De tijd vliegt, de tijd kruipt; Alan Hollinghurst over homoliteratuur, België en het fin de siècle

“Mensen laten zich zo makkelijk provoceren,” zegt Alan Hollinghurst, die in Engeland opzien baarde met zijn bijna achteloze beschrijvingen van homoseksuele erotiek. Vorige week verscheen zijn tweede roman The Folding Star, een somber, humoristisch verhaal over een hopeloze liefde in een Belgisch stadje. “Ik denk niet in woorden maar in atmosfeer.”

Alan Hollinghurst: The Folding Star. Uitg. Chatto & Windus, 422 blz. Prijs: ƒ 56,75.

Het platteland, in de stad. Met ingehouden trots laat Alan Hollinghurst me zijn uitzicht zien: grazige hellingen en bladerrijke bomen, bijna zover het oog reikt. In de verte bebouwing, want we zijn in Londen. Hollinghurst (1954), die de dag ervoor zijn nieuwe roman The Folding Star ten doop heeft gehouden, zegt dat hij per verhuizing een stukje naar de rand van de stad is opgeschoven; dit appartement kijkt uit over Hampstead Heath. “'s Nachts waan je je in een andere wereld, alsof je midden in de natuur zit.” Hij zegt het zoals hij alles zegt, op een wat droge, licht verontschuldigende toon. Zijn accent is onberispelijk public school.

Het is alweer zes jaar geleden dat The Swimming-Pool Library verscheen. Hollinghursts brutale debuutroman was een geraffineerde lofzang op het homoseksueel hedonisme vóór aids; het verhaal over de 'bevrijde' homoseksuele nietsnut William Beckwith veroorzaakte in Engeland eind jaren tachtig een sensatie vanwege de bijna achteloze beschrijvingen van hete homoseks. Ook ook de stijl van de schrijver oogstte veel lof: mooi barok, ritmisch proza, vol scherp geobserveerde beelden. De meeste Engelse schrijvers, zeg ik, zouden na hoogstens twee jaar met een nieuwe roman gekomen zijn.

“Ja, maar ik schrijf heel langzaam. Vroeger, voordat ik ook maar iets had gepubliceerd, schreef ik vooral gedichten, daar was je snel klaar mee, als je geluk had. Mijn proza is ook poëtisch, ik denk niet in woorden maar in beelden, in atmosfeer. Het schrijven gaat uiterst traag, ook omdat ik het het liefst in één keer goed op papier wil hebben. Bovendien kwam ik erachter dat ik niets geleerd had van het schrijven van The Swimming-Pool Library. Dat boek was een avontuur, ik schreef er in het geheim aan wanneer ik thuiskwam van mijn werk als redacteur bij het Times Literary Supplement. Daarna bleek dat ik weer helemaal opnieuw moest beginnen. Dat boek is nu zo lang geleden dat ik vergeten was hoe het is om critici over je werk te lezen. Er zijn al wat recensies verschenen en men is bijzonder aardig voor me, maar in veel gevallen lijken ze over een totaal ander boek te schrijven dan over The Folding Star.

“Natuurlijk is er het probleem dat wanneer je een roman schrijft met flink veel seks erin, de recensenten daar meestal zo door worden afgeleid of opgewonden dat ze voor de andere aspecten van het boek geen oog meer hebben. Er is in Engeland nu een grote publieke belangstelling voor alles wat met homoseksualiteit te maken heeft. Dat is waarschijnlijk het late gevolg van de bewustzijnsverandering die aids heeft veroorzaakt. Ik ben me ervan bewust dat dat heel tijdelijk kan zijn. Toen over het wetsvoorstel om de minimumleeftijd voor seks tussen mannen naar achttien jaar te brengen gestemd moest worden, werden er weer allerlei verschrikkelijke dingen in het Lagerhuis gezegd.”

Conversatieles

Seks spéélt een belangrijke rol in The Folding Star. De roman is het relaas van de 33-jarige Engelsman Edward Manners die om aanvankelijk duistere redenen neerstrijkt in een oud, naamloos Belgisch stadje dat nadrukkelijk veel op Brugge lijkt. Vrijwel onmiddellijk valt Manners ten prooi aan een erotische obsessie: voor de zeventienjarige Luc Altidore, een van de twee jongens aan wie hij Engelse conversatieles geeft. Terwijl Manners zijn dagen doelloos in het verstilde stadje slijt en in de plaatselijke homocafés een tijdelijke minnaar oppikt, neemt zijn passie voor de ongrijpbare jongen manische proporties aan.

