Lubbers solo

PREMIER LUBBERS HAD de post van voorzitter van de Europese Commissie tot voor een paar maanden nagenoeg op zak. Zoveel bevestigt Lubbers zelf in een vandaag gepubliceerd vraaggesprek met de Financial Times. En dat ondanks het feit dat hij, zoals hij toegeeft, niet de eerste voorkeur was van de Franse president noch van de Duitse kanselier.

Lubbers voldoet aan enkele voorstelbare voorwaarden: hij komt uit de kring van Europa's politieke leiders maar hij is niet afkomstig uit een van de grote lidstaten, hij past in het gezaghebbende profiel dat de aftredende voorzitter, de Franse socialist Jacques Delors, aan de functie heeft gegeven en hij is christen-democraat, op dit moment nog steeds een hoofdstroom in de Europese politiek.

Wie dit rijtje leest als een aftelsom, ziet al direct dat, nu de Italiaanse christen-democraten geheel zijn weggevallen, naast Lubbers alleen zijn Belgische ambtgenoot Jean-Luc Dehaene aan de eisen voldoet. Maar Kohls voorkeur ging aanvankelijk toch uit naar de Belgische oud-premier Wilfried Martens - althans totdat het de kanselier duidelijk werd dat Martens niet de steun had van zijn eigen regering. Op dat moment vreesde Kohl “met lege handen te komen staan”, zoals Lubbers het uitdrukt. De kanselier vond daarna gemakkelijk aansluiting bij Mitterrand, die inmiddels een welgevallig oog op Dehaene had laten vallen, wel wetend dat de christen-democraten nu aan de beurt waren om de eerste ambtelijke functie in Brussel te vervullen.

De belangrijkste conclusie die uit deze reconstructie valt te trekken, is dat Lubbers zonder meer gekwalificeerd is, maar dat de Duitse kanselier en de Franse president ieder hun eigen redenen hebben om een alternatief te kiezen zodra dit zich voordoet. (Lubbers zegt dat Dehaene zijn “goesting” naar de functie heeft getoond.) Die redenen hangen in Kohls geval vermoedelijk samen met minder gelukkige uitspraken van Lubbers over de Duitse eenheid en Duitslands grenzen, en de Franse president zou vooral onplezierige herinneringen hebben overgehouden aan de Maastrichtse 'biechtstoel' waarin Lubbers zijn collega's onder handen nam om op het laatste moment met de Britten tot een vergelijk te komen.

HET SIERT LUBBERS dat hij tot zover de voor hem opgeworpen obstakels alleen en in beslotenheid heeft trachten te overwinnen. Trouw aan zijn belofte aan de koningin om zijn derde termijn als eerste minister uit te dienen, alsmede zijn persoonlijke besluit om zijn opvolger in het CDA en de Kamerverkiezingen niet te belasten met een internationale campagne voor het voorzitterschap van de Europese Commissie hadden hem er toe gebracht zijn kandidatuur voor 'Brussel' achter de hand te houden. Maar inmiddels blijkt het tij verlopen. Lubbers' volgehouden zwijgzaamheid heeft beide keurvorsten in de Unie slechts geïrriteerd.

Uit het vraaggesprek in de Financial Times valt op te maken dat Lubbers het er niet bij wil laten zitten: “De keuze die nu moet worden gemaakt, is niet slechts een keuze van Bonn en Parijs alleen (...) zij is, natuurlijk, aan alle andere landen”. Die stelling staat recht overeind, maar zij is praktisch onvoldoende. Wie de strijd aangaat, moet de beschikking hebben over een strategie en over troepen. Wat het laatste betreft: Lubbers noemde op een andere plaats de Spaanse premier Gonzalez, vertrekkend voorzitter Delors en zijn Nederlandse collega's Kooijmans en Kok. Dat lijkt niet genoeg. Twee van de vier hebben zeker geen stem in de Europese Raad, die straks op Korfoe het besluit moet nemen. En Lubbers' strategie dreigt niet veel meer in te houden dan een beroep op het Calimero-sentiment tegenover wat de Financial Times een Frans-Duitse 'steamroller' noemt.

Het is een nationaal belang dat Nederland 'meedeelt' in de instituties en de functies die een organisatie als de Europese Unie nu eenmaal heeft te vergeven. En het staat vast dat het land totnogtoe karig werd bedeeld. Met Lubbers op de hoogste ambtelijke post in de Commissie doen de Europese Unie en Nederland gelijkelijk goede zaken. Daarover hoeft geen twijfel te bestaan.

Maar wat moet men zich voorstellen bij een harde confrontatie met Bonn en Parijs over de opvolging van Delors, een confrontatie bovendien waarbij Nederland gemakkelijk alleen kan komen te staan? En hoe zal straks de verhouding zijn tot de Belgische buren als de tweekamp binnen de confrontatie onvermijdelijk steeds persoonlijker trekken zal krijgen?

NEDERLAND HEEFT SOMS grote moeite met wat de Frans-Duitse as de Europese politiek oplegt. Dat is geen geheim. Maar tegelijkertijd heeft het erkend dat op die samenwerking het hele bouwwerk van de Europese eenwording rust. En dat dus met beide landen meer samenwerking moet worden gezocht. En ineens trekt Lubbers waarschuwend tegen Parijs en Bonn door Europa. Nu de premier zijn kaarten op tafel heeft gelegd, mag de vraag worden gesteld of zijn persoonlijke wensen en het Nederlandse belang nog wel parallel lopen. Wat staat de premier voor ogen en welk uitzicht op welk voor Nederland interessant en reëel alternatief heeft hij te bieden?