Tijd voor paarse personages

Het gewenningsproces gaat snel. De vraag “wordt het paars” is langzaam maar zeker vervangen door de vraag: “wanneer staat paars op het bordes”. Tamelijk vlug als het aan VVD-fractievoorzitter Bolkestein ligt. Dinsdag liet hij doorschemeren dat de besprekingen eind deze maand of uiterlijk begin juli kunnen zijn afgerond. Paars is voor hem niet meer 'een' optie, maar dè uitkomst.

Hetzelfde geldt voor PvdA-leider Kok. Nog geen drie weken geleden nuanceerde hij zijn keuze voor een onderzoek naar paars met de mededeling dat “voorrang in tijd niet automatisch ook eerste voorkeur betekent”. Maar nu zegt Kok dat het nieuwe kabinet er halverwege volgende maand moet zitten. Alsof geen hordes en hobbels genomen moeten worden en de Rubicon niet hoeft te worden overgestoken, is paars 'werkende weg' voor Bolkestein en voor Kok een vanzelfsprekendheid geworden.

Nu dat feit er ligt, is haast voor alle betrokkenen geboden. Een coalitie die daadkracht wil uitstralen moet niet gebouwd zijn op moeizaam bevochten compromissen, maar op de intentie er gezamenlijk iets van te maken. Bovendien tikt de klok van de Haagse begrotingscyclus gewoon door. Elke dag dat de formatiebesprekingen langer duren, wordt de ruimte minder om de begroting voor het komend jaar wezenlijk te beïnvloeden. En nog erger voor de paarse onderhandelaars: wordt de kans groter dat Lubbers nog wat gaat meedenken, want hoort het niet tot de taken van een demissionair kabinet de zaak ordentelijk achter te laten?

De positie van Lubbers is trouwens interessant. Intern heeft hij de hoop op een kabinet met het CDA al opgegeven. Dat de dossiervreters Kok en Van Aardenne bij elkaar zitten was voor hem hèt signaal dat het paarse regeerakkooord er komt en nog snel ook. Maar is Lubbers niet zelf bij snelheid gebaat? Het bijwonen van de Europese top op Korfoe eind deze maand, waar naar alle waarschijnlijkheid niet hij maar de Belg Dehaene gekozen zal worden tot voorzitter van de Europese Commissie is voor hem niet echt een aantrekkelijk vooruitzicht. Bovendien kan in dit geval het onderhandelen over een troostprijs voor de verliezer Lubbers beter aan een ander dan medespeler Lubbers worden overgelaten.

Dat het 'paarse trio' al voor 'Korfoe' een kabinet op het bordes zal weten te brengen, is echter onwaarschijnlijk. Programmatisch vorderen de besprekingen weliswaar, maar definitieve besluiten moeten op vrijwel alle terreinen nog worden genomen. Op zichzelf hoort dat bij een onderhandelingsproces. Pas in de slotfase dienen alle keuzes echt gemaakt te worden. Mocht het alsnog mis gaan dan is tenminste niemand gecommiteerd en kunnen onderhandelingen met andere partijen van voren af aan beginnen. De kans dat er toch een andere combinatie zal worden geprobeerd neemt echter met de dag af. Zeker nu gemor in de achterbannen uitblijft, gaan Kok en Bolkestein steeds meer geloven in het 'krankzinnig avontuur'. Alles kan nog fout gaan, maar het gegeven dat tot nu toe niemand blokkades heeft opgeworpen maar iedereen juist 'oplossingsgezind' is, zorgt voor een toenemende positieve stemming. Wat dat betreft werkt de paarse fuik van Van Mierlo optimaal.

Daarmee komt de fase van de zetelverdeling en personen in zicht. Officieel is dit nog niet aan de orde geweest. Opmerkelijk, want heel wat formaties zijn juist met dit punt begonnen. Nog in 1989 legde het CDA voordat er maar één inhoudelijk woord was gesproken over het programma al een zetelverdeling op tafel. De formatie van 1981 kwam pas na weken op gang doordat PvdA en D66 zich eerst moesten verzoenen met het feit dat de CDA'er Van Agt premier zou worden. En de beruchte formatie van 1977 liep na maanden zelfs stuk op de personen, hoewel de programmatische onderhandelingen toen al waren afgerond.

