Snoeplust in Nederland; Hap-slik-weg

Miljarden geven de Nederlanders uit aan snoep. Maar ongegeneerd veel snoepen vereist excuses en een alibi. Die zijn al gauw gevonden en zo past er bij iedere gemoedsgesteldheid wel een zoete versnapering.

'Als er agressie door je heen vlamt, voldoet een spekkie niet.'

In Nederland bestaat geen snoepmuseum, maar wel een Hopjesmuseum. Oude Molstraat 30D, Den Haag; 10-17u, maandag gesloten. Aan snoep uit grootmoeders tijd zijn exposities gewijd in De Oudheidskamer van Buis Jan te Enter (Overijssel), Dorpsstraat 42, woe t/m za 13u30-16u30, in De Schilpen te Maasland (Zuid-Holland), za van 10-17u en in het museum voor 't Kruideniersbedrijf te Utrecht, di t/m za van 12u30-16u30u.

Als een Bounty het paradijs op aarde brengt, dan komt de zondeval in de vorm van verse drop. Wie eenmaal pasgegoten drop heeft geproefd, raakt definitief verslingerd aan het zwarte goedje. “Verse drop verveelt nooit,” zegt product group manager Paul Mulders van snoepfabrikant Red Band Venco en pakt een dierentuindropje van de loopband. Bevat drop dan toch een verslavend middel, zoals wel wordt beweerd? “Was het maar waar,” luidt het droge commentaar van commercieel directeur Gerard Helming, zijn milotte wegslikkend.

Drop verslaaft niet, maar vorig jaar besteedde de Nederlandse bevolking wel 300 miljoen gulden aan drop. Twintig miljoen gulden meer dan het jaar daarvoor en deze forse stijging zette de leiding van Red Band Venco aan het denken. “Wat betekent drop eigenlijk voor de mensen, waarom eet men drop en vooral, wanneer?” vroegen de dropfabrikanten zich af en dat resulteerde in een lijvig rapport over de 'dropbeleving in Nederland'. Voornaamste conclusie: drop smaakt vooral als het regent, de file vaststaat, de eenzaamheid toeslaat of als een beloning is verdiend. Dat klinkt niet opmerkelijk. “We bedoelen daarmee dat drop een alibi-gebonden snoep is,” zegt Helming. “De snoeper zoekt naar factoren buiten zichzelf om zijn gedrag te rechtvaardigen.”

Ankh-Amon (1358 v. Chr.) kreeg zoethoutwortel mee in zijn graf tegen hoest en infecties. De Hindoes geloofden dat ze honderd jaar konden worden, als ze zoethout met boter en honing aten, gevolgd door melk en onthouding van omgang met vrouwen. Napoleon zeulde kisten drop mee op zijn veldtochten om zijn maagpijnen te verzachten. Zijn manschappen mochten in tijden van waterschaarste op het spul sabbelen om de dorst te lessen. Ook ander snoep ontleent zijn bestaan aan de heilzame werking. Baron Hop dronk in de achttiende eeuw per dag liters koffie tegen de jicht. Toen hij eenmaal gekristalliseerde suiker met mokka-extract had ontdekt, verlichtte hij zijn kwaal voor de rest van zijn leven met Haagse Hopjes.

De hedendaagse snoepindustrie doet weinig moeite om dat geneeskrachtige alibi, in de meeste gevallen achterhaald, uit de wereld te helpen. “Als vijfentwintig procent van de ondervraagden antwoordt dat ze drop als een medicijn beschouwt, hebben wij daar geen problemen mee. Sterker, op de wikkel van een rolletje King handhaven wij nog altijd de afbeelding van een doktertje,” zegt Mulders. Reclame speelt expliciet op het alibi-gedrag in: King verfrist, Mars geeft nieuwe energie, Kitkat verlicht de stress en Stophoest spreekt voor zich. “Aan Stophoest kunnen we geen enkele claim meer ophangen,” vervolgt Helming, “maar de consument denkt daar niet over na. Ergens kriebelt iets, dus mag er een tabletje worden genomen. Daarmee is de behoefte bevredigd.”

