Opzoomeren

Als inwoner van Rotterdam-West ben ik de laatste weken ondere de indruk geraakt van de Opzoomercultus in onze stad en in het bijzonder in dit stadsdeel. Met verwondering heb ik gezien hoe de stad in een aantal weken omgetoverd werd in het geel. Het gele zonnetje Oppie Opzoomeren lijkt de plaats van Bram Peper over te nemen. De ruiten van de grote wolkenkrabbers aan het Weena evenals die van de kleine allochtone kruideniers in het westen worden reeds willig beplakt met Oppie. Je zou haast blind en doof moeten zijn om niet reeds een warm Opzoomer-gevoel te hebben.

De initiatiefnemers van dit alles zijn reeds de hemel ingeprezen door de gemeente. Zij lopen, al dan niet met duimen achter hun bretels, met een tevreden blik langs Opzoomerbolletjes, -bloembakjes en Opzoomer-geveltuintjes. Op verbluffende wijze krijgen bewoners een gevoel dat zij zelf de stad toch eindelijk leefbaar kunnen maken. Dit wordt versterkt door de heerlijke gedachte de gemeente nu eens de loef af te kunnen steken. “Met z'n allen stropen wij de mouwen op en zullen, na jaren tobben, dit varkentje nu eens wassen.” Het lijkt mij belangrijk om bij deze snel groeiende stadscultus toch enige kanttekeningen te maken. De massale Opzoomercultus in Rotterdam kan doorslaan naar een reeks grenzeloze burgerinitiatieven. De strijd om de stad door burger en gemeente zou een slagveld kunnen achterlaten. Waarschijnlijker is het dat Bram in het zadel blijft zitten. Om vervolgens een bezem in zijn hand gedrukt te krijgen: “Wij hebben de start gemaakt. Nu is de gemeente aan zet!”