Enge spelletjes

Sjoerd Kuyper, Robin op school. Met illustraties van Sandra Klaassen. Uitg. Leopold. ƒ 24,90. Vanaf 4 jaar.

Wouter Klootwijk, De H van Adri. Met tekeningen van Philip Hopman. Uitg. Leopold. ƒ 24,90. Vanaf 7 jaar.

Groen van jaloezie was ik, als er weer eens een kind op school kwam met zijn arm in een mitella. Zo'n kunstig gevouwen theedoek, op strategische plekken vastgemaakt met veiligheidsspelden, dat stond verschrikkelijk interessant, want het betekende dat de drager iets heel ergs had doorstaan. En het betekende ook veel aandacht, want iedereen wilde natuurlijk weten wat voor ergs dat dan wel geweest was.

Geen wonder dat het jongetje Robin diep teleurgesteld is als zijn klasgenootjes totaal geen interesse blijken te tonen voor de katoenen luier die hij als een heldentrofee met zich meetorst. Groot is zijn onbegrip, totdat hij erachter komt wat er aan de hand is: er is een nieuw kind in de klas. Dit, en nog veel meer teleurstellende, griezelige en vrolijk stemmende gebeurtenissen, beschrijft Sjoerd Kuyper in Robin op school, alweer het vierde deeltje - na Robins zomer, het zojuist met een Zilveren Griffel bekroonde Robin en Suze en Robin en Sinterklaas - in wat we nu wel de Robin-reeks mogen noemen. Overigens speelt de school helemaal niet zo'n grote rol in het boek, en nieuw is zij evenmin voor Robin, want in het tweede deeltje ging hij er ook al naar toe, dus de titel lijkt me niet erg gelukkig gekozen.

Wat niet wegneemt dat Robin op school, net als de voorgaande Robin-delen, beslist de moeite waard is. Kuyper kan mooi vertellen over gewone dingen. Gewone dingen die toch bijzonder zijn omdat Robin (die, in tegenstelling tot bij voorbeeld Jip en Janneke, duidelijk 'meegroeit': in ieder boek is hij weer iets ouder en wijzer geworden) ze zo intens ervaart. Een nieuw vriendje dat nauwelijks Nederlands spreekt en waarmee je toch kunt praten. Of je moeder de 'aller-, aller-, allerliefste van de hele wereld' vinden. Of bang zijn voor onweer en voor de schoolfotograaf. Of voor het eerst naar een verjaarspartijtje gaan en dan maar blij zijn dat je je mitella hebt, een mooi excuus om niet aan al die doodenge spelletjes mee te hoeven doen: 'Als er wéér eens iemand jarig is, denkt hij, doe ik wéér een mitella om.'

Het zijn allemaal emoties die Kuyper zonder veel omhaal weet over te brengen, in verhaaltjes die geen duidelijke pointe of climax nodig hebben. Hoe Robin het allemaal beleeft, daar gaat het Kuyper om, en met dat kleuterperspectief kan hij nog steeds opvallend goed overweg. Speciale aandacht verdient in dit verband de ouwe getrouwe Knor, het dierbare speelgoedvarken van Robin. Het beest is door Kuyper uitgerust met louter menselijke eigenschappen en vermogens: Knor is net zo bang voor het onweer als Robin zelf, ze zijn het meestal roerend met elkaar eens en als Robin iets geks zegt, heeft Knor het niet meer. Dan valt hij zowaar van de vensterbank van het lachen.

Over ouwe getrouwen gesproken. Het drietal Adri, Martje en Wim, enkele jaren geleden ontsproten aan de geest van Wouter Klootwijk, dook onlangs weer op in een derde boek, De H van Adri. Voor niet-ingewijden: Adri, Wim en Martje zijn echte buitenkinderen, ze zijn voortdurend aan het scharrelen met oude rommel, ze zijn zo weinig mogelijk thuis en gaan nooit naar school (althans, daar hebben ze het nooit over). Ze hebben een voorkeur voor wat zonderlinge volwassenen en ze houden best van een beetje avontuur, maar ook weer niet te veel.

Ditmaal gaan ze met z'n drieën op een oud, verlaten hotel passen omdat de eigenaresse een paar dagen weg moet. Dat klinkt reuze heldhaftig, maar echt spannende toestanden à la Enid Blyton blijven ons bespaard. Er dient zich weliswaar een inbreker aan, die ze nog betrappen ook, maar gepakt wordt hij niet en de politie komt er ook niet aan te pas. Bij Klootwijk gaat dat heel anders: “ 'O, een inbreker,' is Adri's eerste reactie. 'Hij wil erin.' En even later neemt hij een moedig besluit: 'Ik ga wel naar beneden en vraag aan die man wat hij stelen wil.' ”

Een enkele keer werd het me iets te lollig, zoals wanneer de inbreker later nog eens aanbelt om de pet die hij heeft verloren ('een aandenken') op te eisen. Maar ook op zulke momenten is er nog altijd Klootwijks laconieke stijl, zijn onnadrukkelijke manier van vertellen, die de boel in het gareel houdt. Het is een dankbare combinatie, de argeloosheid van de drie jeugdige antihelden en de droogkomische humor die Klootwijk vooral in de dialogen goed kwijt kan. Dat maakt dat je De H van Adri - en de vorige Adri-boeken net zo goed - zowel in alle ernst als glimlachend kunt lezen. Dat laatste lijkt me overigens verreweg het makkelijkste.