Nederlandse economie sneller uit dal

AMSTERDAM, 2 JUNI. De Nederlandse economie komt veel sneller uit het conjuncturele dal dan kort geleden nog werd verwacht. Dit blijkt uit een rondgang langs de onderzoeksbureaus van de belangrijkste Nederlandse financiële instellingen.

Recente gunstige cijfers over de Nederlandse economie en een grotere dan verwachte groei van de belangrijkste exportmarkten, vooral in Duitsland, brengen vrijwel alle onderzoekers ertoe de prognoses te verhogen. De voorspoedige ontwikkeling van de Amerikaanse economie draagt bij tot de gunstigere Nederlandse vooruitzichten. Ook het Centraal Planbureau (CPB) gaat uit van een hogere groeiraming in de komende halfjaarlijkse tussenrapportage. ABN Amro rekent nu op een Nederlandse economische groei van 1,5 procent in plaats van de 1 procent in vorige prognoses. Ook Iris, het onderzoeksbureau van de beleggingsgroep Robeco en Rabobank waardeert de eigen prognose op van 1 procent naar 1,5 procent. Rabobank zal in het nog te publiceren kwartaalbericht de verwachte economische groei opwaarderen van 1 procent naar 1,25 procent. ING had de prognose al met deze cijfers verhoogd.

Onderzoekers gaan er van uit dat een economische groei van circa twee procent voldoende is om het tij van de stijgende werkloosheid te keren. De opwaarts bijgestelde prognoses wijzen op een versnelling van het tempo van de economische groei op kwartaalbasis in de richting van twee procent tegen het eind van het jaar. Eind vorig jaar werd 1994 nog beschouwd als een jaar van geen of slechts voorzichtig economisch herstel. De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) raamde de Nederlandse economische groei in 1994 destijds nog op 0,6 procent. Die stemming is geheel omgeslagen.

Econoom L. Meijaard van Iris: “De draai is gemaakt. De angst voor een hernieuwde economische krimp is definitief weg. We zitten in een fase van klassiek economisch herstel, met meer bestedingen aan duurzame consumptiegoederen en een groeiend consumentenvertrouwen. Ik ben onder de indruk, zeker omdat het herstel overal in Europa zichtbaar is. Meijaard schroeft de raming op van 1 procent naar ten minste 1,5 procent. “Ook het CPB ontkomt niet aan een dergelijke opwaardering.”

Pag.23: 'Het nieuws is beter dan verwacht'

De raming van het Centraal Planbureau bevindt zich nog op de 1 procent die in het jongste Centraal Economisch Plan wordt genoemd. Een woordvoerder acht de kans groot dat ook het CPB zijn prognose naar boven bijstelt. “Het nieuws is beter dan verwacht. De consumptiecijfers zijn beter, het aantal bouwvergunningen is sterker toegenomen en de economische groei in Duitsland voorspoediger. Dergelijke cijfers vinden hun weerslag in onze prognoses.”

Een exacte raming geeft het CPB pas officieel prijs op 15 juni, wanneer de halfjaarlijkse tussenrapportage wordt gepubliceerd. Voordien wordt het kabinet als eerste geïnformeerd over de nieuwe bevindingen.

ABN Amro zit met de prognose inmiddels op 1,5 procent, na een vorige voorspelling van ruim 1 procent. Volgens onderzoeker M. Baartman profiteert Nederland via de export vooral van de opleving van de Duitse economie. “Het exportpakket bevat veel chemische halffabrikaten en energie. Die profiteren als een van de eerste van het conjunctureel herstel in het buitenland.” Of de de groei van de binnenlandse consumptie al voldoende is om tot een economisch herstel bij te dragen, is volgens ABN Amro nog de vraag. De cijfers die het CBS daarover publiceerde hebben volgens de bank een statistische vertekening.

Econoom P. Wind van ING Bank wijst op het effect van de lastenverlichting op de economie, dat in de tweede helft van het jaar kan gaan doorwerken. De prognose van de bank voor het gehele jaar ligt onder die van de meeste andere bureaus, met name omdat de groei van de consumptieve bestedingen in Duitsland door lastenverzwaringen kan terugvallen en daarmee de vooruitzichten voor de Nederlandse export. Die diagnose wordt door Rabo grotendeels gedeeld. “Onze uitvoerraming is minder hoog vanwege de kans op verzwakkende binnenlandse consumptieve bestedingen in met name Duitsland en België.”

De officiële statistieken over de Nederlandse economie zijn de laatste weken steeds positiever. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) rapporteerde gisteren dat het volume van leningen voor de aanschaf van duurzame consumptiegoederen in het eerste kwartaal van dit jaar op jaarbasis toenam met 7,7 procent. De omzet van de industrie steeg in maart op jaarbasis met 3,5 procent. De binnenlandse afzet ging met 2 procent omhoog, terwijl de export met 4,5 procent steeg. Het CBS rapporteerde al eerder dat de index voor het consumentenvertrouwen in mei voor het eerst weer is omgeslagen van negatief naar positief. De consumptie is in de eerste twee maanden van dit jaar met 2,6 procent op jaarbasis toegenomen, terwijl de daling van het aantal gewerkte uren in het eerste kwartaal van dit jaar voor het eerst sinds drie jaar tot stilstand kwam. De produktievooruitzichten voor de industrie - doorgaans een belangrijke component van conjunctuur-indicatoren - zijn toegnomen, terwijl de bezettingsgraad van de produktiecapaciteit met 82,5 procent weer terug is op het niveau van september 1992. De stijging van de werkloosheid lijkt intussen af te zwakken.

Morgen publiceert het CBS het groeicijfer van de Nederlandse economie over het eerste kwartaal van dit jaar. De gemiddelde raming van analisten over de hoogte van dat cijfer is 1,1 procent. Maar volgens een onderzoeker van Rabobank “is het werkelijke herstel pas in het lopende - tweede - kwartaal begonnen”.