Patijn: ik ben de baas van korps Amsterdam

AMSTERDAM, 2 JUNI. “Ik ben als korpsbeheerder met de hoofdofficier (...) verantwoordelijk voor de organisatie en handelwijze van de politie en niemand anders.” In zijn rede ter gelegenheid van zijn installatie als burgemeester van Amsterdam, heeft S. Patijn gisteren duidelijk gemaakt welke verhoudingen hij wenst tussen bevoegd gezag en korpsleiding.

Vrijwel alle fractievoorzitters die Patijn welkom heetten in de gemeenteraad van Amsterdam, verwezen naar de IRT-affaire. Het oplossen van de problemen rond het Amsterdamse politiekorps werd hem voorgespiegeld als een van zijn belangrijkste taken. Er moet “onder de onverkwikkelijke IRT-affaire zo snel mogelijk een dikke streep worden gezet”, volgens loco-burgemeester F. de Grave, tot gisteren nog waarnemer.

De opheffing van het Interregionaal rechercheteam Noord-Holland/Utrecht, eind vorig jaar, was volgens een onderzoekscommissie te wijten aan de vijandige houding van de Amsterdamse korpsleiding jegens dit team. Hoofdcommissaris E. Nordholt en commissaris J. van Riessen werden door de commissie als mede-verantwoordelijken aangewezen.

In de Amsterdamse gemeenteraad is daarna kritiek geleverd op de bijzondere verhouding tussen Nordholt en Van Thijn, die volgens sommige raadsleden te veel vrijheid liet aan de korpsleiding. Vandaar dat enkele fractievoorzitters Patijn gisteren expliciet vroegen om een “herstel van de gezagsrelatie met de korpschef”.

De nieuwe burgemeester kwam aan dat verzoek tegemoet. “Dit vereist heldere gezagslijnen en een goede vertrouwensrelatie tussen bevoegd gezag en politie”, aldus Patijn. “Ik stel mij voor, en ik ben ervan overtuigd dat dat gaat, hierover nadere afspraken met de korpschef te maken.”

Na afloop wilde hoofdcommissaris Nordholt in Patijns uitspraken geen schot voor de boeg horen. “Ik zou me ongerust maken als Patijn geen nadere afspraken met mij had willen maken. Dit is normaal als je een nieuwe baas krijgt”, aldus de hoofdcommissaris.