Die gevoelens van Manners krijgen gaandeweg reliëf, wanneer hij halverwege de roman even terugkeert naar het voorstadje bij Londen waar hij zijn jeugd heeft doorgebracht om de begrafenis van zijn jeugdliefde Ralph bij te wonen; deze is omgekomen bij een autogeluk. Een andere wereld die Manners obsessie lijkt te weerspiegelen is het donkere universum van de laat-symbolistische schilder Edgard Orst, een Fernand Khnopff-achtige figuur, die gestorven is in de Tweede Wereldoorlog en voor wie in het Belgische stadje een bescheiden museum is ingericht. Orst is een schimmige aanwezigheid in het boek, wiens raadselachtige nagedachtenis lange, donkere schaduwen over het leven van een aantal personages werpt, niet in de laatste plaats over dat van Edward Manners zelf.

Wat de roman bijzonder maakt, is de onverbiddelijke nauwgezetheid waarmee de ik-persoon Manners' bezetenheid onder woorden brengt, zijn donkere verlangens, zijn egoïsme en harde zelfspot. De suggestie dat hij zich illusies maakt over de 'ideale' jongen Luc om zijn eigen desillusies niet onder ogen te hoeven zien, wordt door Hollinghurst subtiel door het verhaal geweven, zonder geforceerde psychologische verklaringen.

The Folding Star laat een diepere indruk achter dan Hollinghursts eerste boek. Het is een persoonlijk boek, somber ook, veel minder uitgelaten dan zijn debuut. Ik zeg tegen hem dat hij in The Swimming-Pool Library er bewust op uit leek zijn publiek te provoceren.

Hollinghurst: “Zo bewust wilde ik niet schokken, geloof ik. Mensen laten zich zo gemakkelijk provoceren. Wat ik wel ambieerde is even natuurlijk en vanzelfsprekend over de homoseksualiteit van mijn personages schrijven als er over heteroseksualiteit wordt geschreven. Allebei mijn boeken zijn nogal conventioneel geschreven, qua techniek, en passen in de Engelse literaire tradities. Ik denk dat ik in mijn eerste boek bepaalde tradities wilde samenvoegen. Over homoseksuele ervaringen kon je voorheen maar op twee manieren schrijven. Aan de ene kant had je de gevoelige, ingehouden, nogal schuldbewuste romans, aan de andere kant de pornografie. Ik had het gevoel dat die boeken niet veel te maken hadden met werkelijke ervaringen. In The Swimming-Pool Library heb ik die twee tradities min of meer bewust met elkaar vermengd. Eerlijk gezegd zijn dat dingen die je vooral achteraf beseft. Ik beschouw mijzelf niet als een gay writer, iemand met een taak en een afgebakend publiek. Mijn preoccupaties als schrijver zijn strikt persoonlijk.”

Vies en deprimerend

The Folding Star speelt zich af in België. Dat is, op z'n zachtst gezegd, geen voor de hand liggend decor voor een Engels schrijver. “Nee, dat mag je wel zeggen. België wordt hier sterk veronachtzaamd of gewoon genegeerd. Engelsen zien België als zo'n vies en deprimerend land, waar je zo snel mogelijk overheen vliegt of doorheen rijdt. Dat op zichzelf trok me al aan, zeker omdat de roman gaat over dingen die zich onder je neus afspelen en die je toch niet opmerkt. Een bezoek aan Brugge midden in de winter maakte diepe indruk op me. Ik moet de enige bezoeker zijn geweest. Ik raakte daar geïnteresseerd in de symbolistische schilderkunst en literatuur van de jaren negentig van de vorige eeuw, zoals die cultroman Bruges, la Mort van George Rothenberg en schilders als Khnopff, Redon, Rops. Brugge was eind vorige eeuw een centrum van de Europese cultuur. Daarna, zo leek het, was alles daar plotseling verstild. Heel vreemd. Het fin de siècle heeft me vanaf mijn schooltijd al geboeid en ik wilde in mijn roman iets van die onwerkelijke sfeer oproepen, die licht claustrofobische wereld, met zijn obsessieve droombeelden en dweepzucht met het religieuze.”

