Radiotelescoop Westerbork wordt 'echte' radio-ontvanger

Op het onderzoeks- en ontwikkelingslaboratorium van de Radiosterrenwacht Dwingeloo is het prototype gebouwd van een nieuw type ontvanger. De komende maanden zal deze ontvanger, Multi Frequency Front End geheten, worden beproefd op de radiosterrenwacht in Westerbork. Daarna zullen voor alle telescopen van deze sterrenwacht ontvangers van dit type worden gebouwd. In 1998 moeten alle radioschotels met de nieuwe ontvanger zijn uitgerust. Dit werk is onderdeel van een aantal belangrijke vernieuwingen die het instrument in de jaren negentig ondergaat.

De radiotelescoop in Westerbork bestaat uit 14 afzonderlijke radioschotels met een diameter van 25 meter, geplaatst op een oost-westlijn van 2,7 km lengte. Door het onderling koppelen van verschillende radioschotels ontstaan interferometers, die elk gevoelig zijn voor een bepaalde hoekafmeting aan de hemel. En doordat de hemelrichting van het instrument als gevolg van de aardrotatie verandert, kunnen er in de loop van een halve dag tweedimensionale 'radiobeelden' van objecten aan de hemel worden gemaakt.

In het brandpunt van ieder radioschotel bevindt zich een ontvanger. In dit front end worden de radiosignalen versterkt, alvorens zij naar de centrale computer gaan voor verdere verwerking. De huidige ontvangers kunnen alleen straling van een specifieke golflengte opvangen (in het gebied tussen 6 en 92 cm). Wil men op een andere golflengte waarnemen, dan moeten de zware ontvangers uit de telescopen worden gehesen, omgebouwd en weer teruggezet. Dit kost 2 tot 14 dagen, in welke periode er niet kan worden waargenomen.

De nieuwe ontvangers zijn gevoelig voor meerdere frequenties, zodat straks met de telescoop snel achter elkaar op verschillende golflengten kan worden waargenomen. De radiotelescoop wordt dan een 'echte', afstembare radio-ontvanger en kan veel efficienter worden gebruikt. Bovendien kan dan ook gelijktijdig in twee frequentiebanden worden waargenomen. Vooral onderzoek aan verschijnselen op korte tijdschalen zal van deze vernieuwing profiteren. De astronomen denken hierbij aan pulserende radiobronnen (pulsars), snelle veranderingen in radiosignalen die ontstaan in het interstellaire medium en het verdwijnen van een radiobron achter een andere bron.