De mooiste houten auto's; Vrachtwagen voor grassprietjes

ADO speelgoed, museum Boymans-van Beuningen, Museumpark, Rotterdam. T/m 17 juli. Di t/m za 10-17u, zo 11-17u. Eén auto van ADO is opnieuw gemaakt. Hij is in de museumwinkel te koop en kost 175 gulden.

Kapot speelgoed, dat is iets heel treurigs. Een boot van playmobiel waar een grote barst in zit, of een speelgoedtelefoon waar de draaischijf vanaf is gebroken. Van die dingen die verder nog goed zijn, maar die je toch maar het beste weg kunt gooien. Dat doe je niet, en dan liggen die spullen je jarenlang verwijtend aan te staren.

Maar versleten speelgoed, dat is wat anders. Bijvoorbeeld een pop die zo vaak aan- en uitgekleed is dat de verf op haar armen een beetje is weggesleten. Of een autootje dat zoveel gereden heeft dat de banden glad zijn geworden. Dat is nog mooier dan nieuw speelgoed. Waarom? Omdat je dan kunt zien dat het gekoesterd is. Dat er veel mee gespeeld is, maar niet mee gegooid.

In museum Boymans-van Beuningen in Rotterdam is nu veel van dat versleten speelgoed te zien. In een zaaltje staan een stuk of veertig grote houten auto's en ook nogal wat poppehuismeubeltjes. Ze zijn heel stevig en ze zijn allemaal in frisse kleuren geschilderd. Maar ze zijn niet nieuw. Overal zijn kleine stukjes verf afgebroken. Waar de auto's vaak zijn vastgepakt zijn ze wat gladder dan op andere plaatsen. Ze zijn heel oud. De oudste is van ongeveer 1925, de nieuwste is van 1955 en ze zijn allemaal van het Nederlandse merk ADO. Dat betekent 'Arbeid Door Onvolwaardigen'. Ze werden door tuberculosepatiënten in elkaar gezet.

De auto's zijn het mooiste. Er zijn vrachtwagens van wel 75 cm lang, groentewagens, melkwagens en een auto waarop in grote gele letters staat RIJDENDE WINKEL. De mooiste vind ik een auto waarop staat GROENTEN EN FRUIT. Het is een vrachtauto van ruim een halve meter lang, met een blauw geverfde cabine. Achterop staan in een paar rekken gele en rode bakjes, waarin de groenten en de appels horen. Ik denk dat de kinderen die met zo'n auto speelden in die bakken grassprietjes legden en een paar bessen. En misschien kregen ze van hun moeder wel twee aardbeien, een paar sperzieboontjes, drie radijsjes en een stuk of tien erwten. Dat zal een vrolijk gezicht zijn geweest.

De auto's die vijftig jaar geleden in het echt rondreden leken veel op deze houten speelgoedauto's. Alles aan een auto was toen nog recht en hoog en de vrachtauto's hadden een aparte motorkap, zo'n neus onder de voorruit. Dat was tamelijk gemakkelijk met een paar rechte plankjes en wat blokjes na te maken. Toch is dat moeilijker dan je zou denken. De ontwerper, Ko Verzuu, die in 1971 is gestorven, was een vakman. De auto's zien er niet kinderachtig uit, ze zijn precies goed. Als je er een paar gezien hebt denk je: ja, zo moet een houten auto eruit zien, dat kan niet anders.

Jammer dat ze in glazen vitrines staan. Er is vroeger veel mee gespeeld, maar nu mag dat niet meer. Nu staan ze in een museum. Je kunt er alleen maar naar kijken en bedenken wat voor geluid ze zouden maken als je ze duwt. Ik denk wel dat de wielen erg zullen piepen.