Wie hoop vestigt op Van Basten is de wanhoop nabij

ROTTERDAM, 2 JUNI. In tijden van verdwazing is de wanhoop nabij. Dan kunnen hersenspinsels virale infecties zijn. Na de waan van Ruud Gullit volgt nu de waan van Marco van Basten. De een ziet spoken, de ander bouwt luchtkastelen. Maar een ding hebben we allen gemeen. We zijn hartstikke gek van Oranje, de een nog gekker dan de ander.

Zou het schadelijk zijn? Die gekte. Die absurditeit rond een voetbalelftal. Waarin voetballers worden beoordeeld op hun geestelijk welzijn en niet op hun voetbaltalent. Waarin fantastische voetballers als Gullit - en eerder Romario bij PSV - worden gehoond omdat ze zich niet aan de culturele correctheid van de voetbalsamenleving houden. In die wereld hoeft de desperate roep om een terugkeer van een door invaliditeit bedreigde voetballer als Van Basten geen verbazing te wekken.

Van Basten mag dan een jaar geen wedstrijd meer hebben gespeeld, zijn uitgesproken wens om deelgenoot te zijn van de collectieve Oranje-waanzin zou een stimulerende uitwerking kunnen hebben op de andere spelers. Zoiets tekenen we op uit de mond van Advocaat, een bondscoach die langzamerhand door het leven gaat als een man die problemen oproept. Hoe strakker hij zijn gezichtsspieren aantrekt, hoe meer hij zijn zenuwen irriteert. Gevoel tonen, maakt kwetsbaar.

Wie zijn hoop vestigt op Van Basten, is de wanhoop nabij. Daar zou Advocaat voor moeten waken. Zo groot Van Basten als voetballer is, zo klein is zijn affectie voor Oranje. Op het Europees kampioenschap van 1988 werd hij gevierd om zijn unieke doelpunten. Daarna heeft hij louter aan zijn eigen welzijn gedacht. Begrijpelijk voor sportmensen die ten prooi vallen aan zware aanslagen op hun benen, aan slepende blessures, aan roofbouw op lichaam en geest.

bpVoor het wereldkampioenschap van 1990, na de eerste enkeloperatie, liet Van Basten zich nog ontvallen dat het hem “geen reet' interesseerde wat het Nederlands elftal presteerde. Zo egocentrisch is hij, zo is hij ook groot geworden. Daarom is hij niet zo menselijk als Gullit. Hem kan niet worden verweten dat hij weleens twijfelt of zijn gevoel volgt.

xpOf is hij veranderd, nu het einde van zijn loopbaan aanstaande is? Hij zou er graag nog één keer bij zijn, zou hij gezegd hebben. Toch niet voor Oranje, toch niet om ons Oranje-gevoel te versterken? Kom nou, zoveel mededogen zal hij niet hebben gekregen. Zo kennen we hem niet.

We hebben hem zien lachen, in trainingspak, toen AC Milan de Europa Cup op Barcelona veroverde. Als een stimulans voor zijn ploeggenoten was hij naar de finale in Athene gekomen en had hij aan de rand van het trainingsveld meegehobbeld. Hij zal wel genoten hebben van de triomf van zijn club - niets menselijks hoeft Van Basten vreemd te zijn. Maar bij Van Basten zit er altijd meer achter.

Nu Gullit is weggevallen, heeft Oranje behoefte aan een aanjager. Dat beseft Ronald Koeman, de leider, die na de finale in Athene met Van Basten sprak. Daar heeft Advocaat wel oren naar. Of Van Basten nu tien minuten speelt of helemaal niet. En hij is aanzienlijk meer Ajax-gezind dan Gullit. De Ajax-clan beschouwt hem nog altijd als een familielid.

Het zou natuurlijk een godsgeschenk zijn, Van Basten in gewone doen. In de Verenigde Staten zal hij in elk geval aandacht trekken. Dat beseffen alle betrokkenen - van voetballiefhebbers tot handelslui. Van Basten zelf nog het meest. Wie het einde van zijn loopbaan ziet naderen, denkt vooruit. Alle ogen zullen de komende anderhalve maand op Amerika zijn gericht. Dat weet Van Basten. Want wie er niet is, wordt overschaduwd.

Wat Milan en de medici vandaag ook besluiten, voetballen in Amerika is voor Van Basten riskant. Maar wie is besmet met het Oranje-virus, zal hem koesteren en knuffelen als een speelgoedleeuwtje - àls hij meegaat. Dan is hij toegetreden tot de eeuwigheid. Als San Marco.