Politie in Epe luisterde vaak niet naar advies

ARNHEM, 2 JUNI. Het hoger beroep in de Eper-incestzaak dreigt langer te duren door de vele getuige-deskundigen die opgeroepen worden om te getuigen en hun bevindingen toe te lichten. De getuige-deskundigen kraken veelal de verhoormethode door de politie.

Een speciaal team van negen rechercheurs heeft vanaf maart 1993 aan het onderzoek in de beruchte Epe-zaak, waarin de zusjes Jolanda en Evelien het slachtoffer zijn, gewerkt. Het team heeft meerdere malen beroep gedaan op deskundigen om advies te vragen over de omvangrijke incest-zaak.

Zo heeft prof.dr. W.A. Wagenaar het team, dat gedurende het onderzoek vastliep, een aantal tips gegeven hoe om te gaan met beweringen waarvan de verbalisant dacht dat ze misschien niet waar waren. “Ik heb geadviseerd zoveel mogelijk op te schrijven en verhoren op de band op te nemen. Helaas is daar niet voldoende gehoor aan gegeven”, concludeerde de hoogleraar in de psychologische functieleer gisteren.

Als voorbeeld van verkeerd politiebeleid noemde hij het suggestief vragen stellen door verschillende agenten. Het confronteren van Jolanda met haar verdachte vader werd “onbegrijpelijk” genoemd. Het onderzoeksteam zou hiermee de vader op een suggestieve manier schuld hebben aangepraat. Als de vader niet zou bekennen, had Jolanda aangekondigd zelfmoord te zullen plegen.

Ook de misdaadanalisten C. Schippers en P. van den Eshof van de Centrale Recherche Informatiedienst (CRI), die in eerste instantie niet waren opgeroepen, uitten kritiek op de verhoormethode van de verbalisanten. De twee experts op het gebied van grote moord- en zedenzaken werden in maart vorig jaar via een omweg bij het onderzoek betrokken.

Een van de leden van het onderzoeksteam in Epe had hun gevraagd een mening te geven over de tot nu toe afgenomen verhoren. Per fax hadden zij die verhoren in hun bezit gekregen. Die waren volgens de twee misdaadanalisten niet zakelijk en de rapportage was te summier. Het team heeft het advies naast zich neergelegd en zijn eigen weg vervolgd.

In augustus kwam het toch weer tot een samenwerking, toen een nieuwe coördinator in Epe het kritische advies niet naast zich neerlegde. Een van de punten van kritiek was het door elkaar laten lopen van de eerste Epe-zaak in 1990 (waar het ging om seksueel misbruik door de ouders, broer en ex-man van Jolanda) en de tweede Epe-zaak in 1993 (illegale abortussen bij beide zusjes en moord op pasgeboren baby's). De verdachten werden geconfronteerd met de feiten van toen alsof zij die nu opnieuw hadden begaan.

Brigadier E. Deelman legde vandaag, op de derde dag van het hoger beroep, het hof uit hoe hij het vertrouwen van Jolanda had gewonnen en hoe zij, stukje voor beetje, tot de aangifte was gekomen. “Dingen die je niet wilt vertellen moet je voor je houden”, zei hij haar steeds. In totaal voerde Jolanda meer dan vijftig gesprekken met een politieman uit haar woonplaats, voordat zij aangifte deed van illegale abortussen en moord op pasgeboren baby's. Brigadier Deelman vertelde enigszins geprobeerd te hebben voor Jolanda na te gaan of wat zij vertelde wel toetsbaar was - anders had het geen zin het in de aangifte te vermelden.