Dat nu het woord zetelverdeling nog niet is gevallen tekent de stemming. Toch kan het nog een vrij gecompliceerde zaak worden. De puur rekenkundige benadering, gebaseerd op het aantal Kamerzetels waarover PvdA, VVD en D66 beschikken komt, uitgaande van het huidige aantal van veertien bewindslieden, uit op 5,6 ministers voor de PvdA, 4,7 voor de VVD en 3,6 voor D66. De PvdA heeft de premier-bonus en kan daarom gemakkelijk een genereus gebaar naar de twee andere partijen maken. De meest voor de hand liggende zetelverdeling is dan ook PvdA 5, VVD 5 en D66 4 ministers. Tevens laat deze verdeling zien waarom een departementale herindeling niet voor de hand ligt. Als zo'n operatie leidt tot minder ministers wordt de verdeling over drie partijen een bijna onmogelijk taak wegens de ingewikkelder afrondingsgeschillen. Bij een totaal van 12 ministers bijvoorbeeld zouden VVD en D66 op basis van de krachtsverhoudingen nauwelijks meer kunnen eisen dan vier respectievelijk drie ministers, terwijl de PvdA met enig recht van spreken een vijfde minister zou kunnen claimen.

Maar dan de personen die het kabinet moeten bevolken; niet onbelangrijk voor een coalitie die een 'nieuwe lente' wil afkondigen. Hier zouden de partijen zichzelf wel eens danig in de weg kunnen zitten. Een onconventionele coalitie vereist normaal gesproken ook onconventionele namen. Maar het experimentele karakter maakt voor de vaste achterban daarentegen traditionele namen noodzakelijk. De twee flankpartijen van de coalitie, PvdA en VVD, zullen elk in het kabinet behoefte hebben aan herkenbare bewakers van het eigen erfgoed. Bij de VVD zou Wiegel die rol op het lijf geschreven zijn, ware het niet dat hij zo'n moeizame verhouding heeft met fractievoorzitter Bolkestein. Erkend rechtse VVD'ers als Van Aardenne of voorzitter van de liberale Eerste Kamerfractie Luteijn kunnen dienen als surrogaat. Bolkestein zelf zou natuurlijk ook nog tot het kabinet toe kunnen treden, maar zeker wanneer er sprake is van herstel van dualistische verhoudingen is een 'aanjaagfunctie' vanuit het parlement voor hem veel aantrekkelijker.

Bij de PvdA kan Kok de 'Kema-keur'-functie voor de achterban prima vervullen temeer daar hij als premier zijn stempel hoe dan ook op het beleid zal zetten. Het zal vooral degelijk worden, maar weinig verrassend. De voor paars noodzakelijke creatieve geest zit bij Van Mierlo. Hij was het die paars altijd al wilde, hij was het die door zijn opstelling PvdA en VVD tot paars dwong, maar hij vertegenwoordigt nu eenmaal de kleinste partij. Meer dan een vice-premierschap zit er voor hem niet in. Kiest hij dan ook nog voor het departement van buitenlandse zaken dan zal zijn rol in het kabinet als founding father van paars al gauw zijn gemarginaliseerd. Het wekelijkse kabinetsberaad op vrijdag kan de minister van buitenlandse zaken meestal nog net halen, maar voor het overige speelt het binnenlandse politieke strijdgewoel zich vooral buiten zijn waarneming af. De vraag is of de eerste man van D66 zich dat kan veroorloven. Zijn aanwezigheid is én vereist om te voorkomen dat net als ten tijde van het kabinet Van Agt-Den Uyl fractie en bewindslieden volledig uit elkaar groeien én om de paarse uitstraling van het kabinet te bewaken. Het zou het verrassende slot van de kabinetsformatie kunnen zijn: Van Mierlo die echt moet kiezen.