Als werkgelegenheid stagneert, stijgen in betere tijden de lonen; FNV: alleen lonen matigen als er meer banen komen

NUNSPEET, 3 JUNI. Stringente loonmatiging is alleen geloofwaardig vol te houden als dat ook daadwerkelijk bijdraagt tot herstel van de werkgelegenheid. Zo niet dan is het gevaar levensgroot dat de lonen bij het aantrekken van de conjunctuur te veel omhoog gaan.

Deze waarschuwing verbindt CAO-coördinator H. Krul van de Industriebond FNV aan de evaluatie die zijn bond dezer dagen in Nunspeet heeft gemaakt van het jongste CAO-seizoen. De bond had 'werk voor inkomen' als uitgangspunt gekozen. “Wat dat betreft hebben we het helemaal niet zo slecht gedaan. Maar tegelijkertijd moeten we vaststellen dat er toch volstrekt onvoldoende gebeurt aan werkgelegenheid, zeker bij de bedrijven waar het relatief beter gaat”, aldus Krul.

De bond aanvaardt de recente complimenten van werkgeverszijde voor de beheerste opstelling in de afgelopen maanden met gemengde gevoelens. Enerzijds was die gekozen conform de aanbeveling uit het Najaarsakkoord om de initiële loonstijging “uiterst beperkt en soms zelfs op nul” te houden. Maar anderzijds wijst Krul erop dat in datzelfde akkoord ook verhoogde aandacht voor de werkgelegenheidsontwikkeling van de CAO-onderhandelaars werd verlangd. En wat dat betreft hebben “de beter verdienende ondernemingen” het er volgens de industriebond lelijk bij laten zitten. Met Heineken, Douwe Egberts en de financiële sector voorop.

In Nunspeet heeft de bondsleiding zich de afgelopen dagen beraden over de consequenties die hieruit getrokken moeten worden voor 1995. “Wat ons betreft wordt nog meer nadruk op werkgelegenheid gelegd, maar dan moeten de werkgevers ook het lef hebben die discussie echt aan te gaan en die niet afkopen met 1 of 2 procent loonsverhoging. Dat risico is levensgroot aanwezig nu er steeds meer tekenen zijn dat de conjunctuur aantrekt.” Die valkuil is volgens Krul alleen te ontlopen met “een geloofwaardige combinatie” van loonmatiging en werkgelegenheidsbeleid. “Anders moeten we bij de volgende economische neergang vaststellen dat de structurele werkloosheid wederom is opgelopen.”

De Industriebond FNV zal in dit verband voor volgend jaar 'herverdeling van betaalde arbeid' (weer) een prominente plaats in de CAO-voorstellen geven. Krul: “Nederland komt een miljoen banen tekort. Wat je ook aan maatregelen bedenkt, je kunt er niet omheen dat je óók het instrument arbeidstijdverkorting nodig hebt om substantieel in aantallen banen te scoren. Verdere herverdeling van werk is pure noodzaak, als je tenminste serieus wilt streven naar volledige en volwaardige werkgelegenheid.”

De bond beseft, zegt Krul, dat de beoogde “aanscherping van het werkgelegenheidsbeleid” niet alleen ruggesteun vanuit politiek-Den Haag nodig heeft, maar ook noopt tot versoepeling van bestaande regels. “De mate van lenigheid bepaalt de kans op succes van een onderneming.” De Industriebond wil dat bedrijven die lenigheid niet zoeken in het afstoten en uitbesteden van activiteiten, maar in verbetering van hun 'interne flexibiliteit'. “Dat betekent meer lenigheid en inzetbaarheid van het eigen vaste personeel door de werkgelegenheid op nieuwe manieren te organiseren.”

Daarbij spelen de werktijden een belangrijke rol. Om daar soepeler mee om te gaan, stelt de bond introductie van 'vari-tijd' voor. Werkgevers kunnen dan afhankelijk van de behoefte aan produktie of voorraad de werktijden variëren rondom een nader overeen te komen wekelijks gemiddelde. “Werknemers werken dan langer in drukke perioden en korter bij een lagere afzet. Ze worden voor het gemiddelde betaald. De gewerkte uren worden geboekt en het saldo wordt alleen in vrije tijd verrekend”, aldus Krul. In combinatie met 'vari-tijd' acht hij verkorting van de gemiddelde werkweek en/of verlenging van de bedrijfstijd heel goed mogelijk. “Je kunt dan denken aan een bandbreedte van 32 tot 40 uur met een draaipunt rond gemiddeld 36 uur per week.”

De Industriebond neemt met haar pleidooi voor voortgezette loonmatiging in combinatie met herverdeling van werk afstand van de kritiek die de Tilburgse econoom prof. dr. A.B.T.M. van Schaik deze week in het economenblad ESB op de loonmatigingsstrategie uit. Volgens Van Schaik kan loonmatiging weliswaar enige herverdeling van werk opleveren, maar wordt de economische groei er uiteindelijk door geremd. Hij schrijft dat Nederland door de aanhoudende loonmatiging terecht is gekomen in een neerwaartse spiraal van loonmatiging, groeivertraging, loonmatiging, enzovoorts. Als gevolg daarvan acht hij het waarschijnlijk dat (steeds meer) ondernemers een behoudende strategie gaan volgen, waardoor de noodzakelijke vernieuwingen van produktie-, organisatie- en verkooptechnieken achterwege blijven en het draagvlak voor produktvernieuwing en technologische ontwikkeling afbrokkelt. Daardoor wordt het volgens hem steeds moeilijker om met het buitenland te concurreren.