Resistente aardappelsna kruising metzwarte nachtschade

Na alle milieu- en consumentenacties van de afgelopen jaren tegen 'gifpiepers' is de speurtocht naar gezonde, onbespoten aardappels urgenter dan ooit. Om het ziekteresistentieniveau van gangbare rassen als Bintje, Bildtstar en Eigenheimer op te krikken maken plantenveredelaars al jaren gebruik van kruisingen met wilde en halfwilde Zuidamerikaanse aardappels. Maar volgens dr. ir. Leontine Colon, die afgelopen vrijdag in Wageningen promoveerde, kun je het ook dichter bij huis zoeken.

De onderzoekster voerde kruisingen uit met de zwarte nachtschade (Solanum nigrum), een familielid van de aardappel, een doodgewoon onkruid, dat na de bloei giftige zwarte besjes draagt. Ze moest de nakomelingetjes van deze soortkruising met veel kunst- en vliegwerk in leven worden gehouden, maar uiteindelijk kreeg ze plantjes die volledig resistent bleken tegen de aardappelziekte Phytophtora infestans. Dat is de beruchte schimmelziekte die eind vorige eeuw tot grote hongersnood onder de Ierse bevolking leidde en tot massale emigratie van Ieren naar de VS. Tegen diezelfde ziekte moet nog steeds veel worden gespoten, want de rassen die bij consument en verwerkende industrie in trek zijn zijn meestal zeer vatbaar voor deze ziekte. Bovendien doorbreekt de schimmel regelmatig de resistenties die veredelaars net moeizaam hadden ingekruist. Wereldwijd wordt dan ook gezocht naar meer duurzame vormen van resistentie tegen Phytophtora infestans.

Bij haar onderzoek op het DLO-Centrum voor Plantenveredelings- en Reproduktieonderzoek in Wageningen gebruikte Leontine Colon wilde Zuidamerikaanse aardappelsoorten, waarin veelbelovende resistenties werden aangetroffen. Het idee om daarnaast ook met inheemse onkruiden te gaan kruisen kwam min of meer toevallig op. Tussen 1987 en 1991 draaide op het Wageningse instituut een onderzoeksproject om uit te vinden in hoeverre de aardappel kruisbaar is met zijn wilde Nederlandse verwanten. Want om erachter te komen in hoeverre genetische manipulatie van aardappel veilig is moet men kunnen inschatten in hoeverre nieuwe aardappelgenen zich via kruisingen met wilde verwanten in de natuur kunnen verspreiden.

Over de zwarte nachtschade hoeft men zich in elk geval geen zorgen te maken. Honderden kruisingen, waarbij bijvoorbeeld zeer jonge, nog niet levensvatbare zaadjes uit de moederplant werden gepeuterd en op een speciale voedingsbodem opgekweekt, leverden welgeteld vier nakomelingen op. Deze planten worden nu weer met de aardappel teruggekruist. Zo moeten op den duur normale aardappelplanten ontstaan waaruit commerciele veredelingsbedrijven nieuwe resistente rassen kunnen kweken.

Het mechanisme waarmee de zwarte nachtschade zich wapent tegen de schimmelziekte is tamelijk interessant. Toen de onderzoekster de schimmelgroei in de bladeren van deze wilde plant onder de microscoop bestudeerde ontdekte ze dat de schimmel in het blad een groeistoornis vertoont. Hij kan in de bladcellen geen voedingslichamen (haustoria) vormen en zich dus niet verder uitbreiden. Dit resistentiemechanisme was tot nog toe onbekend en men heeft er hoge verwachtingen van.