PGGM begint met levensverzekeringen

ZEIST, 2 JUNI. Het pensioenfonds voor de gezondheidszorg PGGM begint dit najaar met een eigen verzekeringsmaatschappij. PGGM wil daarmee inspelen op de zeer snel groeiende markt van levensverzekeringen.

Dat heeft directeur drs. D.J. de Beus van het PGGM vanmorgen bekendgemaakt. Verzekeraar PGGM zal zich vooral richten op de huidige deelnemers aan het pensioenfonds (circa 1 miljoen mensen). PGGM wil met de verzekeringsmaatschappij de huidige collectieve regelingen aanvullen door bij voorbeeld verzekeringen tegen de financiële risico's van ouderdom en overlijden.

PGGM behaalde in 1993 een rendement op de totale beleggingsportefeuille van 15,8 procent. In 1992 bedroeg dat rendement nog 7,7 procent. Het belegde vermogen van PGGM nam toe van 43,6 miljard tot 50,4 miljard gulden. In lijn met de ontwikkelingen op de aandelenbeurzen boekte het fonds vooral goede resultaten met de aandelenbeleggingen. Het rendement daarop bedroeg 38,4 procent. In 1993 was 32 procent van het totale vermogen belegd in aandelen, tegen 22 procent in 1992.

PGGM-directuer De Beus bevestigde vanmorgen dat het pensioenfonds een negatief resultaat zou hebben behaald aLs de koersstijgingen op de financiële markten niet zo hoog waren uitgevallen.

Opvallend is dat het PGGM slecht scoorde bij de vastgoedbeleggingen. Het rendement daarop bedroeg slechts 2,6 procent. PGGM-directeur De Beus schreef dat slechte resultaat vanmorgen toe aan “afwaarderingen'. PGGM heeft inmiddels besloten de vastgoed-beleggingen in een aparte stichting onder te brengen.

Uit het jaarverslag blijkt verder dat het PGGM geen twijfels heeft over de betaalbaarheid van de AOW, een heet hangijzer in politiek Den Haag. PGGM meldt in zijn verslag dat “vanuit het oogpunt van financiering er geen reden is de betaalbaarheid van de AOW sterk in twijfel te trekken”. PGGM blijft voorstander van een pensioenbouwwerk dat rust op een “stabiele en betrouwbare AOW”. De Beus waarschuwt voor een sterke stijging van de premies voor aanvullende pensioenen als de ontwikkeling van de AOW achterblijft bij die van de lonen.