'Turks-Cyprus schuld van impasse'

NICOSIA, 2 JUNI. Gebrek aan politieke wil bij de Turks-Cyprioten “en in de regio” (Turkije) is verantwoordelijk voor de impasse in de onderhandelingen over een oplossing voor de kwestie-Cyprus. Dat stelt de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, Boutros Boutros-Ghali, in een gisteren gepubliceerd rapport aan de Veiligheidsraad waarin de mogelijkheid van sancties wordt geopperd. Volgens de Turks-Cyprische leider Rauf Denktas geeft Boutros-Ghali blijk van vooroordelen.

De VN hebben zich de laatste maanden ingespannen om via een pakket van vertrouwenwekkende maatregelen een beperkte hereniging te bewerkstelligen van het sinds 1964 onrustige en sinds 1974 verdeelde Cyprus. Onder de voorgestelde maatregelen is de heropening van de luchthaven van Nicosia en van de badplaats Varosha, die beide sinds 1974, toen het Turkse leger het eiland binnenviel na een door Athene gesteunde couppoging, dicht zijn. Het pakket is aanvaard door de Grieks-Cyprische zijde, maar niet geaccepteerd door de Turks-Cyprioten.

De secretaris-generaal van de VN suggereert sancties tegen de Turks-Cyprioten “om hen te dwingen tot een flexibeler en coöperatiever” houding, als een van vijf opties die nu zouden openstaan. Daarbij wijst hij erop dat “de laatste jaren één zijde consequent de wens van de internationale gemeenschap, zoals vertegenwoordigd door de Veiligheidsraad, heeft genegeerd”. Een andere optie is terugtrekking van de VN-vredesmacht in Cyprus, “om de schaarse VN-middelen te besteden aan andere twisten en conflicten, waar een grotere kans op succes zou kunnen zijn”. Op Boutros-Ghali's lijst staat ook een internationale conferentie over Cyprus.

Volgens Rauf Denktas is het rapport eenzijdig en negeert het de Turks-Cyprische positie. Turkije, het enige land dat het in 1983 eenzijdig onafhankelijk verklaarde Turks-Cyprus erkent, liet weten niet te zullen tolereren dat “de Turks-Cyprische zijde onrecht wordt gedaan”. De (Grieks-)Cyprische regering ten slotte toonde zich tevreden. (Reuter, AFP)