Kappen (1)

In vier woorden drukte de kop 'Kappen voor moeder Natuur' (W&O 21 april) de tegenstrijdigheid uit in het natuurbeheer in het Drents-Friese Wold: kappen, dat is toch tegen de natuur gericht? In het artikel probeert Marion de Boo ons ervan te overtuigen dat het wel degelijk mogelijk is om tientallen hektaren sparren en lariksen te kappen ten bate van de natuur: deze rigoreuze aanpak vloeit voort uit een weloverwogen natuurontwikkelingsplan en heeft tot doel om nieuwe stuifzandcomplexen te creeren.

In het jongste nummer van Natuurbehoud, het blad van Natuurmonumenten, is op een heel andere visie te lezen: “Ooit was ons land met woud bedekt. ...in de Bronstijd begon de roofbouw. Stukken bos werden platgebrand voor de aanleg van akkertjes of weidegronden. ... Langzaam maar zeker verdwenen de wouden uit het landschap, slechts arme heidevelden en stuifzanden achterlatend.”

Stuifzanden zijn dus de verarmde stukken natuur die overbleven nadat onze voorouders de bossen te zwaar belast hadden, ze zijn het beetje natuur dat restte na de vernietiging van het bos. Wat Staatsbosbeheer nu in het Wold doet kan niet anders gezien worden dan als een herhaling van deze trieste geschiedenis.

Zeker, stuifzanden zijn ook natuur; de natuur is zo veelzijdig dat er ook voor zulke barre omstandigheden organismen bestaan die zich er thuis voelen. En zeker, zulke organismen zijn heel bijzonder. Maar dat rechtvaardigt geenzins dat de rijkdom van het bos daarvoor ingeruild wordt.

Acht dagen na het W&O artikel stond er in NRC Handelsblad een berichtje dat een ander licht werpt op de kaalslag en het graafgeweld in het Wold. De kop klonk aantrekkelijk: 'Twee miljard extra nodig voor natuur'. Maar in de tekst wordt de mening van het kamerlid Feenstra aangehaald, dat met het gereedkomen van de grote waterbouwkundige werken, kennis en werkgelegenheid behouden kunnen blijven door om te schakelen op natuurontwikkeling. Het ministerie van Verkeer en Waterstaat becijfert in het rapport 'Natuur aan het werk' (wat betekent die titel?) dat dat extra geld 400 man aan het werk kan houden.

Natuurliefhebbers, let op uw zaak. Natuurontwikkeling kan een goede zaak zijn. Maar grootschalig werken, bulldozers en graafmachines, bestektekeningen, omzet en winst doen de natuur maar zelden goed. Behoud en ontwikkeling van kennis en werkgelegenheid zijn iets anders dan behoud en ontwikkeling van natuur. Vanuit een nieuwe invalshoek staan weg- en waterbouwers opnieuw klaar om de natuur met hun middelen en methoden aan te pakken.