sier,tim55,23 2 SIERREGELS M aar de behoefte aan zoet is daarmee niet verklaard. Niet in een tijd, waarin suikerrijk voedsel als overlevingsmiddel overbodig is. Waarin het niet meer nodig is, zoals de primitieve mens deed, grote afstanden af te leggen om honing te bemachtigen, daarbij andere diersoorten en pijnlijke bijensteken trotserend. Volgens antropologen zou de duidelijke voorkeur bij de mens en andere omnivoren als de rat, het konijn en het varken voor zoetsmakende produkten voortkomen uit de instinctieve behoefte aan energieleverend, dus suikerrijk, voedsel om te kunnen groeien. “Een Mars is wel degelijk voeding,” aldus sales director Bert Blommendaal van de chocoladefabrikant Mars uit de VS, die ook Bounty, Snickers, Balisto en M&M's produceert. “Als je puur naar de voedingswaarde in de vorm van koolhydraten en dergelijke van het produkt kijkt, dan past het prima in een well-balanced diet. Net als drop. Er bestaat geen goed of slecht eten, dat ontstaat pas met de mate waarin er wordt geconsumeerd.”

De mate dus. Een Nederlander kan op 75.000 verkooppunten terecht voor de lekkere trek en gezamenlijk spendeerden we in 1993 liefst 5,8 miljard gulden aan snacks en zoetwaren. Daarvan werd ruim een miljard aan suikerwerk besteed, zoals drop, kauwgum, keelverzorgers, zuurtjes en kauwbonbons; eenzelfde bedrag ging op aan chocolade en ruim 2,6 miljard gulden aan biskwie en banket. Waar komt die onbedwingbare lust naar zoet vandaan?

Socioloog Abram de Swaan haalt welwillend adem, maar er ontsnapt slechts een vertwijfelde zucht aan zijn lippen. Nee, hij kan niemand opnoemen die onderzoek heeft gedaan naar het snoepgedrag in Nederland. “Heeft u al gekeken onder de noemer orale gratificatie?” Die kreet biedt evenmin uitkomst. De analyse van het snoepgedrag blijkt in wetenschappelijke kringen een braakliggend terrein. “Sinds de oorlog heeft men zich steeds meer moeten inhouden bij een toenemende welvaart,” formuleert Alkelien van Lenning van de faculteit Sociale Wetenschappen te Tilburg een antwoord uit de losse pols. Van Lenning promoveerde enkele jaren geleden op anorectisch (volledige onthouding) en boulemisch gedrag (volstrekte vraatzucht) bij vrouwen. “We leven in een tijd van verslavingen, waarin alles aanwezig is, maar niets mag. Dat leidt tot doorslaan. In het geval van anorexia is een blaadje sla al te veel. Voor boulemische patienten voldoen drie pakken chocoladevla nog niet. Nee, snoep neemt in een dergelijk eetpatroon geen specifieke plaats in. Alle eten is voor deze patienten beladen met schuld.”

Maar voor snoep lijkt er een kentering in het schuldgevoel op handen te zijn, zo concludeerde Red Band Venco uit het onderzoek. Door de toegenomen welvaart is geen excuus meer nodig om van het schaarse huishoudgeld snoep te kopen. “De remmen gaan los,” zegt Mulders. Of, zoals dat in vaktermen heet, het 'deculpabilisatie'-effect is in werking getreden. “Men snoept steeds vaker vanuit de gedachte dat men er recht op heeft.” Ongegeneerd veel snoepen mag dus, en deze ontwikkeling komt de zoet-zachte drop- en snoepvarianten ten goede. Hard-zoute drop, vijftien jaar nog duidelijk favoriet, leeft tegenwoordig in de schaduw van de 'hap-slik-weg'-cultuur. “Met zoet-zachte drop bereik je een veel hoger dooreet-effect,” aldus Helming. “Vooral bij kinderen. Als de hoeveelheid onbegrensd is, en dat is zo tegenwoordig, dan verandert de keuze. Dan gaan ze van taai en hard naar snelscorende produkten met veel en afwisselende smaaksensaties.”

