Verspreidbladig Goudveil duikt nu op in de Biesbosch

Met de vondst van een veldje vol verspreidbladig goudveil (Chrysosplenium alternifolium) in de Biesbosch, heeft deze zeldzame plant zich voor het eerst in het rivierengebied van Nederland vertoond. In april zijn enkele honderden exemplaren van deze vroege voorjaarsbloeier aangetroffen in een oude griend in het Brabantse deel van het nationale park. Tot nu toe kwam het tot de steenbreekfamilie behorende plantje alleen voor langs beken in het noorden van Drenthe, Twente, Zuid-Limburg en de omgeving van Eindhoven.

E.J. Weeda, schrijver van de Nederlands Oecologische Flora, waarvan onlangs het laatste deel is verschenen, spreekt van een verheugende ontwikkeling. “De Biesbosch heeft jaren een achteruitgang te zien gegeven. Na de afsluiting van het Haringvliet, in 1971, leek het gebied zich te ontwikkelen tot een brandnetelbos. Maar de laatste jaren hebben zich nieuwkomers gemeld. Eerst bosmuur en nu dan goudveil.”

Voor Weeda is het niet vreemd dat de kieskeurige plant zich heeft gevestigd in een gebied waarvan de bodem uit slib bestaat dat vol zit met zware metalen. “Planten kunnen daar beter tegen dan dieren. Bij dieren hoopt de verontreiniging zich op in bijvoorbeeld de nieren. Planten daarentegen vervangen hun organen periodiek.”

Op het eerste gezicht mag het Biesboschmilieu verschillen van dat langs de beekjes in hoog Nederland, Weeda ziet ook overeenkomsten. “In beide gevallen is er sprake van stromend, koel en daardoor zuurstofrijk water. Verder hebben de grienden van de Biesbosch zich geleidelijk aan ontwikkeld tot bossen, die vergelijkbaar zijn met de bronnetjesbossen uit het oosten en zuiden van het land. Aan de eis van beschaduwde plaatsen is daarmee ook voldaan.”

Verspreidbladig goudveil is een onopvallende, overblijvende plant met kleine, geelgekleurde helmknoppen en een groene kelk. Het blad lijkt op dat van hondsdraf. Hij hoort thuis in de gematigde en koude streken van het noordelijk halfrond. In Nederland is hij een bedreigde soort, omdat hij door beeknormalisaties sterk in aantal is achteruitgegaan.

Het aardige aan de vondst van goudveil in de Biesbosch is volgens Weeda dat hij is gedaan door degene die er ruim dertig jaar geleden op heeft gezinspeeld. “Emeritus hoogleraar I.S. Zonneveld schreef in 1960 in zijn proefschrift over de bodem en vegetatie van de Biesbosch dat de grienden hem deden denken aan de bronnetjesbossen, maar dat goudveil ontbrak. Hij suggereerde toen dat de plant er wel eens zou kunnen opduiken.”