Net als in The Swimming-Pool Library is het in deze roman een ik-persoon die de lezer meevoert in de wereld van zijn preoccupaties en obsessies. De schrijver speelt daarbij een behendig spel met de verwachtingen van lezers die geneigd zijn zich klakkeloos te identificeren met de hoofdpersoon. Edward Manners is onvoorspelbaar, soms uitgesproken onsympathiek, soms deerniswekkend. Hollinghurst lacht tevreden. “Beide boeken moeten het hebben van dat onbetrouwbare bewustzijn van die twee personages. Wat me aantrekt is het ontbreken van ieder moreel oordeel over het gedrag van een hoofdpersoon wanneer hij zijn eigen verhaal vertelt. Je kunt hem hele oneerlijke, harteloze dingen laten zeggen en doen zonder commentaar te geven, wat vaak komisch werkt. Het dwingt de lezer tot een veel boeiender, want creatievere, inbreng in de roman. Hij moet keer op keer afstand nemen en beslissen hoe hij erover denkt, wat hij vindt van de persoon door wiens ogen hij gedwongen wordt naar de wereld te kijken. Edward Manners is aan de ene kant volslagen op zichzelf gericht, maar vaak ziet hij ook hoe absurd zijn gedrag is. Hoe ver hij ook gaat in zijn obsessies, ze worden voortdurend afgewisseld door humor. Het is misschien waar dat The Folding Star in veel opzichten somberder is dan het vorige boek, maar ik hoop dat het af en toe ook heel grappig is.”

Een wrang soort humor, zeg ik. De illusies en desillusies van Edward Manners worden voortdurend gespiegeld in de andere geschiedenissen in de roman, zoals de tragische liefde van de schilder Orst voor zijn gestorven model, die door hem werd vastgelegd op ontelbare foto's. Aan het einde rest ook Edward Manners niet meer dan een fletse foto van de jongen die hij wilde bezitten.

Hollinghurst: “Er zitten allerlei patronen in de roman, symbolische parallellen, die elkaar aanvullen en becommentariëren. Die geven het geheel een lyrische, nogal elegische toon. Zoals zoveel literatuur gaat The Folding Star over verlies. En de relatie tussen persoonlijk verlies en kunst. Edward Manners probeert een soort van replica te maken van zijn verdwenen jeugdliefde, een substituut dat even ideaal is als de herinnering aan die eerste liefde. Hij zoekt de obsessie, hij wìl wanhopig verliefd worden. Ook de schilder Orst zoekt iemand die zijn gestorven ideaal kan vervangen. In het laatste deel van de roman wordt het letterlijk een zoektocht voor Edward, wanneer Luc plotseling verdwijnt. Mensen met obsessies hebben te kampen met een zekere innerlijke leegte, denk ik, ze hebben behoefte aan obsessies. Die fungeren als een motor voor hen.”

Narcisme

Maar de verlangens van Manners doen ook pijnlijk vertrouwd aan: jeugd, schoonheid, onschuld. “Ja, maar hij komt er uiteindelijk achter dat hem om illusies gaat. Die jongen blijkt helemaal niet zo onschuldig en onbezoedeld als hij hem wil zien. Wanneer je verliefd wordt op iemand die veel jonger is, ben je ook altijd een beetje verliefd op degene die jezelf op die leeftijd was. Daar zit een element van narcisme in. Manners is er niet vrij van, wanneer hij halverwege het boek teruggaat naar Engeland en als het ware op zoek gaat naar zijn jongere ik, de jongen die even oud was als Luc nu is. Die illusies worden hem hardhandig ontnomen.”

Door de auteur, zeg ik.

“Inderdaad, daar zit misschien een zekere wreedheid in. Maar er zit ook wreedheid in Edwards obsessie voor Luc. Iemand die je zo in zijn macht heeft, roept meestal ook van dat soort gevoelens op. Je wil je onderwerpen aan die ander, maar tegelijkertijd maakt je dat woedend. Bij Edward uit zich dat op een beslissend moment ook gewelddadig. Hij wil Luc bezitten, maar hem ook straffen voor zijn eigen onmacht.”