D e hele Nederlandse zoetwarenin dustrie spant zich in de Nederlandse bevolking te voorzien van lekker snoep. Van Hoogezand tot Breskens, van het Friese Rotstehaule tot aan het Limburgse Nuth draaien de zoetwarenfabriekjes op volle toeren om het volk te bevoorraden met bananenschuimpjes, rumkogels, wijnballen, vruchtenhartjes, hoestpastilles, vanilleTREMA NA AFBREKING ONDERDRUKT eieren, dropkrijtjes, fruitbonbons, musketflikken, spekjes, schuimblokken, Wilhelmientjes, rangetjes en tandvriendelijke kauwgum. Daarnaast worden nog lustig Fins wichtgoed (drop), Werthers' echte, Haribo-kindersnoep en Deense heksenhylen geimporteerd.

Snoep gedijt bij mobiliteit en die wet houdt al eeuwen stand. Toen de Arabische gom uit de Nijlstreken in aanraking kwam met het zoethout uit Europa, kon drop ontstaan. Nadat de cacaoboon in het kielzog van Columbus de oceaan was overgestoken, raakte Europa onmiddellijk verslaafd aan chocola. In de zeventiende eeuw namen de Engelandvaarders de gewoonte van de Indianen over om op sparrehars te kauwen. De Amerikaan John Curtis begon in 1848 op commerciele basis kauwgum te produceren en in 1870 vervolmaakte de Adams Company het kauwgenot door met chiclegom van de sapotilleboom kauwgum te maken, de Chiclets. Kauwgum zette voet aan wal op het Europese continent via het Amerikaanse leger, dat tijdens de twee wereldoorlogen op bevel van hogerhand kauwgum kauwde. Kauwen zou de spanning verminderen en de manschappen alert houden. Vandaar dat later ook naar de fronten in Vietman, Korea en de Perzische Golf containers vol kauwgum zijn verscheept.

E xtreme spanning doet meer snoe pen en dat zou de piek in de snoepconsumptie in Nederland ten tijde van de Golfoorlog kunnen verklaren. Die link wordt echter liever niet gelegd. “Er zijn speculaties in die richting, maar het is te genant om te zeggen,” verwoordt Willem van der Meulen van Fortuin de gevoelens in de branche. “Die oorlog had al zo'n hoog entertainmentgehalte: thuis komen en dan nog even Golfoorlogje kijken.”

Ook Red Band Venco concentreert zich liever op de binnenlandse spanningen en de gevolgen daarvan voor de dropkeuze. “Snoep is een spanningsbegeleider,” stelt Gerard Helming. “Ons onderzoek toont aan dat mensen afhankelijk van hun gemoedsgesteldheid en het moment voor verschillende typen produkt kiezen. Als er iets van agressie door je heen vlamt, kun je je voorstellen dat een spekkie niet voldoet.” Red Band Venco heeft zijn bevindingen weergegeven in een grafiek, waarbij aan de ene kant uiterste beheersing is uitgezet en aan de andere kant onbelemmerd snoepgedrag. Op die glijdende schaal kun je weer twee stromingen onderscheiden; de ene categorie wil actief zijn spanning wegkauwen en zal harde produkten kiezen, de ander wil passief kalmeren en kiest liever een pepermuntje.

Drop als lifestyle? Het klinkt absurd, maar misschien is het zo gek nog niet. Mannen kunnen dan laten zien dat ze evenveel van drop houden als vrouwen. Huisvrouwen hoeven thuis niet langer gegeneerd om de snoeppot heen te draaien en op het werk durft iedereen het zakje snoep uit de la te trekken, Blijft het het alleen nog wachten op de eerste winkel, waar dagverse drop te koop zal zijn.