Bloedworst

Ze maken lekkere bloedworst in Andalusië. Hij ziet er anders uit dan Nederlandse bloedworst. Deze is meer gekruid en er zitten uien in. Er gaat een stuk bloedworst in de puchero, samen met vlees en kip, kikkererwten en kool. Of hij wordt gebakken in olie gegeten. Een heel lekkere bloedworst, zo lang je maar uit je gedachten kunt zetten dat hij wel wat op een grote, donkere hondedrol lijkt.

Soms vind ik vlees eten een beetje moeilijk. Dat komt door de televisie. Om half drie is er op Canal Sur, de Andalusische zender, nieuws. En om drie uur op de nationale zender TVE 1. Het is hier dan etenstijd; er wordt warm gegeten. En je wilt toch weten wat er in de wereld gebeurt! Dus staat in elk huis de televisie aan en de mensen zitten rondom de tafel te eten zonder te praten, hun gezicht naar de televisie gekeerd. In de grote restaurants langs de weg zijn de eetzalen daarop ingericht. Hoog in een hoek van de zaal staat een televisietoestel en de kleine tafeltjes zijn zo neergezet, dat de eters naar het scherm kijken. Er eten bijna alleen mannen. Het is er stil; alleen de stem van de nieuwslezer hoor je.

Ik heb nog nooit een nieuwsuitzending gezien waarin niet iets bloederigs werd vertoond. Verminkte lijken na een bomaanslag. Verkoolde lichamen die uit een afgebrand huis worden gehaald. Verkeersslachtoffers langs de weg. Soms alleen een plas bloed op het asfalt - dan kwam de cameraploeg net iets te laat. Maar om het goed te maken blijft het bloed lang in beeld.

Is er op een dag niets gebeurd dat echt akelig is, dan krijgen we een geslaagde lever- of harttransplantatie te zien. We zitten een biefstuk te eten, en zien handen in witte handschoenen een trillend en glibberig hart in een lichaam duwen. Is er die dag ook geen opzienbarende transplantatie te melden, dan is er wel een geel kind in een ziekenhuisbed, dat wacht op een lever die zijn leven moet redden. Nog wat beelden van een helikopter, van mannen in witte jassen die met zo'n picknickkoeltas onder de draaiende wieken door rennen - daar zit een zo goed als levende lever in!

Ik weet nog goed dat ik op een morgen een schapebout had gekocht. Ik maakte hem klaar in de oven. Diezelfde ochtend was er een bomaanslag in Madrid. We zaten van de schapebout te eten en zagen op de televisie een vrouw op de stoeprand zitten; haar rechterbeen was vlak onder de knie afgerukt. Ik had de schapebout rondom mooi bruin laten worden, maar toen hij in de winkel op de toonbank lag, zag hij er net zo uit als dat been.

Gasten uit Nederland moeten soms een beetje kokhalzen als ze bij ons aan tafel zitten. “Zeg, hoor eens, ik zit te eten!” zeggen ze, en draaien zich om.

Het went, vertel ik ze. En vergeleken bij die schapebout in Madrid is het eten van iets dat een beetje op een hondedrol lijkt zelfs een delicatesse.