Japanner weet alles van Nederlandse geschiedenis

In Japan krijgen schoolkinderen veel geschiedenis van Europa. Nederland neemt daarbij een prominente plaats in. Een Nederlander wordt het wit om de neus als hij met een Japanner praat. Wat weet hij van de geschiedenis van Japan?

'Zodra er een groep Japanners op de stoep staat, zit het Nederlandse bedrijfsleven met de handen in het haar', hoorde ik laatst een man van zaken sputteren. 'Die Japanse managers beschikken namelijk over meer kennis van de Nederlandse geschiedenis dan hun Hollandse gastheren. Uit beleefdheid begint een van de Japanners een gesprekje over de Hoekse en Kabel wordt het dan wit rond de neus. Verstijfd van schrik, kunnen ze alleen meewarig jaknikken. Dat leidt tot de meest onnozele transacties. De Japanners varen er wel bij.'Wanneer het Japanse onderwijs onderwerp van gesprek wordt, lopen de meningen uiteen. Bewonderaars wijzen op de economische successen van het land en brengen die in verband met het onderwijssysteem. Ze refereren aan de muzikale vorming en de aandacht voor het milieu op school. Ogenblikkelijk geven ze toe dat leerlingen slechts eens in de maand een vrije zaterdag hebben, maar veel tijd doorbrengen op school, heeft zo zijn voordelen. Scholieren gebruiken er de lunch en krijgen daardoor een uitgebalanceerd dieet voorgeschoteld. Sommige scholen profileren zich zelfs door publikatie van het gemiddelde gewicht van hun pupillen.

Tegenstanders zijn er ook. Die vinden dat het Japanse onderwijs teveel nadruk legt op memoriseren. Daardoor verdwijnt de honger naar kennis en wordt nauwelijks culturele belangstelling gewekt. Geen wonder dat de meeste studenten hun vrije tijd doorbrengen met het lezen van strips. En een hoogleraar, met minder dan de helft van het salaris van een bankbediende, geniet geen status. Het verstikkende klimaat op school leidt tot zelfmoorden, pesterijen en uitbarstingen van geweld. Niet zo lang geleden werden in een half jaar tijd meer dan duizend gevallen van geweldpleging op school aan de politie gerapporteerd. Daarbij ging het in bijna de helft van de gevallen om geweld tegen leerkrachten.

Geroezemoes

Een studiereis naar Japan bracht mij langs diverse onderwijsinstellingen. Ik verkeerde in een internationaal gezelschap van vakdidactici en onderwijskundigen. Keer op keer bewogen we ons in ganzenpas tussen rijen leerlingen die ons met blaasinstrumenten muzikaal onthaalden. Dan volgde steevast een 'briefing' waar gelegenheid werd geboden tot het stellen van vragen. Van een groepje aanwezige leerlingen wilde ik weten wat ze deden als ze ongehoorzaam waren. Er volgde geroezemoes, waarbij het schoolhoofd strak voor zich uit bleef kijken. Toen maande hij een van de scholieren tot spreken. Kortaf miesperde ze dat door hen altijd goed wordt opgelet.

Maar van het gedroomde koninkrijk waar de docent de touwtjes strak in handen heeft was weinig te merken. Een enkele blik in de klaslokalen leerde me dat Japanse kinderen zich zeker niet gedisciplineerder gedragen dan Nederlandse scholieren.

Japanse leerlingen verslijten veel tijd op school. Het merendeel is lid van een schoolclub. In gezelschap van hun docenten zijn ze, ook op zondag, op de sportterreinen van de school te vinden. En dan zijn er buiten het reguliere onderwijs nog de juku's of private 'cram-schools'. Wegens de felle concurrentie bij de toelatingsexamens passeren veel leerlingen de avonduren op een juku.

Een professor die ik sprak beklemtoonde dat het Japanse onderwijs een 'custodiale functie' heeft - onder leiding van een leermeester word je opgevoed. Van jongs af aan worden kinderen nauwlettend in de gaten gehouden. Op school leren zij beschaafd eten. Aan het einde van een dag moeten zij de klaslokalen opruimen en de speelplaats schoonvegen. Ouders die in de zomervakantie een reis met hun kinderen willen maken, vragen vooraf toestemming aan de school. Formalisme en ritualisme kenmerken de Japanse schoolreglementen. Kleding en haardracht worden daarin nauwkeurig voorgeschreven. De leerkracht die 's ochtends vroeg bij de schoolpoort met een ellestok broekbreedte en roklengte controleert, is geen ongewoon gezicht. Staatsbevoogding op het gebied van leerinhouden speelt nog altijd een grote rol. Alle leerboeken moeten door schoolbesturen worden gekozen uit methodes die door 'Monbusho', het Japanse ministerie van onderwijs en wetenschappen, zijn gepubliceerd of geautoriseerd.

Knut de Tweede

Japanse geschiedenismethoden staan vol rijen jaartallen. Het onderdeel Wereldgeschiedenis - dat in de jaren dertig niet mocht worden onderwezen - heeft na de Tweede Wereldoorlog haar plaats in het curriculum heroverd. Aan de hand van reeksen jaartallen krijgen leerlingen een bonte verzameling van personen en gebeurtenissen voorgelegd. Zo sprak ik Yoko, negentien en ambitieus. Ze wilde internationaal recht gaan studeren aan de prestigieuze universiteit van Tokio en bereidde zich voor op de toelatingsexamens. Haar kennis van het verleden was fabelachtig. Op mijn verzoek declameerde ze zonder ophouden rijen jaartallen. Welke Nederlandse scholier zou iets verstandigs kunnen zeggen over de Sepoy-opstand, de Slag bij Lepanto of de zeven Napoleontische coalitieoorlogen?

Op een bladzijde lezen Japanse kinderen over Rollo, hertog van Normandie, Alfred de Grote, Knut de Tweede, Rurik de Warjagenhoofdman en Willem de Veroveraar. En op een halve bladzijde verwerven zij kennis van Descartes, Hobbes, Locke, Pascal, Spinoza, Kant en de monadenleer van Leibniz. Even opmerkelijk is de belangstelling die er bestaat voor de Nederlandse geschiedenis, vooral die van de Tachtigjarige Oorlog. Willem van Oranje, het Twaalfjarig Bestand, de onoverwinnelijke Armada en de Vrede van Munster passeren achteloos de revue. Hugo de Groot krijgt een halve pagina!

De geschiedenis van Japan komt er aanzienlijk bekaaider vanaf. Mogelijk bestaat er een verband tussen de uitgebreide aandacht voor mondiale geschiedenis en het geringe belang dat in het Japanse verleden wordt gesteld, zeker waar het de Japanse geschiedenis in de eerste helft van deze eeuw betreft. Dat stelt de staatsbevoogding op school in een geheel ander daglicht.