Suriname wil beurzen terug van gevlogen studenten

De regering-Venetiaan wil zes miljoen gulden terugvorderen van Surinamers die met een beurs naar Nederland en de Verenigde Staten zijn gekomen om te studeren en niet zijn teruggekeerd.

Het Surinaamse ministerie van onderwijs heeft laten weten dat begonnen wordt met maatregelen om de achterstallige studieschulden terug te vorderen. Het aantal Surinaamse studenten dat de afgelopen jaren met een overheidsbeurs in het buitenland is gebleven, bedraagt ongeveer 250. Van de studenten - die vooral in Nederland en de VS studeren - keert nauwelijks een procent terug. Hoe de regering het geld precies wil terugvorderen is nog onbekend.

Studenten konden volgens regelingen van het ministerie van onderwijs tot voor kort buiten Suriname studeren met een renteloze lening van de overheid, die werd omgezet in een gift wanneer de afgestudeerde bij terugkeer in Suriname kwam te werken. Blijft men in het buitenland, dan moet de lening worden terugbetaald.

Bij de begrotingsbehandeling verleden jaar kondigde de Surinaamse minister van onderwijs aan dat geen beurzen meer verleend zouden worden voor Nederland en de VS, omdat nauwelijks studenten uit die landen terugkeerden. Het ministerie wil zich meer richten op de eigen regio en op mogelijkheden in Suriname zelf. Wanneer voor een bijzondere opleiding toch een beurs voor Amerika of Nederland nodig is, zouden de ouders van de student moeten worden verplicht de beurs terug te betalen als de student wegblijft.

De Surinaamse Rekenkamer heeft onlangs bij de regering aandacht gevraagd voor een concreet geval. Deze student, die in 1987 de Nederlandse nationaliteit verkreeg, is op voorstel van de Surinaamse minister van handel en industrie voor enkele maanden aangetrokken in het kader van de Nederlandse ontwikkelingshulp als industrieel consulent tegen een salaris van 165.000 gulden (Nederlands) op jaarbasis.

Het Planbureau opperde bezwaar tegen het salaris, dat veel te hoog werd geacht voor een junior adviseur zonder aantoonbare beroepservaring. De man werd tenslotte aangetrokken voor 5.270 gulden per maand. Nadat zijn tijdelijke contract verstreken was, heeft het ministerie de man voor een jaar in dienst genomen tegen een salariering in de op een na hoogste ambtelijke schaal. Het is onduidelijk of hij inmiddels zijn studieschuld heeft afgelost en de Rekenkamer heeft geen antwoord gekregen op haar vragen.