waren gemaakt. Voettochten van vijftien à twintig kilometer legden ze af op versleten, plastic slippertjes. Kleren en leeftocht pasten moeiteloos in de paar verschoten, stoffen draagtassen van bescheiden formaat, die ze met zich meedroegen. Bij het bereiken van een oase zag je soms een wasje doen. Ze haalden dan hun jurk of hoofddoek een paar maal door het water van een met een rietkraag omzoomde poel. De recente ontwikkelingen in Algerije hebben nu ook nog het toerisme lamgelegd.

Over de Toeareg die in de Zuidalgerijnse stad Tamanrasset zijn gaan wonen, heeft de cultureel antropologe Angeline van Achterberg gepubliceerd. Samen met Arita Baayens, schrijfster van Een regen van eeuwig vuur (uitgeverij Contact) die in haar eentje per kameel door de Egyptische woestijn trekt, richtte Van Achterberg in 1992 de 'Sahara-sociëteit' op. Deze sociëteit organiseert lezingen die bezocht worden door gepassioneerde Sahara-liefhebbers en er wordt een bulletin uitgegeven. Angeline van Achterberg, die acht jaar met een Targi getrouwd is geweest, schrijft hierin hoe de onafhankelijke Toearegmannen in de stad in loonslaven zijn veranderd en de minstens zo souvereine Toearegvrouwen in verpieterde huisvrouwen.