Maij wenst verzwaren van dijken niet op te schorten

DEN HAAG, 2 JUNI. Minister Maij-Weggen (verkeer en waterstaat) is niet van plan de verzwaring van de dijken langs Maas, Waal en IJssel op te schorten. Dinsdag werd bekend dat de Europese Commissie (EC) vindt dat op veel plaatsen in Nederland een milieubeoordeling van dijkverzwaringen ten onrechte achterwege is gebleven.

De minister zei dit gistermiddag in de Tweede Kamer, waar het Kamerlid M. Vos (GroenLinks) vroeg naar de betekenis van de uitspraak voor de nu lopende projecten. Het gaat daarbij om 30 kilometer rivierdijk waarvan de verzwaring al in uitvoering was toen begin vorig jaar het rapport van de zogeheten commissie-Boertien verscheen, en 100 kilometer dijk waarvan de verzwaring toen al door Gedeputeerde Staten was goedgekeurd.

De commissie-Boertien stelde in januari 1993 voor de schade aan natuur en landschap te beperken door de dijken minder drastisch te verhogen dan voorzien. Projecten die nog moesten beginnen, zouden worden onderworpen aan een milieu-effectrapportage. April vorig jaar ging de Tweede Kamer daarmee akkoord.

Gisteren zei Maij-Weggen dat de uitspraak van de Europese Commissie, naar aanleiding van een klacht uit 1991, door het verschijnen van het rapport van de commissie-Boertien is achterhaald. Ze wees erop dat de Kamer vorig jaar toestond dat de lopende projecten niet zouden worden onderworpen aan een tijdrovende milieu-effectrapportage, maar een lichtere, zogeheten milieutoets zouden krijgen, uitgevoerd door het Waterloopkundig Laboratorium.

Volgens Maij-Weggen berust het oordeel uit Brussel op de “verkeerde veronderstelling” dat dijkverzwaring valt onder een Europese richtlijn over kanalisering en regulering van waterwegen. “Onze rivierdijken zijn er in de eerste plaats voor de bescherming van de bevolking.” Behalve dat hierdoor het oordeel van de EC “juridisch discutabel” is, betekent het ook dat de lopende projecten, “zeker met in het achterhoofd de recente overstromingen”, niet kunnen worden stopgezet, aldus de minister. “Dat zou onverantwoord zijn.”

Het oordeel van de EC dateert van 18 maart. De termijn van twee maanden voor een reactie is op verzoek van de regering met nog eens twee maanden verlengd. Maij-Weggen zei dat het moeilijk zou worden de Tweede Kamer nog voor het zomerreces van de reactie op de hoogte te stellen. “Het is juridisch uitzoekwerk, dat gaat niet zo snel.”

Op de suggestie van het Kamerlid Wolffensperger (D66) dat de minister als toekomstig Europarlementariër het oordeel toch wat serieuzer zou moeten nemen, antwoordde Maij-Weggen dat het Europese parlement er juist is om de Europese Commissie kritisch te volgen. “En ik heb me serieus afgevraagd of dit nu een zaak is waar de Europese Commissie zich mee moet bemoeien. Wij kunnen in Nederland heus wel voor onze eigen dijken zorgen.”