Drie jaar ruzie over kernprogramma van Noord-Korea

16 juni 1991: Noord-Korea stemt in met een ontwerp-akkoord over inspectie van zijn nuclaire installaties door het Internationale Atoomenergie Agentschap (IAEA).

september-november 1991: Verschillende bronnen, waaronder de Amerikaanse inlichtingendienst (CIA) en een overgelopen Noordkoreaanse diplomaat, melden dat Noord-Korea dichtbij het bezit van een atoombom is.

29 januari 1992: Noord-Korea ondertekent een overeenkomst waarin het belooft IAEA-inspecties toe te staan.

januari 1993: Noord-Korea weigert het IAEA de toegang tot zijn voornaamste nuclaire installaties.

12 maart 1993: Noord-Korea kondigt aan uit het in 1985 ondertekende Non-proliferatieverdrag (NPV) tegen de verspreiding van kernwapens te zullen stappen. Een maand later bedenkt de regering in Pyongyang zich en zegt de dialoog met het IAEA te willen hervatten.

14 augustus 1993: De controle van het IAEA verloopt weer moeizaam door tegenwerking van Noordkoreaanse autoriteiten.

1 oktober 1993: Het IAEA maant Noord-Korea inspecties toe te staan om zo het bewijs te leveren dat het land niet bezig is met de produktie van kernwapens. De VN-Veiligheidsraad eist dat Noord-Korea de IAEA-inspectie onmiddellijk moet toelaten.

19 november 1993: De Verenigde Staten waarschuwen dat ze de Veiligheidsraad zullen aanbevelen 'andere opties dan onderhandelingen' in overweging te nemen als Noord-Korea zijn nuclaire installaties niet openstelt.

december 1993: Noord-Korea, in onderhandeling met de Verenigde Staten over de uitvoering van het NPV, zegt volledige inspectie toe te zullen staan. Het IAEA onderhandelt met Noord-Korea over de precisering van de controle.

3 januari 1994: De Noord-Koreaanse president Kim Il Sung waarschuwt voor een “catastrofe” indien de Verenigde Staten doorgaan met het uitoefenen van druk op zijn land.

6-21 januari 1994: Noord-Korea verwerpt de eisen die het IAEA aan de inspecties stelt.

2 februari 1994: De Amerikaanse Senaat vraagt president Clinton Noord-Korea economisch te isoleren tot het zijn kernwapenprogramma stoptzet en instemt met internationale inspecties. De regering in Pyongyang laat weten dat Noord-Korea economische sancties als een oorlogshandeling zal opvatten.

9 februari 1994: Volgens de CIA is Noord-Korea bezig een hoeveelheid plutonium te winnen uit zijn kerncentrale bij Yongbyon.

21 febuari 1994: De Noordkoreaanse regering, die eerder had toegestemd de inspecteurs van het IAEA tot zeven nuclaire installaties toe te laten, ligt opnieuw dwars. Als de internationale gemeenschap druk uitoefent om de inspectie te verbreden, zal Pyongyang elke inspectie weigeren, aldus de verklaring van Noord-Korea.

26 februari 1994: Na Amerikaans-Noordkoreaanse besprekingen belooft Noord-Korea de inspecties van nucleaire installaties vanaf 1 maart toe te staan.

29 februari 1994: Het IAEA begint met de inspectie van zeven installaties.

15 maart 1994: Het IAEA zegt belemmerd te worden in een volledige uitvoering van zijn inspectie. De poort van de Yongbyon-installatie blijft gesloten voor de inpecteurs.

19 maart 1994: China verhindert dat de Veiligheidsraad een resolutie tegen Noord-Korea aanneemt.

21 maart 1994: Het IAEA geeft Noord-Korea een laatste kans de installaties open te stellen. Noord-Korea dreigt voor de tweede keer uit het NPV te stappen.

23 maart 1994: Noord-Korea waarschuwt de Amerikanen voor een nieuwe oorlog op het Koreaanse schiereiland.

1 april 1994: De VN-Veiligheidsraad maant Noord-Korea nieuwe onderzoeken van het IAEA toe te staan, maar harde sancties blijven achterwege. Ook China dringt in de ontwerp-verklaring aan op inspectie van de Noordkoreaanse nucleaire installaties. Vier dagen later verwerpt Noord-Korea deze oproep als “onredelijk”.

19 april 1994: De Verenigde Staten plaatsen Patriot-afweerraketten in Zuid-Korea.

22 april 1994: Noord-Korea zegt het IAEA toe dat het agentschap getuige mag zijn van het vervangen van oude brandstofstaven in de Yongbyon-centrale.

14 mei 1994: In strijd met het NPV begint Noord-Korea, zonder de afgesproken controle van het IAEA af te wachten, met de cruciale vervanging van de achtduizend staven kernbrandstof uit de kerncentrale bij Yongbyong. 17 mei 1994: Het inspectieteam van het IAEA reist naar Noord-Korea om de, inmiddels begonnen, vervanging bij te wonen.

28 mei 1994: Volgens het IAEA voltrekt de wisseling van de splijtstofstaven zich zonder internationaal toezicht. Het agentschap beschouwt de inspectie als mislukt.

29 mei 1994: Noord-Korea verklaart buitenstaanders nooit toe te staan zijn nucleaire plannen te ontsporen. De inspecteurs van het IAEA verlaten het land. President Clinton kondigt aan dat economische sancties onvermijdelijk zijn als blijkt dat bewijs voor de bestemming en gebruik van Noord-Korea's afgewerkte brandstof vernietigd is.

30 mei 1994: De VN-Veiligheidsraad dringt bij Noord-Korea nogmaals aan mee te werken aan de inspecties.

2 juni 1994: De vervanging van de achtduizend brandstofstaven uit de kernreactor van Yongbyong is in een dermate vergevorderd stadium dat het IAEA geen controle meer kan uitoefenen op de status van het Noordkoreaanse kernprogramma, zegt Hans Blix, directeur-generaal van het IAEA.

3 juni 1994: Japan, Zuid-Korea en de Verenigde Staten overwegen strafmaatregelen tegen Noord-Korea te nemen, desnoods buiten de VN-Veiligheidsraad om.