Jurist: overheid moet bedrijf terug kunnen nemen; Nieuwe wet voor privatiseringen moet nutsfunctie veilig stellen

AMSTERDAM, 2 JUNI. De Nederlandse overheid moet een wet maken om privatisering te vereenvoudigen. De overheid moet in die privatiseringswet regelen dat zij het recht krijgt geprivatiseerde bedrijven in problemen terug te kopen. “Een soort noodrem om te voorkomen dat je een dood paard krijgt.”

Dit zegt mr. S.R. Schuit, advocaat bij Loeff Claeys Verbeke en de voornaamste juridisiche adviseur van de Koninklijke PTT Nederland KPN in een vraaggesprek. Er is veel commotie ontstaan over de beschermingsconstructies die de staat eiste bij de aanstaande beursintroductie van KPN om greep te blijven houden op de nutsfuncties.

Volgens Schuit dreigen veel privatiseringen door deze constructies te mislukken. “De overheid kampt met de gerechtvaardigde vraag 'What if?' en dan bedenkt zij steeds nieuwe ingewikkelde constructies met als gevolg dat het pak wel in de kast wordt verhangen, maar het de kast uiteindelijk niet uitkomt.”

Hij noemt als voorbeeld de staatsdrukkerij SDU. “Dat is een treurig verhaal. De drukkerij is wel verzelfstandigd, maar wordt door de markt niet als aantrekkelijk gezien.”

Volgens Schuit heeft het derde kabinet Lubbers 'vluchtgedrag' vertoond op het gebied van privatisering. “Minister Kok heeft een aantal privatiseringen in de ijskast gezet, terwijl Financiën juist de motor er achter was. Kok heeft privatisering in de sfeer getrokken van wel of geen 'volkskapitalisme'. Ik vind dat onjuist. Nederland is geen volk voor aandelen en zal dat nooit worden ook. Men moet alleen privatiseren om de maatschappij beter te laten functioneren.”

Schuit vraagt zich af of de overheid wel moet privatiseren als zij niet van te voren een nuttige aanwending van de middelen heeft gevonden. “De opbrengst moet worden gebruikt voor investeringen, niet voor overdrachtsuitgaven. Geen bedrijf verkoopt toch zijn tafelzilver om overtollig personeel te financieren? Ik denk dat in een nieuwe privatiseringswet tegelijk een instantie met de status van de Wetenschappelijke Raad voor Regeringsbeleid zou moeten worden opgericht die een advies moet geven over de bestemming.”

Schuit wil zich vanwege zijn rol bij KPN niet uitlaten over zijn cliënt, maar zijn collega mr. L.C.J.M. Spigt spreekt er schande van dat de opbrengst van de eerste tranche van de emissie KPN voor het overgrote deel wordt gebruikt om het financieringstekort af te dekken.

Schuit is door Engeland op het idee gekomen voor een nieuwe 'privatiseringswet'. Daar zijn de waterleidingbedrijven geprivatiseerd. Tegelijk is de 'Water Act' gemaakt om te voorkomen dat de Britten in tijden van nood zonder water komen. Die bepaalt dat de Engelse overheid bij dreigend faillissement de aandelen kan opkopen tegen marktprijzen met de bedoeling ze later opnieuw te verkopen aan een private partij.

Schuit wijst op Nederlandse bedrijfstakregelingen in de financiële sector. De Nederlandsche Bank en de Verzekeringskamer kunnen ingrijpen wanneer banken of verzekeraars in nood verkeren om te verkomen dat één debâcle een kettingreactie teweeg brengt.

Volgens Schuit is van belang voor de toekomst van privatiseringen dat de overheid snel inzicht geeft in de primaire taken van de staat. Een vervolg op de nota van de commissie Wiegel over kerntaken is in de maak. Binnenkort zal de commissie Sint hierover een rapport uitbrengen. “Iedereen kijkt naar de grote privatiseringen Postbank, DSM en KPN, maar ook op kleinere schaal op gemeentelijk en provinciaal niveau zijn er mogelijkheden variërend van musea tot plantsoenendiensten.”

Volgens Schuit is een voorwaarde voor het welslagen van een privatisering dat het bedrijf een periode van vijf jaar krijgt om in te spelen op de eisen van de markt en het opzetten van een fiscale afdeling. Als tweede voorwaarde noemt hij 'de bruidschat', de middelen die de overheid ter beschikking moet stellen om te overleven. “Dit is een heikel probleem, omdat een bruidschat in principe strijdig is met het mededingingsrecht.”

Volgens Schuit is er tot nu toe bij elke privatisering een vorm van 'bruidschat' meegegeven. “Niet altijd was die zo duidelijk als bij DSM, die jaarlijks aardgasbaten mag opvoeren.” Zijn collega Spigt: “De overheid kan extra kapitaliseren, zachte leningen verstrekken, de orderpositie versterken. Bij KPN heeft de overheid ook een bruidsschat gegeven door de monopoliepositie te tolereren. Door de tarieven niet af te knijpen kon KPN goed van start gaan.”

Voor de toekomst ziet Schuit goede kansen voor de privatisering van openbaar vervoersbedrijven, zowel de regionale als de Spoorwegen. Tegelijk zou de overheid ook moeten bezien of allerlei researchdiensten op departementen wel nodig zijn. “Ik zie zelfs kansen voor het Rijksmuseum: wanneer je voor de kunst een goede regeling treft, kun je met het gebouw meer doen. “En op het gevaar af de risee van de advocatuur te worden: waarom kunnen de universiteiten niet geprivatiseerd worden? Een deel bestaat gewoon uit het verhuur van gebouwen.”

'Privatiseerder' Schuit heeft ook de nadelen van privatisering aan den lijve ondervonden. “Ik heb tien jaar in New York gewoond en daar hadden ze de wegsleepdienst voor foutparkeerders geprivatiseerd. Deze bedrijven waren echter zo gebrand op hun premie dat ze mij ook een keer hebben weggesleept toen ik nog in mijn auto zat. De onvrede bij de bevolking was zo groot dat ze na twee jaar de dienst moesten nationaliseren.”