Het beeld van the folding star, de avondster (Venus), hangt zwaar over het hele boek. Edward Manners is drieëndertig, maar als lezer krijg je het gevoel dat zijn leven al ten einde loopt. Hoe moet ik me hem over twintig jaar voorstellen?

Hollinghurst, zachtjes lachend: “Dat weet ik niet. Ik heb geen idee hoe mijn personages na de laatste regel vergaat. Maar die sfeer van avondschemering is belangrijk in het boek. Allebei de hoofdpersonen in mijn romans zijn mensen die niet veel uitvoeren, ze verspillen heel wat tijd met een rondhangen. Op een bepaalde manier verstrijkt voor hen de tijd uiterst langzaam, er gebeurt niet veel met hen. Tegelijkertijd is er de gewaarwording dat de tijd voorbij vliegt, dat alles voorbij is voor je er erg in hebt. Dat zijn twee gewaarwordingen die naast elkaar kunnen bestaan, zoals in een muziekstuk het ene instrument iets snel speelt, terwijl een ander dezelfde noten vertraagd speelt. Edward heeft iets vreemd onschuldigs en is vol jeugdige illusies. Tegelijk heeft hij ziekelijks, iets vermoeids, alsof hij al voortdurend bezig is afscheid te nemen. Hij is een jonge èn oude man.”

Illusieloos

Die ambivalentie heeft ongetwijfeld te maken met ouder worden. Maar heeft het ook te maken met het feit dat Edward Manners homoseksueel is? Zijn heteroseksuele schoolvriend in het boek sticht een gezin. Hij mist Edwards onuitputtelijke verbeeldingskracht, maar lijkt er minder moeite mee te hebben hun jeugd en hun jeugdige illusies achter zich te laten.

Hollinghurst denkt lang na. “Ik geloof inderdaad dat homoseksuele mensen daar meer mee bezig zijn, algemeen gesproken dan. Er is die overwaardering van de jeugd in wat zich publiekelijk manifesteert als homocultuur. De zoektocht naar de jeugd en het idealiseren van alles wat jong is vormt een overheersend thema in zogenaamde homoseksuele literatuur. In mijn boeken probeer ik min of meer bewust verder te borduren op dat thema.'

Maar, zeg ik, in de boeken van Hollinghurst zijn het de personages die idealiseren, niet de auteur zelf. Het leven van zijn homoseksuele personages blijkt in laatste instantie vaak illusieloos. Ze worden hard aangepakt door de schrijver.

“Zeker, ook in The Swimming-Pool Library, ook al blijft de donkere kant daar meer op de achtergrond. Daarmee zeg ik iets over mijn personages, niet over homoseksuelen. Wat de sfeer in The Folding Star zo schemerachtig maakt, is natuurlijk ook dat zoveel homoseksuele mannen tegenwoordig niet eens de kans meer krijgen om oud te worden. Het boek gaat niet direct over aids, alleen de jeugdvriend van Edward die omkomt bij een auto-ongeluk heeft de ziekte, maar ik ben me tijdens het schrijven natuurlijk wel bewust geweest van wat aids heeft aangericht.”

Wat vindt hij van de manier waarop kunstenaars tot nu toe met de ziekte zijn omgegaan? “Het is waar dat de kunst er nog niet in geslaagd is op een artistiek bevredigende manier te reageren op de crisis die aids veroorzaakt heeft. Er is nog niets groots uit voortgekomen. Maar het is ook heel moeilijk. Zeker als romanschrijver voel ik een sterke weerzin tegen de trieste verhaallijn die de ziekte aandraagt: eerst was hij gezond, toen werd hij almaar zieker en toen ging hij dood. Dat is het probleem van medische drama's, nietwaar? Tot nu toe zijn de beste dingen de kleine dingen geweest. Korte verhalen, vooral. Daarin lukt het schrijvers beter om tot de essentie door te dringen, juist door samen te vatten.”

Wat ook nog niet geschreven is, merk ik op, is een roman over de rijpere liefde van twee homoseksuele mannen op leeftijd.

Hollinghurst schiet in de lach. “Gun me wat tijd.”