Schoorstenen van de tabaksfabrieken roken volop

De al enkele jaren durende Amerikaanse kruistocht tegen het roken bereikt de laatste tijd nieuwe hoogtepunten. In New York City is het voorstel gelanceerd om de openbare ruimtes van de stad, zoals parken en stadions, rookvrij te maken. In de staat Maryland zijn alle werkruimtes al verboden voor rokers, inclusief horecagelegenheden, tenzij er een afgesloten eetruimte is voor rokers. Minister van Arbeid Robert Reich wil er een landelijke wet van maken.

Het doel van de maatregelen is te prijzen. Roken is slecht voor de gezondheid dus hoe minder er wordt gerookt hoe beter. Het fanatisme waarmee het roken wordt aangepakt is afschrikwekkend, lachwekkend en soms absurd. Op straat staan de tabaksjunkies voor de ingangen van rookvrije gebouwen terwijl topmannen van tabaksbedrijven door het Congres op het matje worden geroepen. Ten overstaan van heel televisiekijkend Amerika verklaren ze plechtig dat volgens hun nicotine niet verslavend is.

In de dagelijkse omgang zijn rokers ook het haasje. Op feestjes zitten ze in de hoek voor het open raam, in de tuin of op het balkon. Luidruchtig kuchend maken mensen soms op straat of in een park kenbaar dat een passerende roker hen stoort. Spoorwegbedrijf Amtrak heeft besloten dat tussen New York City en Montreal op het traject New York City en Albany niet meer gerookt mag worden. De bedenkers hebben vergeten dat niet-rokende reizigers naar New York City natuurlijk nooit in een wagen willen zitten waar men vanaf Montreal tot Albany heeft zitten paffen.

Nieuwe en strengere regels zijn in de maak om te voorkomen dat wie dat niet wil niet eens in aanraking hoeft te komen met rook en rokers. Nog steeds rookt een kwart van de Amerikanen en dat aantal daalt de laatste twee jaar niet meer. De meerderheid van de bevolking lijkt echter te hebben besloten dat roken sociaal onaanvaardbaar is. Het is tijdens sollicitatiegesprekken beter te verzwijgen dat je rookt. Een andere straf voor rokers is het plan om 75 dollarcent op pakjes sigaretten te heffen om het gezondheidskostenplan van president Clinton te betalen.

De sigarettenfabrikanten gaan ondertussen in Washington D.C. hard door met hun lobby-activiteiten. Naar oud Amerikaans gebruik geven bedrijven honderdduizenden dollars uit aan luxe reisjes voor Congresleden en andere giften. Sommige vertegenwoordigers maken tientallen reizen per jaar en krijgen daarvoor 'zakgeld' van duizenden dollars. Onderweg geven die dan lezingen die tot enkele jaren geleden rijkelijk werden gehonoreerd. Maar ook in Washington krijgen de bedrijven het moeilijker. Niet alleen kunnen Congresafgevaardigden hun feestgedrag niet langer aan hun kiezers verkopen, een nieuwe wet maakt binnenkort ook een eind aan het accepteren van reisjes, geschenken en gratis tickets voor sport- en theateractiviteiten.

Wie in de Verenigde Staten niet tegen roken is, is vóór want neutraliteit bestaat al lang niet meer. Reclame voor roken is aan banden gelegd en mag zeker niet op jongeren gericht zijn. Er zijn zelfs al rechtszaken gevoerd over mensen die zich stoorden aan billboards op hun weg. Ouders en actiegroepen protesteren luidruchtig tegen festiviteiten waar kinderen welkom zijn en die worden gesponsord door tabaksfabrikanten. De bedrijven zijn immers uit op het vernietigen van de kinderlongetjes. Bij alle voorgestelde maatregelen, bijvoorbeeld ook de ontwerpwet ter terugdringinig van het roken van Congreslid Henry Waxman, wordt uitdrukkelijk het gevaar voor kinderen genoemd.

Een en ander verhindert niet dat tabaksproducenten het financieel beter doen dan ooit. In de VS is er alleen al 45 miljard dollar aan tabaksomzet. Tabaks- en voedselgigant Philip Morris, bekend van onder meer Marlboro, had een nettowinst van 1,1 miljard dollar bij een omzet van 12,7 miljard over het eerste kwartaal van 1994. Marlboro is goed voor een kwart van de bedrijfsomzet en marktleider in onder meer de VS, Mexico, Duitsland en Nederland.

Een goede reputatie is echter net zo belangrijk als goede cijfers. Het Congres is niet langer de vriend van de tabaksstaten en -bedrijven. Het regeringsbureau voor voedsel en medicijnen FDA (Food and Drug Administration) bemoeit zich sinds kort met de tabaksindustrie omdat het aanwijzigingen zegt te hebben dat fabrikanten nicotine aan hun produkten toevoegen. Voorheen had de FDA alleen te maken met de controle op voedingsmiddelen en medicijnen en daar vielen tabak en alcohol uiteraard niet onder. Als nicotine echter een bestanddeel is dat in hoeveelheden aan produkten wordt toegevoegd rekent de FDA het tot zijn terrein.

De nationale omroep ABC beweerde onafhankelijk van de FDA in een tv-programma dat Philip Morris het nicotinegehalte in sigaretten manipuleert. Het bedrijf ging naar de rechter met een eis voor 10 miljard dollar schadevergoeding. De zaak speelt nog maar intussen is duidelijk geworden dat sigarettenfabrikanten de nicotinehoeveelheid kennelijk gemakkelijk kunnen variëren. Dat zou wetgevers ertoe kunnen bewegen het gehalte aan nicotine in sigaretten tot nul terug te brengen.

Wereldwijd groeit de tabaksconsumptie nog steeds doordat in Oost-Europa, Azië en Zuid-Amerika nieuwe markten worden geopend. Philip Morris verkocht vorig jaar in totaal 655 miljard sigaretten, bijna tweederde daarvan buiten de VS, en heeft daarmee een wereldmarktaandeel van 12 procent. Het aantal van 655 miljard lag drie procent hoger dan het jaar ervoor. Internationale verkopen gingen met 9,2 procent omhoog. In een land als Japan werden 3,2 procent meer sigaretten verkocht, in totaal kwam het volume daar op 40 miljard stuks.

Groei van het tabaksgebruik in het buitenland is voor de grote fabrikanten cruciaal. Daar moet straks de winst vandaan komen als in de VS langzaam maar zeker een algeheel verbod op roken zal gaan gelden. Op dit moment komt daar voor RJR Nabisco en Philip Morris bij elkaar 4 miljard dollar winst vandaan. Voor Philip Morris alleen is dat 57 procent van de totale tabakswinst van 4,9 miljard dollar in 1993.

De Amerikaanse sigarettenfabrikanten beschouwen hun thuismarkt voorlopig nog niet als verloren . RJR Nabisco begon twee weken geleden een campagne die de gevaren van 'tweedehandsrook' in perspectief plaatst. Iemand die meerookt met een straffe roker inhaleert per maand slechts anderhalve sigaret. De campagne is welwillend ontvangen. Misschien is het het begin van een kentering in de pubieke opinie: roken is slecht maar laten we het niet overdrijven. Rokende vuurwapens bijvoorbeeld zijn in de VS nog altijd vele malen dodelijker dan rokende Amerikanen.