VN: 'waarschijnlijk' genocide in Bosnië

NEW YORK, 2 JUNI. De Bosnische Serviërs hebben zich “ongetwijfeld” schuldig gemaakt aan misdaden tegen de menselijkheid en “waarschijnlijk” ook aan genocide. Dat concludeert de VN-commissie die oorlogsmisdaden in het voormalige Joegoslavië onderzoekt in een gisteren verschenen rapport.

De commissie - die vroeger bekend stond als de commissie-Kalshoven, naar zijn toenmalige Nederlandse voorzitter - publiceerde gisteren de resultaten van een onderzoek naar het optreden van de Bosnische Serviërs in één district, dat van Prijedor in het noorden van Bosnië. “De commissie is in het bezit van de namen van honderden vermeende daders op verschillende niveau's en in een breed scala van functies”, aldus het rapport, dat details bevat over de moord op en deportatie van meer dan 50.000 mensen in het district en de opsluiting van zesduizend mensen in kampen waar moorden, folteringen, verkrachtingen en andere misdrijven werden gepleegd.

In het district Prijedor woonden volgens de volkstelling van 1991 112.000 mensen, van wie 44 procent moslim was, 42,5 procent Serviër en 5,6 procent Kroaat. Op basis van door de Serviërs in juni vorig jaar gepubliceerde cijfers van de toenmalige bevolkingsopbouw concludeert de commissie dat in 1992 en de eerste helft van 1993 52.811 mensen zijn vermoord of verdreven.

“Het staat buiten kijf dat de gebeurtenissen in de opština (het district) Prijedor sinds 30 april 1992 neerkomen op misdaden tegen de menselijkheid. Bovendien is het waarschijnlijk dat ze bij berechting door een rechtbank zullen worden gestempeld als genocide”, aldus de commissie.

Verder is op basis van bewijsmateriaal dat zich in handen van de commissie bevindt vastgesteld dat misdrijven als die in Prijedor eveneens zijn gepleegd in de districten Banja Luka, Brcko, Foca en Zvornik. Over de misdrijven in Prijedor heeft de commissie getuigenverklaringen van vierhonderd mensen, aangevuld met details uit Servische bronnen, zoals Servische media.

Daaruit kan worden geconcludeerd, aldus de commissie, “dat de gedragspatronen, de manier waarop deze daden werden gepleegd, de lengte van de periode waarin ze werden gepleegd en het gebied waar ze werden gepleegd in combinatie wijzen op het bestaan van een doel, systematiek en enige planning en coördinatie door hogere instanties”.

De commissie komt verder tot de conclusie dat in sommige gebieden in Bosnië sprake was van systematische verkrachting van vrouwen, al kan niet worden bewezen dat het daarbij ging om een beleid dat door de leiding van de Bosnische Serviërs van toepassing werd verklaard op alle niet-Serviërs in veroverd gebied. Duidelijk is dat moslim-vrouwen veruit de grootste groep verkrachtingsslachtoffers vormen en dat het grootste aantal verkrachtingen is gepleegd door Bosnische Serviërs. In het rapport worden zeshonderd daders van verkrachtingen met name genoemd; daarnaast worden negenhonderd gevallen beschreven waarvan de daders niet zijn geïdentificeerd. De commissie concludeert dat het “niet onredelijk” is het totale aantal verkrachtingsslachtoffers op 20.000 te schatten.

In een aantal gevallen waren verkrachtingen het resultaat van “individueel gedrag of gedrag van een kleine groep”. In veel meer gevallen echter leek sprake van een patroon, waarbij de verkrachtingen gepaard gingen met andere schendingen van de mensenrechten, militair geweld en pogingen, slachtoffers en de etnische groep of de gemeenschap waarvan zij deel uitmaakte, zoveel mogelijk te vernederen. In detentiecentra - waarvan het rapport er meer dan zevenhonderd opsomt - leken verkrachtingen niet toevallig of willekeurig te worden gepleegd, maar leken ze eerder het resultaat van een beleid van aanmoediging als gevolg van de bewuste nalatigheid van militaire en kampcommandanten bij het controleren van hun personeel, aldus het rapport.

De etnische zuivering in het door de Bosnische Serviërs beheerste noorden van Bosnië gaat intussen onverminderd door. Gisteren kwam een groep van 560 moslims en Kroaten uit Banja Luka in Kroatië aan - de grootste groep slachtoffers van het beleid van etnische zuivering van dit jaar. Volgens een woordvoerder van de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR wonen er in en rond Banja Luka nog maar 50.000 moslims; vóór de oorlog waren dat er een half miljoen. “Sinds 1992 is elke nacht sprake van etnische aanvallen, verkrachtingen en explosies. Het gebied wordt onleefbaar gemaakt voor deze mensen”, aldus de woordvoerder. Een vluchteling uit een dorp bij Banja Luka zei dat de Serviërs elke nacht een huis opblazen en elke dag huizen van moslims binnendringen om bezittingen van de inwoners te stelen. Bij hun vlucht werd de moslims zelfs hun laatste bezittingen afgenomen. (Reuter)