Prehistorische grafheuvels

Drie a vierduizend jaar geleden waren zerk en graf in onze streken vaak een: de dode werd net onder het maaiveld bijgezet, en vervolgens in een keer gemarkeerd en afgedekt met forse lading zand en vooral plaggen. We hebben het over lang voor de invoering van de Wet op de Lijkbezorging, dus deze grafheuvels waren ook toegestaan op markante hooggelegen punten of rustiek langs een beekdal.

Het resultaat is in circa 1700 gevallen bewaard gebleven, vooral op droge zandgronden. Aan de basis hebben ze een doorsnee van 10 tot 25 meter, de hoogte varieert tussen vijftig centimeter en twee meter vijftig. In Drenthe zijn er meer dan 500 bekend, in Brabant 192, in Friesland 1. De grootste concentratie ligt op de Veluwe: ongeveer 640 in totaal, en daarvan zijn er niet veel zo mooi gelegen als de vijf op de Drieberg, op de Ginkelse Heide. Ik parkeer langs de oude weg Ede-Arnhem en loop door een heide- en bramenvegetatie naar de nabijgelegen heuveltop, tevens horizon, waar een paar kleine symmetrische, halfronde verhogingen sinds de bronstijd, mogelijk al sinds de late steentijd, de aandacht trekken. Grafheuvels ogen wat minder megalomaan dan de 4700 jaar oude hunebedden, en toch net weer even sjieker dan de urnenvelden die een jaar of 2500 geleden mode werden.

Gelukkig is het slecht weer. Het regent niet, maar een verse depressie zorgt voor donkere, turbulente wolkenmassa's rondom de gestaag groter wordende tumuli. Op een moment als dit en een plaats als deze ben je zo dicht bij de prehistorische medemens als het enorme tijdsverschil toestaat. Degenen die hier tot stof wederkeerden en de nabestaanden die deze grond opwierpen, zijn over twee dingen in ieder geval duidelijk: ze wilden graag dat de heuvels gerespecteerd zouden worden, ook door ons, en ze missen ieder middel om daarop toe te zien. Op het eerste gezicht lijkt toezicht niet nodig: de grafheuvels op de Drieberg zien er netjes uit, ook van dichtbij. Storend is alleen dat een ettelijke meters breed zandpad voor militaire voertuigen de oude begraafplaats doorklieft: van enkele heuvels is een deel van de voet tevens berm voor de drietonners van de landmacht. Maar nog verontrustender is de tekst op een bord dat de Recreatiegemeenschap Veluwe en de ANWB hier neerzetten: in 1924 zijn de kernen van deze grafheuvels waarschijnlijk geplunderd, en in 1967 zijn ze gerestaureerd door de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek. Wie wil er nou in een leeggeroofd graf liggen? Een kleiner bord geeft aan dat de hele locatie niettemin een archeologisch monument is.

Het is niet waarschijnlijk dat iemand de Nederlandse grafheuvels beter in het hoofd heeft dan drs. R.H.J. Klok, hoofd van de afdeling Beschrijving en Monumentenzorg bij de ROB in Amersfoort.

In Nederlandse grafheuvels valt maar weinig te halen. Er zijn enkele bescheiden gouden grafgiften bekend, beaamt Klok, 'maar om dat te vinden kan je beter naar een juwelier stappen. En het aardewerk dat je eruit haalt is allemaal in elkaar gedrukt.' Op stoffelijke overschotten hoeft al helemaal niet gerekend te worden, in ieder geval niet in grafheuvels op zandgronden. Door ontkalking is niets overgebleven van de botten. Soms wordt nog wel eens een kapsel van een kies gevonden, of een lijkschaduw in het zand. (De opgraver heeft niets in handen, terwijl toch te zien is in welke houding de dode werd begraven en hoe groot hij of zij was.)Schendingen van prehistorische graven zijn de laatste jaren gelukkig zeldzaam. Het slechte nieuws is: bij de meeste grafheuvels is de kern er al lang en breed uitgehaald, er valt niet zo gek veel meer te schenden. Klok: 'Het klassieke patroon voor ons is een grafheuvel met een depressie in de top.'Behalve de mens heeft ook het konijn veel schade aangericht, om nog maar te zwijgen van de boomwortel. De westenwind heeft grafheuvels in het verleden soms meters verplaatst, en nu lijkt de zure regen een nieuwe aanslag op de inhoud te plegen. Hoe ernstig is overigens onbekend, benadrukt Klok: er wordt onderzoek naar gedaan, maar voorlopig is het een schimmige kwestie. 'Enerzijds is er geen enkele reden om nu een grafheuvel op te graven: beter is om ze goed te bewaren want in de toekomst zullen er betere methodieken zijn en valt er meer uit te halen. Maar anderzijds: de kennis die erin zit loopt nu geleidelijk weg, zonder dat we daar iets aan kunnen doen. Het proces valt alleen te vertragen.'Beheer dus. Veel grafheuvels en hun directe omgeving zijn beschermd krachtens de Monumentenwet - maar veel grafheuvels ook niet, en voor die laatste categorie zit de wet vreemd in elkaar. Voor het hele Nederlandse bodemarchief, onbeschermde grafheuvels incluis, geldt dat moedwillig graven naar oudheden alleen is toegestaan aan het personeel van een paar universiteiten, het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden, gemeentelijk archeologen en de ROB. Maar je mag een onbeschermde grafheuvel wel met een bulldozer verwijderen om ruimte te maken voor een bungalow, of desnoods zomaar, als de grond van jou is.

