Ambtelijke top: handhaaf aantal departementen

DEN HAAG, 3 JUNI. Het aantal departementen moet in het volgende kabinet ongewijzigd blijven. Een kleinere rijksoverheid is alleen mogelijk wanneer de politiek aangeeft welke taken kunnen worden afgestoten.

Dit schrijft het college van secretarissen-generaal in een vertrouwelijk advies aan de informateurs Van Aardenne, De Vries en Vis. Zij zien in de verkiezingsprogramma's een nieuwe bedreiging van het streven naar een kleinere rijksoverheid, omdat daarin wel fors wordt bezuinigd, maar niet wordt aangegeven welke taken kunnen worden afgestoten.

De topambtenaren wijzen erop dat de omvang van de rijksdienst sinds 1982 is afgenomen als gevolgen van bijvoorbeeld de 2 procent-operatie, privatisering, het overhevelen van taken naar provincies en gemeenten (deregulering) en de grote- en kleine efficiency-operatie.

Als gevolg hiervan is sinds 1982 het aantal rijksambtenaren met ruim 49.000 gedaald. Maar er zijn ook nieuwe taken bij gekomen, bijvoorbeeld op het terrein van het milieu, waardoor 21.600 functies werden gecreëerd. Per saldo nam het aantal rijksambtenaren met 27.400 af naar 147.000, van wie 121.700 zich bezighouden met het uitvoeren van het beleid. De ambtenaren concluderen dat de omvang van het eigenlijke 'hoofdkantoor' wel meevalt. Het is “nog steeds te groot wellicht, maar niettemin te overzien en geenszins vatbaar voor grof hak- en breekwerk”.

De topambtenaren wijzen extra bezuinigingen op de rijksoverheid van de hand. Daarmee kunnen ze in conflict komen met het volgende kabinet, omdat PvdA, VVD en D66 opnieuw extra willen bezuinigingen op het aantal rijksambtenaren. Er staat volgens de secretarissen-generaal al druk op de ketel, want met ingang van volgend jaar geldt de zogeheten Integrale Benadering Apparaatsuitgaven: door effiency-maatregelen wordt jaarlijks 0,7 procent bespaard op de loonsom van de ambtenaren.

De topambtenaren wijzen erop dat de wachtgeldregeling op de helling moet, omdat deze WW-regeling voor ambtenaren te duur is. In de periode 1982-1994 is het aantal wachtgelders met 20.100 gestegen. “Het wachtgeld-volume vertegenwoordigt een grote som geld, die in principe de personeelsbudgetten belast.”

De ambtenaren willen in een volgende kabinetsperiode een zogeheten Algemene Bestuursdienst introduceren waarbij ambtenaren niet meer in dienst zijn bij een departement, maar bij de rijksoverheid. Ze wijzen erop dat goede arbeidsvoorwaarden daarbij essentieel zijn. Sinds 1982 zijn de lonen van ambtenaren gemiddeld zeventien procent achtergebleven bij de marktsector.

Bij de Nederlandse overheid werken volgens het ministerie van binnenlandse zaken ruim 880.000 ambtenaren; 13,6 procent van de totale werkgelegenheid. In Zweden, Groot-Brittannië, Duitsland bedragen deze percentages respectievelijk 11,7; 12,7; en 13,3. In Denemarken en België is het percentage 17,5 en 18,4 procent.