Vakkenkeuze

Onder de kop 'Talenknobbel wordt niet uitgedaagd' verscheen in W&O van 19/5 een overzichtsartikel - met twee fraaie diagrammen - van Hendrik Spiering over de keuze van eindexamenvakken in vwo en havo in de laatste twintig jaren. Over de achtergronden van het keuzegedrag laat hij dr. U. de Jong van de Universiteit van Amsterdam aan het woord.

Ongenoemd daarbij blijven echter de factoren die in ons onderwijssysteem zelf zitten. Ten eerste is het aantal keuzevakken beperkt, op het vwo in feite 5, op het havo 4. Stijging van de keuze voor het ene vak (economie!) betekent automatisch daling van de keuze voor een ander vak. Belangrijker is dat voor veel leerlingen, met name op het havo, de vakkenkeuze secundair is. Voorop staat namelijk het behalen van het diplomma, met welke vakken en met welke magere scores dan ook, en dat is begrijpelijk, omdat in ons systeem aan dat papier op zich waarde wordt toegekend.

De universiteiten mogen niet zelf, aan de hand van de eindexamenscores, de eisen voor toelating bepalen. Zij willen dat trouwens ook niet: zij verkiezen het afval-systeem in het eerste studiejaar. Wat de vakkenkeuze betreft houden wij vast aan de 'omnivalentie' van het vwo-diploma eventuele 'deficienties' vult het WO wel op. Het belang van een 'juiste' vakkenkeuze wordt overigens zwaar overdreven.

De twijfels die De Jong heeft over de heilzame effecten van de voorgestelde profielen zijn terecht: beperking van de keuzevrijheid in de examenvakken zal niets veranderen aan de moeilijkheden bij de overgang van vwo/havo naar hoger onderwijs. Deze 'profilering' is niet alleen zinloos, maar zelfs schadelijk.