Om dat te voorkomen streeft de ROB ernaar om gebieden met onbeschermde grafheuvels in gemeentelijke bestemmingsplannen een niet-agressieve bestemming te laten krijgen. Nadrukkelijke vermelding op bestemmingsplan-kaarten helpt ook al een heleboel, en het zou natuurlijk enorm helpen als ze allemaal op de 1:25.000 serie van de Topografische Dienst zouden staan.

'Moedwillige destructie is een zeldzaamheid', aldus Klok. 'Maar het is wel voorgekomen dat er ineens grafgiften uit een bouwput naar boven kwamen: men wist gewoon niet dat er een grafheuvel was.'De grafheuvel die door bouwvakkers, boeren of wegenbouwers wordt bedreigd, kan volgens Klok alsnog tot monument verklaard worden. In extreme gevallen - het is al 15 jaar niet nodig geweest - is opgraven de enige resterende mogelijkheid. Opgraven is vernietigen, maar in sommige gevallen is het volgens Klok tevens 'de ultieme vorm van monumentenzorg.'Voor de grote massa van het Nederlandse grafheuvelbestand, monument of niet, zijn de gevaren subtieler. Klok weet inmiddels dat een verhoging in het terrein een grote aantrekkingskracht heeft op ruiters, wandelaars en berijders van mountainbikes. Veel bescherming bestaat daarom uit het omleggen van nieuwgevormde wandelroutes over grafheuvels. Klok: 'De allerbeste bescherming is gewoon dat je hem netjes maakt. En daarna moet er een aantal jaren passeren voordat de heuvel weer in het landschap past.'Restaureren is voor de ROB niet terug naar de bronstijd, maar terug naar voor de verstoring. Een proefsleuf, bodemmonsters en stuifmeelonderzoek moeten duidelijk maken hoe de situatie was voordat de gek met de schep langskwam of de nozem op zijn Berini. Maar ook die sleuf en die proefboringen zijn aanvallen op de oudheid. Klok: 'Als je iets herstelt moet je weten hoe het eruit gezien heeft - en tegelijkertijd zijn we erg huiverig om heuvels te herstellen, want daarvoor moeten we eerst onderzoek doen, en dus verwoesten.' Alleen wanneer een grafheuvel volledig door archeologen is onderzocht, en dus ook volledig is vernietigd, kan de vorm van duizenden jaren geleden worden teruggebracht: inclusief eventuele palenkransen, soms een greppel, en heel soms, bij de zeldzame ringwalheuvels, ook nog weer een lage wal rond de greppel.

Behalve door een greppel en soms een wal, worden alle beschermde grafheuvels ook omgeven door een denkbeeldige lijn op 10 meter afstand van de voet, die de beschermde zone begrensd. Vroeger was dat anders: toen werd gemakshalve een heel kadastraal perceel beschermd als daar een mooie grafheuvel in lag. Soms ging het om ettelijke hectaren: daar mocht de grondeigenaar dan ineens geen spade meer in steken zonder schriftelijke ontheffing van de minister.

De tien-meter-zone is zeker rechtvaardiger, maar volgens Klok niet ideaal. Toch weer te klein. Klok: 'Bij de ROB en in bredere archeologische kring willen we eigenlijk af van die bloempotbescherming. Waar mogelijk moeten we naar grotere eenheden. Het klinkt in ieder geval goed - je voelt je een sukkel dat je daar nog niet mee bezig bent. Maar om in Nederland grote gebieden te gaan beschermen... overal zijn duizend gebruikers en iedereen moet zijn geld verdienen.'